Hoofdtekst
Een exempel. Tot romen daer was wileneer een keyser, ende die heet otto, die hadde een huysvrouwe ende die was hem niet ghetrouwe. Doe was daer een grave ende die hadde een recklic wijf, ende die hadden malcander zeer lief, ende die een was den anderen zeer ghetrouwe. Doe sprac die keyserrinne eens den grave toe om zaken die oneerlic waren. Hi sprac, hi en woude sijnre liever vrouwen gheen ontrouwe doen noch sinen lieven here. Doe wert si toornich opten grave ende belochenden voer den keyser, ende zeide: „Hi hadde hoer om oneerlike zaken toe ghesproken. Die keyser wert toernich ende zende daer sijn knechten toe, ende dede hem vanghen ende woude hem sijn hoeft ofslaen sonder scout ende sonder recht, ende hi en moest hem niet ontschuldighen. Doe quam sijn wijf ghelopen, ende riep al screyende ende was zeer onblide. Doe sprac hi: „Lieve vrouwe, ic bin der zaken onschuldich ende ic en moet mi niet ontschuldighen. Ic bid u dat ghi een heet ijser voer mi draghet wanneer dat ic doot bin". Si sprac dat sijt gheern doen woude. Die grave wert onthoeft, ende die gravinne nam sijn hoeft ende ghinc voer den keyser op een tijt daer hi te recht sat, ende si schreyde voer die gheen die haren man vermoert hadden, ende si vraghede wat dat sine misdaet was, daer om dat hi vanden live totter doot ghebracht was. Die keyser sprac, hi hadde sinen wive oneerlike toe ghesproken; dat most hem sijn hals costen. Doe sprac die vrouwe: „Heer keyser, dat hebdi ghedaen. Ghi hebt minen lieven man vanden live tonrecht totter doot ghebrocht. Dat wil ic waer maken ende ic wil een heet ijser voer hem draghen". Doe dat die keyser hoerde, doe wert hi zeer bedroevet ende sprac: ,,Vrouwe, is dat alsoe, so gheve ic mi selven in uwer hant. Doet mit minen live wat ghi wilt". Doe vielen die vorsten daer tusschen, ende baden hem aen der vrouwen tien daghe dach. Binnen dier tijt soe ondervant die keyser alle die dinghe hoe dat die keyserinne daer mede ghevaren hadde, ende hi deedse bornen aen enen staec, ende gaf hem selven inder vrouwen hant. Doe baden die lants heren voer hem ende brochtent also verre dat hi der vrouwen lant ende borghe mit allen recht dat daer toe behoerde wedergaf.
Beschrijving
Te Rome leeft keizer Otto wiens vrouw hem ontrouw is. Ook leeft daar een graaf met zijn vrouw, die zeer rechtschapen is, en zij hebben elkaar zeer lief. Op een dag spreekt de keizerin de graaf oneerbaar toe, maar de graaf gaat hier niet op in. Hij wil zijn vrouw en de Heer geen ontrouw doen. De keizerin wordt hierover erg kwaad en liegt tegen de keizer door te zeggen dat de graaf haar oneerbaar had toegesproken. De keizer reageert woedend en geeft zijn knechten het bevel de graaf voor hem te brengen en hem te onthoofden. De echtgenote van de graaf is zeer kwaad en verontwaardigt over de dood van haar man en komt verhaal halen bij de keizer. De keizer vertelt haar dat de graaf de keizerin oneerbaar had toegesproken, maar de vrouw legt hem uit dat haar man zoiets nooit zou doen en dat zij bereid is een heet ijzer te dragen om zijn onschuld te bewijzen. De keizer ziet hierdoor in dat hij een fout heeft begaan en geeft zich over aan de genade van de vrouw. De keizerin straft hij voor haar leugens door haar op op de brandstapel te zetten. Hij geeft de vrouw vervolgens haar land en onderpand terug.
Bron
De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle 1953, pagina 26-27
Naam Locatie in Tekst
Rome   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
