Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DEVOOYS040 - Exempelen uit de expositie op het pater noster.

Een exempel (tijdschriftartikel), (foutieve datum)

Hoofdtekst

Exempel. Het was een man, een ridder, die was scone ende een wel ghedaen man ende aen hem en ghebrac niet dat een scoen man sculdich es te hebbenne, maer hi was quaet van levenne. God sloech desen man met eenre grooter lasarie, dat alle die meesters hem op gaven, want si en mochten hem niet hulpen. Doen gaf hi hem tot allen sonden ende tot woekeriën ende tot vele andere quade sonden, ende hi plach te seggenne recht oft hi onsen heere dreighen wilde: „God heeft mi ghenomen een scoen lichaem ende ic sal hem oec weder nemen een scone ziele", ende hi wart soe quact van levenne ende hielt hem aen die woekerie, dat hi soe onsalichlike levede, dat hi starf sonder biechten, ende hi wart begraven butent ghewide ghelijc een beeste, ende dit was wel een arm mensche. Maer aldus en selen wij niet doen, maer eens menschen val sal ons wesen een opstaen, ende wij selen ons altoes bieden onder gode, wat dat hi ons toe sint, met rechte[r] lijdsamheit dat wij moghen segghen met rechte: „Onse vader god gheeft ons gracie. Amen.

Beschrijving

Een ridder heeft een goed uiterlijk, maar leidt wel een zondig leven. God straft deze man door hem melaatsheid te geven. Niemand kan hem helpen en hij gaat een steeds slechter leven leiden door onder andere te woekeren. Hij leeft zo onzedelijk dat hij uiteindelijk sterft zonder te biechten en als een beest buiten de gewijde grond wordt begraven. Had hij gebiecht, dan was dit niet gebeurd, want na de dood zal men verschijnen aan God en kan deze gratie verlenen.

Bron

De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle 1953, pagina 28

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20