Hoofdtekst
Een bijzonder klokje
Johanna van Brabant was een hertogin. Ze leefde lang, heel lang geleden. Zij was een rijke vrouw, die veel land bezat. Ook hier in Brabant, ook hier in Hilvarenbeek waren vele grote akkers haar eigendom. Op een keer was zij op reis. In haar koets, getrokken door twee paarden, kwam ze door Hilvarenbeek. Ze was onderweg naar Vlaanderen. Het was midden in de winter, het had dagenlang gesneeuwd en nu was de sneeuw gedooid. Er waren maar weinig verharde wegen. Rond ons dorp waren toen alleen maar smalle zandwegen, die door de gedooide sneeuw modderpaden waren geworden. De paarden hadden grote moeite om de koets vooruit getrokken te krijgen. De paarden dampten van het zweet. Ze trokken al wat ze konden tot de wielen zo diep in de modder zakten dat de koets niet meer verder kon. De paarden deden hun best maar het lukte niet.
Daar zat Johanna in haar koets, gevangen in de kou en alles donker om haar heen. Ze was daarom ook best een beetje bang. De koets kon niet meer voor of achteruit. Maar een van de twee knechten die met Johanna waren meegereisd zag in de verte een paar kleine lichtjes branden. Het waren de lichtjes van de boerderijen in De Westerik. Daar ging hij heen en na een uur kwam hij terug met wel tien grote kerels, de sterke boeren en hun zonen, die daar woonden waar de lichtjes brandden. Ze hadden ook twee paarden meegebracht. En terwijl ze die inspanden hoorden ze in de verte de torenklok van Hilvarenbeek negen keren slaan. Het was negen uur toen de vier paarden aan de voorkant trokken terwijl de mannen aan de achterkant met alle kracht de wielen van de scheefgezakte koets uit de modder trokken. Toen kon Johanna weer verder. Ze was heel blij en dankbaar. Toen wezen de helpers uit De Westerik hoe de koets moest rijden om niet meer in de modder te zakken en een half uur later kwam Johanna aan bij de herberg aan de Vrijthof te Hilvarenbeek.
Die nacht bleef de hertogin en haar lakeien in de herberg. Ze was moe en bibberde nog van de kou toen ze in slaap viel. Toen het volgende morgen weer licht was en Johanna van Brabant wakker werd zag ze pas de grote mooie kerktoren van Hilvarenbeek. Ze was blij dat ze die nacht geholpen was door lieve mensen en door hen weer op de goede weg was gezet. En om hen te bedanken schonk ze een stuk land aan de helpers uit De Westerik en een nieuwe klok aan de toren van Hilvarenbeek. En ze sprak af om die klok iedere avond te laten luiden om tien over negen. Het was precies de tijd dat zij uit de modder werd gehaald en weer verder kon. Dankzij vier sterke paarden en de helpende handen van lieve Beekse mensen.
En sinds die donkere koude nacht in december klinkt nu al meer dan 400 jaar elke avond dat klokje... Het vertelt ons dat we mensen, die het koud hebben, bang zijn, en niet meer verder kunnen, de helpende hand moeten toesteken. We moeten mensen uit de ellende trekken en ze een duwtje in de rug geven, een schouderklopje...En dan kunnen ze weer verder...
Dus als je 's avond het klokje van Johanna van Brabant hoort, denk dan eens aan de mensen voor wie jij een lichtje kunt zijn in het donker!
Johanna van Brabant was een hertogin. Ze leefde lang, heel lang geleden. Zij was een rijke vrouw, die veel land bezat. Ook hier in Brabant, ook hier in Hilvarenbeek waren vele grote akkers haar eigendom. Op een keer was zij op reis. In haar koets, getrokken door twee paarden, kwam ze door Hilvarenbeek. Ze was onderweg naar Vlaanderen. Het was midden in de winter, het had dagenlang gesneeuwd en nu was de sneeuw gedooid. Er waren maar weinig verharde wegen. Rond ons dorp waren toen alleen maar smalle zandwegen, die door de gedooide sneeuw modderpaden waren geworden. De paarden hadden grote moeite om de koets vooruit getrokken te krijgen. De paarden dampten van het zweet. Ze trokken al wat ze konden tot de wielen zo diep in de modder zakten dat de koets niet meer verder kon. De paarden deden hun best maar het lukte niet.
Daar zat Johanna in haar koets, gevangen in de kou en alles donker om haar heen. Ze was daarom ook best een beetje bang. De koets kon niet meer voor of achteruit. Maar een van de twee knechten die met Johanna waren meegereisd zag in de verte een paar kleine lichtjes branden. Het waren de lichtjes van de boerderijen in De Westerik. Daar ging hij heen en na een uur kwam hij terug met wel tien grote kerels, de sterke boeren en hun zonen, die daar woonden waar de lichtjes brandden. Ze hadden ook twee paarden meegebracht. En terwijl ze die inspanden hoorden ze in de verte de torenklok van Hilvarenbeek negen keren slaan. Het was negen uur toen de vier paarden aan de voorkant trokken terwijl de mannen aan de achterkant met alle kracht de wielen van de scheefgezakte koets uit de modder trokken. Toen kon Johanna weer verder. Ze was heel blij en dankbaar. Toen wezen de helpers uit De Westerik hoe de koets moest rijden om niet meer in de modder te zakken en een half uur later kwam Johanna aan bij de herberg aan de Vrijthof te Hilvarenbeek.
Die nacht bleef de hertogin en haar lakeien in de herberg. Ze was moe en bibberde nog van de kou toen ze in slaap viel. Toen het volgende morgen weer licht was en Johanna van Brabant wakker werd zag ze pas de grote mooie kerktoren van Hilvarenbeek. Ze was blij dat ze die nacht geholpen was door lieve mensen en door hen weer op de goede weg was gezet. En om hen te bedanken schonk ze een stuk land aan de helpers uit De Westerik en een nieuwe klok aan de toren van Hilvarenbeek. En ze sprak af om die klok iedere avond te laten luiden om tien over negen. Het was precies de tijd dat zij uit de modder werd gehaald en weer verder kon. Dankzij vier sterke paarden en de helpende handen van lieve Beekse mensen.
En sinds die donkere koude nacht in december klinkt nu al meer dan 400 jaar elke avond dat klokje... Het vertelt ons dat we mensen, die het koud hebben, bang zijn, en niet meer verder kunnen, de helpende hand moeten toesteken. We moeten mensen uit de ellende trekken en ze een duwtje in de rug geven, een schouderklopje...En dan kunnen ze weer verder...
Dus als je 's avond het klokje van Johanna van Brabant hoort, denk dan eens aan de mensen voor wie jij een lichtje kunt zijn in het donker!
Onderwerp
SINSAG 1103 - Edelfrau (Landgraf) aus dem Morast gerettet, schenkt Privilegien an die Bewohner des Dorfes.   
Beschrijving
Johanna van Brabant kwam in december met haar koets vast te zitten in de modder. De mensen uit De Westerik hielpen haar weer op de goede weg. Die nacht overnachtte ze in de herberg op het Vrijthof. De volgende ochtend zag ze de mooie toren van de kerk. Ze schonk aan die toren een klok die iedere avond moest luiden rond het tijdstip dat zij gered werd uit de modder. Aan de mensen die haar hadden geholpen schonk ze een stuk land.
Bron
Een bijzonder klokje, week 2 [verhaal tijdens de kerkdiensten te Hilvarenbeek ter voorbereiding op de communie]
Commentaar
Dit verhaal wordt ieder jaar ter voorbereiding op de communie vertelt aan de kinderen van Hilvarenbeek. Onder beeld is een foto te zien van de klok.
Edelfrau (Landgraf) aus dem Morast gerettet, schenkt Privilegien an die Bewohner des Dorfes.
Naam Overig in Tekst
De Westerik   
Westerwijk   
Vrijthof   
Beekse   
Naam Locatie in Tekst
Brabant   
Hilvarenbeek   
Vlaanderen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
