Hoofdtekst
Onder het gejubel en gejuich zijner dankbare onderdanen, die hem zijn leven lang op allerlei wijzen hunne erkentelijkheid betoonden voor de weldaad, welke hij hun bewezen had, bracht graaf Wichard nu zoo spoedig als hij zich aan de festijnen op het Zutphensch hof onttrekken kon, zijne gemalin, die trots op zulk een held, hem met zichtbaar welgevallen volgde in het door hem verloste land, waar hij gedurende een reeks van vele jaren aan hare zijde het hoogst geluk genoot, dat hierbeneden is te vinden, en zeer voorspoedig over het volk regeerde, dat zonder hem verslonden of verpest zou zijn geweest. Opdat echter ook het nakroost niet vergeten zou, maar altoos in gedachtenis houden wat het aan hem verschuldigd was, bouwde hij op de plaats, waar hij het monster had verslagen, eene nieuwe stad, en noemde hij deze naar het laatste woord, dat door dat ondier uitgestooten werd: »Gelre".
Zoo, mijne lezers, luidt de oude sage, met welker nieuw verhaal ik hoop, u niet verveeld te hebben. Waarom ik er hoegenaamd geene geschiedkundige waarde aan hecht, deelde ik u reeds mede. Evenwel het wonderbare en schijnbaar onmogelijke, dat er in gevonden wordt, is niet het eenige wat mij aanstoot geeft. Neen, maar gij weet immers evengoed als ik , dat niet Wichard doch Otto, die wel tweehonderd jaren na hem leefde, zoo er namelijk ooit een Wichard is geweest, in 1079 de sterkte of het stedeke stichtte, hetwelk tot den huidigen dag den naam van Gelder draagt. Blijft gij nu echter vragen aan welke omstandigheid die naam zijn oorsprong heeft te danken, dan moet ik u eerlijk bekennen, dat ik na een opzettelijk en langdurig onderzoek niet veel wijzer ben geworden dan degenen, die zich daar vóór mij aan hebben gewaagd. Intusschen, al ben ik in dezen nog niet tot volkomen zekerheid gekomen, is het mij toch gaandeweg waarschijnlijker geworden, dat Furmerius, een Friesch historieschrijver, die in 1600 leefde en doctor in de beide rechten was, het niet geheel uit zijnen duim zal hebben gezogen, toen hij beweerde, dat het riviertje, hetwelk ter rechterzijde van de stad Gelder loopt, voorheen den naam van Gal of Gel gedragen heeft. Is dat nu werkelijk waar, — en ik geloof niet dat men, behalve de uit-den-duim-zuigerij, waaraan de zooevenvermelde schrijver zich wel eens moet hebben te buiten gegaan, er met eenigen grond aan twijfelen kan, — dan is het vraagstuk, dat ons hier bezig houdt, al zeer gemakkelijk opgelost en heeft Gelder doodeenvoudig zijnen naam aan deze Gal, Gel, of Geul ontleend.
Ravenstein, Sept. 1877.
Onderwerp
TM 3113 - De draak van Gelre   
Beschrijving
In Hameland leefde rond de negende eeuw na Christus graaf Herman. Zijn dochter Margaretha is verloofd met Wichard van Pont. Deze Wichard, een dappere ridder, gordt zijn wapenrusting aan en trekt ten strijde tegen een draak die mensen opeet en een verpestende adem heeft die dodelijk is voor alles wat leeft. Onder andere heeft Wichard een dolk bij zich die van geslacht op geslacht is overgedragen, en nooit verkeerd of onrechtvaardig is gebruikt. Wellicht gaat de geschiedenis van deze dolk zo ver terug dat hij gemaakt is door Kaïn zelf en een geschenk is geweest van Noach.
Onversaagd gaat Wichard over tot de aanval en een hevig gevecht volgt. Hij krijgt het voor elkaar het helgedrocht te doden, waarbij het een gebruk uitstoot dat klinkt als 'Gelre! Gelre!'. Iedereen feliciteert de held, die even uitrust maar dan zo snel mogelijk naar zijn aanstaande bruid gaat. Graaf Herman is vol bewondering vanwege de heldendaad van de jonge ridder. Hij geeft toestemming voor een huwelijk, tot grote vreugde van de geliefden. Een snelle voltrekking volgt, evenzeer tot blijdschap van het volk, die de ridder graag als hun leider hebben. Hij regeert vele jaren in voorspoed over de streek. Ter nagedachtenis van de drakenstrijd bouwt Wichard een stad die hij noemt naar de stervenskreet van de draak.
Ter afsluiting geeft de verteller een andere verklaring van de naam Gelre: het zou afkomstig kunnen zijn van een riviertje dat Gal, Gel of Geul zou hebben geheten.
Bron
Commentaar
Noach is de bouwer van de Ark en vormt met zijn familie de enige overlevenden van de zondvloed (Genesis 6-9).
Naam Overig in Tekst
Hameland   
Margaretha   
Wichard   
Noach   
Tubal Kaïn   
Gelre   
Otto   
Fumerius   
Naam Locatie in Tekst
Gelderland   
Gelder   
German   
Zutphen   
Pont   
Limburg   
Gal   
Gel   
Geul   
