Hoofdtekst
Des leest men eyn exempel van eenen bruder, deen dat vroe opstaen seer pijnlick was, soe dat hie duck swette van anxt. Ende want hie meynden dattet van crancheit queem, soe deckte hie sich waerm toe, ende bleeff liggen sweten. Doe hye op een tijt des nachts van noits wegen op wold staen, doe die anderen slepen, doe reyp die vyant onder sijnen bedde: "Staet nyet op. want ten is dy nyet guet dattu den sweet breecks". Doe die broder dyt horde, doe verstoent hie des vyandes becoringe ende stont meer vlitlick op, goede [te] denen.
Beschrijving
Een broeder durfde nooit vroeg op te staan. Hij zweette dan altijd van angst. Toen hij 's nachts toch een keer opstond terwijl de andere sliepen, hoorde hij vanonder zijn bed iemand roepen: "sta niet op want het zweet zal je uitbreken". De broeder hoorde dit en begreep de bekoring van de duivel en stond voortaan snel op om het goede te doen.
Bron
De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle, 1953. Tweede afdeling. Exempelen uit de spegel der susteren. Pagina 12
Commentaar
15de eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20