Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JCOHEN14 - Zij konden mij helpen....

Een sage (boek), 1919

Hoofdtekst

Zij konden mij helpen....

Door het dorpje Roggel liep een meisje, zachtkens neuriënd, een bundel klaprozen in de hand. Ze groette vroolijk en werd gegrooet: maar toen zij
het laatste huis van het gehucht naderde, wilde ze zich omwenden. Een jonge man trad haar in den weg.
"Ik moet met je spreken." Ze lachte.
"Ik zal je niet tegenhouden."
"Je weet alles van me en nog heb je me geen antwoord gegeven." Zijn stem beefde, en zag hem aan, toornig als een overwinnaar, die wordt tegengewerkt.
"Hoor eens, ik zal je een antwoord geven, wanneer ik dat verkies. Ben ik vrij, om te doen en te laten, wat ik wil?"
"Neen! geen mensch is vrij. Ik laat jou niet vrij. Je zult me antwoord geven."
Ze gingen langs een weg tusschen de korenvelden. Ze bukte zich, om een klaproos te plukken, en ze voegde de bloem aan de overigen. Ze bekeek het bouquet en ze was blijde, als een vrouw om kleine dingen. Doch hij, als
een man, begreep dit niet, en riep ruw:
"Zul je me antwoord geven!" droomend zag ze op, van de bloemen naar hem.
"Wat voor recht heb je?"
"Maar weet je dan niet, hoe ik geleden heb? O jij... Je zei me: "Later zal ik je antwoord geven. Wat beteekent het: "Later!" Moet ik tot den winter wachten?"
"Is het niet de beslissing van mijn heele leven, die je van me vraagt? Wat doet het ertoe, of je nog eenige maanden wacht! Weet je niet, hoe lichtzinnig mijn hart is? Zoek een ander meisje, waarom zocht je mij juist uit, die anders is als de rest. Je begrijpt, dat we niet bij elkaar passen."
"Ik heb je lief!"
"O! dat weet ik wel. Jullie mannen....Maar ik sta niet voor je klaar. Een hond kun je fluiten, mij niet!"
Hij was verwonderd over haar uitval. Hij meende, dat hij nederig genoeg was.
"Als je wist, dat het mijn ongeluk zou zijn, om "ja" te zeggen, kon je 't nog niet schelen", riep ze wild. "Wanneer er aan je ijdelheid maar wordt voldaan! Dat is voor jou de hoofdzaak. Dat is je verdriet, zoolang ik er niet aan
toegeef....Waarom kun je mij niet met rust laten?"
"Omdat ik hoop heb je te winnen—"
"Laat me je uitlachen! Je weet wel, dat ik nooit iets voor je zal voelen. Niet dàt!" ze knipte met haar vingers.
"We zullen teruggaan. Spreek me er nooit meer over, dat is het beste voor jou 't beste....en wie weet.....voor mij...."
"Voor jou?" vroeg hij heel verwonderd, en hij bleef stil-staan, om haar te beschouwen.
"Dacht je, dat mij geen ongeluk treffen kan, al ben ik jong en mooi?"
"Hoe zou jou ongeluk treffen? Het heele dorp zal je beschermen —"
"Wij moeten allen de prijs voor onze lichtzinnigheid betalen. Het helpt ons niet." Haar gezicht zag er nu vervallen uit, en het leek op haar gelaat van zoeeven, als een oude vrouw op haar jonge dochter. Ze was altijd een lachend meisje geweest en terwijl zij aan haar somberheid toegaf, werden haar trekken plotseling te scherper. Indien haar figuur niet de jeugd had behouden, ware ze plots een oude vrouw geworden... Zij kon het niet te lang van haarzelf verdragen, dat ze haar gratie verloor. Ze streek met haar
slanke vingers langs 't voorhoofd, en die heel-smalle rimpeltjes verdwenen. Foei! om er zoo leelijk uit te zien. Ze schaamde zich. Haar oogen schitterde weder. Ze glimlachte, ze dwong zich tot dien glimlach, en mechanisch
schoten haar de kuiltjes in de wangen. Ze liet zichzelve blozen. Nu was haar jeugd opnieuw geworden, één jeugd, één behaagziekheid. Ze tikte den jongen man op de hand. "Als je geen domme dingen tegen me zegt, zullen wij een eind gaan wandelen!"
"O!" zeide hij verwonderd, "ik dacht, dat we niets meer met elkaar..."
"Dat wil met vrouwen, en dat begrijpt de vrouwen niet. Kom!"
Ze kenden samen de geheime wegjes wel tusschen het koren, waar niet anders dan minnende paartjes komen. Wat hebben andere menschen daar ook te zoeken? Ze vatte zij hand en trok hem mede.
"Kom! o kom!" Bij een beekje, trillend van stroom, zetten zij zich neder als twee gelieven.
"Wist ik maar, dat jij het met mij meende!" zuchtte hij.
"Denk daar niet over! Wij zijn bij elkaar!" Radeloos hief hij de handen ten hemel.
"Zweer me, dat je me trouw zult zijn. Speel niet met mij."
"Hoe zal ik iets kunnen beloven?" zoo vroeg ze mijmerend.
Ze trok haar hand uit de zijne, en staarde voor zich uit. Ze weende de bitterheid harer ziel. "Dat ik niet ben als mijn zusters, die kunnen zeggen: "Van heden en toekomst ben ik zeker!" je dacht zooeven, dat jij ongelukkig was. O jij. Jouw geluk is afhankelijk van een ander — het mijne van mezelf, even wisselend van stemming als een meer! Zie me schreien nu, zie me lachen straks. Hoe haat ik in jou den eenvoud! Je ziet me maar verwonderd aan, en begrijpt niet.
Dat is weer iets voor een man, om te vragen:
"Wat ontroerd je toch?" Ze hield met schreien op, en ze verhief. Eenige malen liep ze op het smalle weggetje heen en weer. Toen keerde ze tot
hem terug.
"Recht hebben jullie, plicht hebben wij...zoo denk je. De wereldorde zal verstoord worden, nietwaar, wannneer wij ons niet meer schikken. och, voor deze wereldorde een andere." Ook hij stond op en stelde zich naats haar, zeggend: "Ik heb je stilzwijgend beloofd, en ik doe 't nu luide,
dat ik je trouw zal blijven. het is mijn plicht, deze belofte te vervullen. Ik zie niet in, dat ik jou lager stel dan mijzelf." "Dat is zoo", zeide ze verteederd."Je hebt me nu trouw beloofd...Maar jij houdt van mij." "Houd van mij — smeekte de jonge man. "Ik zal voor je werken." Ze werd ontroerd.
"Houdt je zooveel van mij?" Ze streelde hem over de haren. "Zou 't mij mogelijk zijn, ook van jou te houden?" "O! als het eens mogelijk zou zijn! Ik kom mijn belofte na!" Was het om het duizelingwekkend zonlicht, het ruischen van het koren, zachtkens door den wind bewoegen, de
triumfeerende jubel van den leeuwerik, die de al-vreugde bezong? Ze sloeg haar armen om hem heen. "Ik zal het probeeren!" beloofde ze. Sindsdien zochten ze samen vele malen het wegje; en ze raakte gewoon aan hem. Toen liet hij haar eens plechtig de belofte zeggen, die ze hem heel haar leven trouw zou blijven.
"Zoo ik mijn woord breek — " voegde zij eraan toe, "zal ik de Kerk een ton olie schenken, om in de godslamp te branden. Zóó zuiver is mijn trouw."
Hij stelde zich tevreden, en hij wist niet beter of de huwelijksdag kwam naderbij. Waar en hoe ontmoette ze den ànder? Eeuwig raadsel
der jeugd... Waarom kreeg ze den ànder lief? Haar zusteren hadden misschien geleden, zij niet. Ze behoorde tot hen, die den vorigen dag vergeten. Ze nam van haar verloofde geen afscheid. Ze liep hooghartig met
haar nieuwe vriend, en wachtte, tot hij haar zijn min zou belijden. "Kom!" zoo sprak zij, en ze voerde hem langs den kleinen weg tusschen het koren. Reeds begon zich de schuwe schemer van den zomeravond langs den hemel te spreiden...Met hém ging ze anders om dan met haar eersten minnaar.....onzekerder.......preutscher.....gevender....Hij vroeg: "Waarom heb ik je niet eerder gezien?"
"Ik ben maar een gewoon meisje", zeide ze. " Dus is 't wel te begrijpen, dat je me niet zag!"
"Wel te begrijpen, dat ik je niet zag", vroeg hij verontwaardigd. " Je oogen ... als je tegen me lacht...ik heb ze liever dan die van mijn moeder...en je stem...het is een muziek, die ik nooit eerder heb gehoord! Als je me wilde zeggen, dat je wel eens aan me denkt.... Ik zou gelukkig als een kind zijn...."
Wat moet ik dan over jou denken?"
" Denk je niet...met een beetje vriendschap aan mij?"
Hij peilde haar ziel. "Je denkt niet aan mij, zooals ik aan jou denk. Dat durf ik niet hopen. Ik heb het wel eens in een droom gedacht, maar als ik dan wakker werd, dacht ik: "het is onmogelijk!" Daarom zal ik er niet over praten.
Of wil je, dat ik erover praat?"
"Ik weet toch niet, wat je droomt? Je mag 't me wel zeggen."
'Ik droomde....dat wij langs een korenveld gingen... en dat ik je een hand gaf ... en dat je die hand aannam... en dat ik me naar jou overboog, en je kuste ....en je zei "Ik heb je lief!" toen ik wakker werd, dacht ik bij mezelf: "Dat zul je nooit durven zeggen, al is 't de waarheid."
"En toch heb je 't gezegd...O! jij slimme....slimme jongen. En wil je nu ook weten, wat ik droomde?"
"Droomde jij ook iets?" Hij trok haar naar zich toe en kuste haar. Zij lachte.
"Ja, ik droomde ook iets, maar nu kan ik 't niet zeggen!" Ze sloeg haar armen om zijn hals. "Lieveling," bad ze, "het is toch waar, dat je van me houdt. Ik kan het niet gelooven! "Zij was nu de zwakste...Zij was de smeekeling! Haar lichtzinnige hart vergat haar belofte: dat zij de Kerk een ton olie zou schenken, als ze haar woord brak tegenover haar eersten minnaar. Zij ging zorgeloos met den ander, tot de klokken klonken, en zij als witte bruid ter kerke werd geleid. Zeker dacht ze dien dag niet aan vroegere dagen....
Wie weet in dit leven, wanneer de uur des doods zal zijn? Aanschouw het spelend kind en zie het lachen! Het sterft eerder dan de grijsaard, die voorbij strompelt...
De jonge vrouw met haar ziel, vlug in dit leven als een vlinder, lag op haar ziekbed, de haren uitgespreid over het witte kussen, de ooogen groot van ontzetting. Moest zij sterven? Moest zij sterven? Waarom peinsde ze niet nog even over de ton olie, welke zij immers had beloofd! Moest zij sterven? moest zij sterven? Zachtkens rochelde zij...toen sloeg de onbewogen dood. Men voerde haar ten grave. Onder de aarde lag zij in haar doodenkleed...
en de onvervulde belofte deed haar schrikken uit haar eeuwige slaap.
Zij ontsteeg het ondergrondsche rijk, en zuchtende kwam zij, en riep tot hen: "Wee mij! ik beloofde een ton olie aan de Kerk, en ik heb tijdens mijn leven mij door mijn lichtzinnigheid ten wilden dans doen voeren, zoodat ik alles vergat, wat geen vreugde gaf. Gij levenden, gij gelukkigen, wier handen
warm zijt, gij kunt immers schenken, tot ge gelukkig wordt? Geef voor mij!"
Ze luisterde niet naar haar. Vele malen kwam ze weerom, smeekende, weerklagende, als een zondares naar de plaats van haar misdrijf. Ze had den beker gekeerd, en den drank verspild, daarvoor moest zij lijden. Toen ze dan bemerkte, dat geen der levenden haar stem wilde vernemen, werd zij door wanhoop gekweld. Rusteloos dwaalde ze door de woningen der menschen,
een men kon haar niet ontwijken. Des nachts riep haar holle stem slapenden wakker, en men zag haar staan in het duister, als een blanke nevel, die des avonds uit het land stijgt. Welk een straf moest zij lijden, wreeder dan de dood, die haar geslagen had.
Haar bloedverwanten, die zoo door haar verschrikt werden, kwamen bijeen, om over haar te spreken. Wat moest men beginnen? Wie wist een middel, om haar te verbannen? Ze moest terugkeeren naar het huis der dooden.
Eindelijk zeide een hunner: "Laten wij het een van de paters vragen uit het Kruisheerenklooster Sint-Elisabeth. Als die ons niet helpen kan, wie dan wel?" Men was over dezen raad tevreden, en men vroeg een van de goede paters, of hij de familie van haar nood wilde bevrijden. Hij stond hen bij.
Reeds den volgenden nacht keerde de geest der ongelukkige niet meer bij haar broeders en zusteren terug. Wel kon men rustig slapen. De pater had de schim naar den Gravenberg doen leiden.
Kom daar niet voorbij, als ge de stem der dooden vreest. Want nog altijd kunt ge daar haar woorden vernemen: "Ze konden mij helpen, maar ze wilden dit niet."
Geslacht op geslacht heeft dit gehoord.

Beschrijving

Meisje geeft haar woord aan een jongen, en belooft dat als ze haar belofte verbreekt, ze een ton olie aan de kerk zal schenken voor het branden van de godslamp. Ze wordt verliefd op een ander en trouwt, zonder aandacht voor haar belofte aan de kerk. Kort na haar huwelijk sterft ze. Onder de aarde denkt ze terug aan haar belofte en schrikt op uit de dood. Als geest vraagt ze haar bloedverwanten tevergeefs een ton olie in haar naam aan de kerk te schenken. Ze blijft hen lastig vallen totdat de familie een pater om raad vraagt. de pater brengt haar naar de Gravenberg waar ze nog rondspookt.

Bron

J. Cohen. Nederlandsche Sagen en Legenden II. Zutphen, 1919. p. 95-101

Naam Overig in Tekst

God    God   

Sint-Elisabeth    Sint-Elisabeth   

Kruisheren    Kruisheren   

Naam Locatie in Tekst

Roggel    Roggel   

Gravenberg    Gravenberg   

Plaats van Handelen

Roggel    Roggel   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20