Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JCOHEN16 - De drie beeldjes in het Geuldal

Een legende (boek), 1919

Hoofdtekst

De drie beeldjes in het Geuldal.

Al vanouds her dreef Ruprecht, de wilde jager, zijn spel in het Geuldal, en rossend met zijn wilden stoet, bracht hij veel onheil, want wanneer de
paarden, die wagens trokken of ruiters torsten, hem en de zijnen zagen sneller door de lucht, begonnen ze angstig te steigeren en menigmaal sloegen ze aan den hol.
Zuid-Limburg heeft vele kasteelen en de heeren waren minnaren van de jacht. Vooral één hunner, een trotsche graaf, was blijde om het najaar, als hij mocht gaan schieten op vlugge ree en schichtige haas en buitelend konijn; op wantrouwende eend, soms slimmer dan de mensch, op verscholen korhoen, op de koppel patrijzen, die zoo zeker let op iedere rimpeling van reuk en geluid. maar als hij uitreed, reed ook de wilde jager uit, en paarden en honden hielden plots stil, wanneer zij Ruprecht aanschouwden.
Eens, dat de graf weder zijn kasteel had verlaten, wilde hij zijn ros over een brug doen stappen. Aan de overzijde echter zat Ruprecht op zijn schimmig paard: ook zelf was hij een nevel gelijk. Zijn jagers spoedden zich door de lucht, vlak onder de wolken. De boomtoppen sloegen heen en weer, gelijk in een storm, takken kraakten, twijgen braken, en plots klonk er uit de stoet een langgerekt, fluitend: oe-oe-oe-oei —, dat aanhield. De graaf klopte zachtjes op den bek van het dier. Dit echter liet zich niet geruststellen. Het steigerde, en als de heer niet zoo'n goed ruiter ware geweest, zou het hem
zeker hebben neergesmakt. tevergeefs trachtte de graaf het daarna tot bedaren te brengen. Het weigerde de brug over te trekken. In den stal stond het nog op de slanke pooten te trillen, en zijn oogen staarden menschelijk-angstig.
De graaf begaf zich naar een kluizenaar, die in deze streek woonde.
"Heilige man!" zoo bad hij, "geef mij raad"...Ieder jaar, als ik uittrek, verstoort mij Ruprecht mijn jacht!" Toen zeide de kluizenaar: "Wilt gij, dat de wilde jager u niet meer belagen kan, richt dan aan den weg drie beeldjes op, ter eere van Jezus, Maria en Johannes, en beschut hen tegen den wind."
"En zal dan de wilde jager niet meer terugkeeren?"
"Dan is zijn macht gebroken, en ge kunt daar gaan jagen, zoveel ge begeert!"
"Ik zal drie beeldjes doen houwen, zooals gij me hebt aangewezen!"
Toen riep de graaf een bekwaam kunstenaar, een dienaar Gods, en deze wees hem bij de Geulbrug de plaats. waar de drie beelden moesten staan: rijzend uit de duisternis, gelijk het licht in den morgen. De kunstenaar sprak:
"Ik zal drie beelden houwen, en de liefde tot God zal mij sterk maken."
Op aanwijzingen van den kluizenaar sloeg hij een beeld, voorstellende Jezus aan het kruis, een beeld, voorstellend de Heilige Maria, een beeld, voorstellende de Heilige Johannes....
Nadat zijn arbeid gereed was, werd het weder najaar, en de graaf reed op zijn paard tot aan de brug. Daar wachtte hij even, om te zien, of niet aan de andere zijde Ruprecht's nevelige gestalte stond. Maar de wilde jager
was verdwenen, voor altijd, en vredig stonden de drie beeldjes bij den weg.

Beschrijving

Na het op aanraden van een heilige kluizenaar plaatsen van drie beeldjes, van Maria, Jezus en Johannes, verstoort de wilde jager Ruprecht nooit meer de jacht.

Bron

J. Cohen. Nederlandsche Sagen en Legenden II. Zutphen, 1919. p. 106-107

Naam Overig in Tekst

Ruprecht    Ruprecht   

God    God   

Jezus    Jezus   

Maria    Maria   

Johannes    Johannes   

Naam Locatie in Tekst

Zuid-Limburg    Zuid-Limburg   

Geuldal    Geuldal   

Geulbrug    Geulbrug   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20