Hoofdtekst
Burgemeester Roodenburg Vermaat schreef daarop de volgende brief, die te vinden is in het brievenboek in het gemeentearchief van 's-Gravendeel, aan de rijkspolitie:
"03-07-1900
...Voorts wordt sedert gisteravond omstreeks 9 ure vermist een jongetje van 5 jaren, genaamd Reinier Koster, alhier woonachtig, zoontje van Jacob Koster en Neeltje van Waardenburg.
Hij is gekleed met grijs petje, blauw dasje, bruin kieltje, zwart broekje, blauwe kousjes, schoeisel klompen.
Men vreest dat het kind in de rivier "De Kil" verdronken is.
Bij het vinden of ontdekken van bedoelde persoon wordt oogenblikkelijk bericht verzocht."
Een dag later schreef de burgemeester een brief aan de Officier van Justitie in Dordrecht.
"Aan de Officier van Justitie van Dordrecht.
Bij dezen bericht ik UEd.Achtbare dat sedert 2 Juli j.l. des avonds omstreeks 9 ure alhier vermist wordt een jongetje van 5 jaren, genaamd Reinier Koster, zoon van Jacob Koster en Neeltje van Waardenburg, beiden wonende in deze gemeente.
Men vermoedt dat het kind verdronken is in de rivier "De Kil".
De burgemeesters van de gemeenten in de omtrek zijn door mij aangeschreven en in het opsporingsgedeelte van het politieblad zal de bekendmaking opgenomen worden."
De vijfjarige Reinier Koster was dus op 2 juli 1900 spoorloos verdwenen. Zijn ouders hebben lang, tevergeefs, naar hem gezocht. Ook buren en familieleden zochten mee, vooral langs de kanten van de Kil. Als hij verdronken was, dacht men, zou hij toch wel een keer ergens aanspoelen. Maar er spoelde geen kinderlijkje aan.
Allerlei gissingen werden er gedaan. De meest voorkomende was dat de zigeuners hem hadden meegenomen. Er was immers een woonwagen met zigeuners in het dorp geweest en er ook weer uit verdwenen. Van zigeuners kon je alles verwachten, dacht men. Naspeuringen brachten echter niets op.
Er werd daarna gefluisterd, dat de joden hem zouden hebben vermoord om te gebruiken bij de bereiding van hun matses. Bijgelovige buurtbewoners gingen gewapend met schoppen naar het erf van de joodse synagoge en begonnen daar in de grond te graven , er vast van overtuigd de stoffelijke resten van het vijfjarig kind te vinden.
De burgemeester schudde zijn hoofd om zoveel bijgeloof en gaf de politie opdracht om die mensen van het erf van de joodse slager, waar zich de synagoge bevond, weg te jagen. Hij had al eerder gehoord dat er in Europa ongelooflijke verhalen de ronde deden over kinderbloed dat door joden zou gebruiken worden bij hun paasrituelen. Hij kon zich eigenlijk niet voorstellen dat die vertelsels tot in 's-Gravendeel reikten.
Omdat het graven verboden werd, bleef het dorpspraatje bestaan dat de joden er iets mee te maken zouden hebben.
Het kind werd niet gevonden."
Onderwerp
ATU 1865 - Anecdotes about Foreigners.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Vermaat   
Roodenburg Vermaat   
Jacob Koster   
Reinier Koster   
Neeltje van Waardenburg   
De Kil   
Jood   
Joden   
Naam Locatie in Tekst
Koster   
Dordrecht   
's-Gravendeel   
Europa   
