Hoofdtekst
Op den vooravond van het feest van Maria's Boodschap, begon de Heilige te Rome de graven der Apostelen "met tranen te begieten", hopende zoo de Goddelijke barmhartigheid te bewegen, ten gunste van degenen, die hem uit Gallie hadden afgezonden, en daarna , "kruipende op zijn knieën, met zijn handen op de borst kloppend, vurige kussen op den heiligen bodem drukkend, sleepte hij zich voort door het Heiligdom."
Dus strijdend en door zijn gebed en geween de zonden van zijn volk uitwisschend, werd zijn lichaam, afgemat als het was door de aanhoudende inspanning des geestes, zijn volhardend gebed en gedurig vasten, door een zachten slaap bevangen; en in een visioen zag hij, voor bet altaar, op een gouden troon Onzen Heer Jezus Christus gezeteld, met de H. Maagd Maria aan zijn rechter zijde, omstuwd van duizenden Heiligen, in wier midden hij de apostelen Petrus en Paulus onderscheidde. Toen hij dezen beschouwde, begreep hij, dat zij baden voor den dood en den ondergang van Gallië; hij zelf begon nu ook te bidden en de reden van zijn treurige pelgrimsreize te openbaren. De Heer en allen, die hem omringden, stonden evenwel tegen hem op; alleen Stefanus, de eerste martelaar, kwam hem krachtig ter hulp, doch kon alleen verkrijgen, dat de kerk van Metz, om wille van zijn edel bloed, zou gespaard blijven. Verschrikt, dat de anders zoo goedertieren Rechter niet bewogen werd, sloeg Servatius de betraande oogen op Sint Pieter, en bad hem, dat hij zich toch ontfermen zou over zijn kerk van Tongeren. Toen sprak de Apostel: ,,Broeder! wil aan deze deur, die krachtens een rechtvaardig vonnis gesloten is, niet verder kloppen; want het geroep van de Tongenaren is gekomen tot in den hemel daarom ligt de gramschap Gods over hen in eeuwigheid ! "Hoewel het medelijden der rondomstaande heiligen hem troostte, wilde Servatius geen troost aanvaarden, om wille van de boosdoeners, die niet meer zouden zijn.
Petrus nam echter zijn hand, hief hem op en sprak: ,Wat zijt gij lastig, Servatius! Gij verlangt voor uw broeders te sterven, en vervloekt te worden: uw liefde verdient goedkeuring, maar voor God is het niet geldig aan een rechtvaardige te wreken, wat de zondaar begaat. Daarom wees gij er op bedacht, den bisschoppen en ook Auctor aan te kondigen het onveranderlijk besluit des Heeren; bedroef u niet! uw lieve ziel zal binnenkort vereenigd worden met bet gezelschap der Heiligen. Ook zult gij de Hunnen zien, maar door hen zeer geëerd worden.
En de stad Tongeren zal u geen graf verstrekken, want zij heeft uw leerling onzaliglijk verworpen; doch daar is Maastricht, een koninklijke stad, die gij liefhebt; zie! gij moet weten, dat voor deze uw gebed verhoord is; zij zal u een graf zijn en een glorie, allerliefste! En ook daar ontvangt gij loon van uw arbeid, en groote eer, vooral tegen het einde van de wereld. Vaarwel dus en keer terug, overdierbare ! "De H. Petrus zei ook dit nog: ,Neem nu mijn raad aan, maak spoed, stel orde in uw huis, regel uw begrafenis, en zoek zuivere lijndoeken, want gij zult weldra vertrekken uit uw lichaam, en uw oogen zullen de onheilen niet aanschouwen, welke de Hunnen over Gallië zullen aanbrengen." Toen dit gesproken was, ontving Servatius nog de verzekering, dat allen, die in Tongeren nog boetvaardigheid zouden doen, heil zouden vinden voor hunne ziel. Verder gewerd hem de macht, aan allen, die hem aanriepen, hetzij bij hun leven, hetzij bij hun sterven, waar ook ter wereld, zoete vertroosting te geven. Bij het afscheid van den H. Petrus ontving Servatius nog een wonderbaar teeken, tot bevestiging van de hem toegezegde macht, namelijk, "een zilveren sleutel van een wonderschoon werk, opdat hij niet behoefde onder te doen voor Mozes, dien God weleer op den Berg de steenen tafelen had gegeven."
Onderwerp
SINLEG 0511 - Christus erscheint dem Heiligen.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Maria   
Gallië   
Jezus   
Petrus   
Paulus   
Stefanus   
Sint Pieter   
Servatius   
Servaas   
God   
Auctor   
Mozes   
Naam Locatie in Tekst
Rome   
Metz   
Tongeren   
Maastricht   
