Hoofdtekst
Duivels verstoren de nachtrust van den Heilige.
Toen Gerlacus op zekeren nacht uitrustte van zijn dagelijkschen arbeid, benijdden de duivels hem die rust en begonnen zij een groot lawaai te maken, juist alsof er een aanval werd gedaan op de cel. Dan weer deden zij als dieven, die heimelijk willen binnenkomen. Gerlacus hoorde hen dan spreken, en hoorde er een zeggen: "Loop toch voorzichtig en pas op voor gedruisch met de voeten, want in die cel slaapt, die nooit slaapt of sluimert." Toen de heilige man op die woorden uit zijn cel kwam, om te zien, wat er gaande was, zag of hoorde hij niemand meer en begreep hij, dat het bedrog was geweest van de booze geesten.
Toen Gerlacus op zekeren nacht uitrustte van zijn dagelijkschen arbeid, benijdden de duivels hem die rust en begonnen zij een groot lawaai te maken, juist alsof er een aanval werd gedaan op de cel. Dan weer deden zij als dieven, die heimelijk willen binnenkomen. Gerlacus hoorde hen dan spreken, en hoorde er een zeggen: "Loop toch voorzichtig en pas op voor gedruisch met de voeten, want in die cel slaapt, die nooit slaapt of sluimert." Toen de heilige man op die woorden uit zijn cel kwam, om te zien, wat er gaande was, zag of hoorde hij niemand meer en begreep hij, dat het bedrog was geweest van de booze geesten.
Onderwerp
SINLEG 0521 - Teufel quälen Heiligen.   
Beschrijving
Gerlacus lag op een dag in zijn cel uit te rusten van een dag arbeid. Een aantal duivels benijden hem en begonnen hem buiten lastig te vallen. Ze maakten veel lawaai, gedroegen zich als dieven. Toen een sprak: "Loop toch voorzichtig, want degene die in die cel ligt, slaapt nooit", ging de heilige kijken wat er gaande was. Er was echter niets te zien. Toen begreep hij dat hij bedrogen was door boze geesten.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925. p. 20
Commentaar
1925
Dit verhaal over Sint Gerlacus valt onder het hoofdstuk: Van Heiligen en Vromen.
Teufel quälen Heiligen.
Naam Overig in Tekst
Gerlacus   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
