Hoofdtekst
Den commandeur, Antonij Kaen, soude van eenige Engelse bij Masulipatam vergast werden. Soo riep hij sijn schipper, die hem duyvels kout mogt, binnen. R. 'Gij weet dat de Engelse ons vandaeg sullen bestormen, en gij kent de onmagt van onse wijn, daervan sal u de d[uyvel] haelen, soo gij uw glaesen uytdrinckt, want dan souden wij met schande bestaen en dat vooreen natie die soo hoovaerdig is.' R. 'Het sal soo geschiên.' De gasten quaemen. De schipper soop glas op glas tot den bodem toe uyt. Kaen die wenckte somtijts, maer hij kreunde sigh daer niet aen. Doe evenwel de leste carbas open ging, keeck hij hem eens dwars aen, seggende: 'Schipper, gij weet wel wattergeseyt is?' R. 'Dat sal wel gaen, heer.' De fles was ontrent half uyt, of het begon schrickelijk in den kajuyt te roocken, uyt de constapels camer, daer hij nat stroo had geleyt, dat elk riep: 'Brand, brand!' en de gasten over boort bruijden.
Beschrijving
De commandeur Antonij Kaen zou Engelsen te gast krijgen. Hij roept zijn schipper, zeggende hem niet te drinken, want de Engelsen zullen hen gaan bestormen. De schipper drinkt echter zeer veel zodra de gasten komen, ondanks de herhaaldelijke waarschuwingen van Kaen. Uiteindelijk blijkt de schipper de Engelsen met een list toch te slim af te zijn.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
derde kwart 17e eeuw
Naam Overig in Tekst
Antonij Kaen   
Engeland
VOC
VOC
Naam Locatie in Tekst
Masulipatam   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
