Hoofdtekst
Jurrie soude gehangen worden. De biechtvader was vast besig met hem te troosten, seggende dat hij geluckig was dat hij noch dien selfden avont met G[od] en de h[eilige] engelen 't avontmael in den hemel soude eten. R. 'Och, mijn goede vader, als ik er maer morgen kom, het sal al wel gegaen zijn.' R. 'Hoe praet gij soo, ik seg u dat gij desen avond het avondmael daer nog smaecken sult.' R. 'Och pater, ik ben so swack, ik vrees dat ick er door mijn weynig spoet den hont in de pot vinden sal. Dat gij er voor mij gingt?' R. 'Och soon, dat soude een saeck zijn van te grooten disordre, want men gaet stracks tot onsent het middagmael houden etc.' De galg stont juyst ontrent, ja hing bijna over een groot waeter. De dief onverduldig van dit teemen wordende, stiet de paep van boven neer, seggende: 'Wel, als er dan gegeten sal worden, soo loopt gij vooruyt en spoelt de glaesen.'
Beschrijving
Jurrie zou opgehangen worden. De biechtvader troostte hem door te zeggen dat hij vanavond nog met God en de heiligen aan het avondmaal zou zitten, maar Jurrie zei zich zo zwak te voelen, dat hij door zijn traagheid vast het diner zou missen, ondanks dat de paap dat tegensprak. Uiteindelijk stak de dief de pater neer, zeggende: 'als er dan gegeten gaat worden, ga dan vooruit en spoel de glazen.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
derde kwart 17e eeuw
Naam Overig in Tekst
Jurrie   
God   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
