Hoofdtekst
'Ick hebbe dickwels gespeculeert', segde den hertog van Ferrara, 'wat soort van menschen wel het meeste getal in dese stad uytmaeckten.' Jonelle, sijn nar, seyde: 'ik ook, maer ik heb het uytgevonden en het zijn de doctoren.' R. 'Hoe kan dat zijn, ik wedde 2 tegen één het contrary.' R. 'Sijn Hoocheyt mag niet af.' Jonelle leyde des anderendaegs een pleyster op sijn wang, die van klinck was en sugte en steende en kermde, dat het selfs een Pharizeër soude ontfermt hebben. R.'Wat schort u, Jonelle?' R. 'Een onverdraegelijcke tantpijn.' Den één gaf dese, den anderen die remedie en alle dese schreef hij bij naeme op. Soo ging hij de heele stad deur, tot hij eyndelijck aen het hofquam. Daer yder soo hoog als leeg, met barmhertigheyt bewogen zijnde, hem remedie gaf tot den hertog incluys. Hij teyckende alle dese namen bij de vorige en gaf se soo gesamentlijck aen den hartog over, die moest bekennen dat hij't quijt was.
Onderwerp
ATU 1862E - The Most Common Profession.   
Beschrijving
De hertog van Ferrara wil weten van welke soort mensen er het meest in zijn stad wonen. Jonelle de nar zei dat dat de dokters waren. De hertog wilde dit niet geloven, dus sloten ze een weddenschap. De nar veinst de volgende dag een vreselijke tandpijn. Iedereen, door medelijden bewogen, schreef hem een of ander middeltje voor. Met al deze adviezen kwam hij terug bij de hertog, die hem nu wel gelijk moest geven.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
derde kwart 17e eeuw
Naam Overig in Tekst
Jonelle   
Farizeeer   
Naam Locatie in Tekst
Ferrara   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
