Hoofdtekst
Van der Lisse, burgermeester van Den Hage, was tot Rijswijck met eenige
vrienden vrolijck. Ontrent de middernagt nam hij sijn mantel in willens om na
huys te gaen. R. 'Wat sal dat wesen, heer, burgemeester, so laet in de nagt, sulcken
vuylen weg en soo quaden weer!' R. 'Dat sal mij niet beletten, en ik hebbe het
belooft en sal oock maken t' avont thuijs te zijn, als soude ik de gantse nacht
wandelen.'
vrienden vrolijck. Ontrent de middernagt nam hij sijn mantel in willens om na
huys te gaen. R. 'Wat sal dat wesen, heer, burgemeester, so laet in de nagt, sulcken
vuylen weg en soo quaden weer!' R. 'Dat sal mij niet beletten, en ik hebbe het
belooft en sal oock maken t' avont thuijs te zijn, als soude ik de gantse nacht
wandelen.'
Beschrijving
Van der Lisse, de burgemeester van Den Haag, was in Rijswijk en wilde om middernacht weer naar huis gaan. Als iemand hem wijst op het slechte weer, de vuile weg en het late tijdstip, zegt hij beloofd te hebben 's avonds thuis te zijn, ook al moest hij de hele nacht lopen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
derde kwart 17e eeuw
Naam Overig in Tekst
Van der Lisse   
Naam Locatie in Tekst
Den Haag   
Rijswijk   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
