Hoofdtekst
REINOUT VAN VALKENBURG.
Toen graaf Reinout van Valkenburg uit den oorlog kwam, ging zijn moeder hem tegemoet en vertelde hem de blijde gebeurtenis. Zijn vrouw had hem een zoon geschonken. Dat was de eerste dag. Maar toen zij zijn wonden zag, meende zij, dat het voor de gravin beter was, Reinout niet te zien. Reinout, doodziek van de koorts zijner wonden, vroeg nog een blank gespreid bed, en daar, waar zijn vrouwe niets van zijn aanwezigheid kon merken, legde hij zich neer en stierf, zonder zijn vrouw of zijn zoon te hebben gezien. Den tweeden dag, toen de gravin de klokken hoorde luiden voor den doode, die haar zoo dierbaar was en die zij in verre streken nog in leven waande, vroeg zij aan de moeder van haar heer, waarom toch de klokken zoo droevig klonken, De moeder suste haar en zeide: "Voor een processie."
Den derden dag, toen de gravin de lijkkist van Reinout hoorde dichtspijkeren, vroeg zij, wat dat toch voor getimmer was in het slot. De moeder suste haar en zeide, dat de timmerlieden de zoldering herstelden.
Den vierden dag, toen de gravin de priesters de gebeden hoorde zingen in den lijkstoet, vroeg zij, wat die doodenzang toch te beduiden had. De moeder suste haar en zeide, dat het de pelgrims van Aken waren, die naar San Jago di Compostella trokken. Den negenden dag, toen de gravin vroeg, welk kleed zij den volgenden dag aantrekken zou, suste de moeder haar en zeide, maar liever geen bonte kleeding te gaan dragen, wijl zwart haar wel beter zou staan. En toen de gravin vroeg, waarom zij dan moest gaan als een rouwende, viel de moeder de jonge vrouw om den hals en snikte zij het uit, wat zij niet meer voor zich kon houden: dat de jonge graaf overleden en begraven was. En toen de jonge gravin, krankzinnig van droefheid, de aarde verzocht, zich te openen en haar te vereenigen met haar gemaal, spleet de barmhartige aarde vaneen en verzonk het slot in de diepte met de jonge gade, die zich dus vereenigde met haar geliefden Reinout. Waar eens het slot stond, wortelt zich sinds een reusachtige eik. Nog elken avond zweven om zijn top twee blanke duiven, duif en doffer.
Toen graaf Reinout van Valkenburg uit den oorlog kwam, ging zijn moeder hem tegemoet en vertelde hem de blijde gebeurtenis. Zijn vrouw had hem een zoon geschonken. Dat was de eerste dag. Maar toen zij zijn wonden zag, meende zij, dat het voor de gravin beter was, Reinout niet te zien. Reinout, doodziek van de koorts zijner wonden, vroeg nog een blank gespreid bed, en daar, waar zijn vrouwe niets van zijn aanwezigheid kon merken, legde hij zich neer en stierf, zonder zijn vrouw of zijn zoon te hebben gezien. Den tweeden dag, toen de gravin de klokken hoorde luiden voor den doode, die haar zoo dierbaar was en die zij in verre streken nog in leven waande, vroeg zij aan de moeder van haar heer, waarom toch de klokken zoo droevig klonken, De moeder suste haar en zeide: "Voor een processie."
Den derden dag, toen de gravin de lijkkist van Reinout hoorde dichtspijkeren, vroeg zij, wat dat toch voor getimmer was in het slot. De moeder suste haar en zeide, dat de timmerlieden de zoldering herstelden.
Den vierden dag, toen de gravin de priesters de gebeden hoorde zingen in den lijkstoet, vroeg zij, wat die doodenzang toch te beduiden had. De moeder suste haar en zeide, dat het de pelgrims van Aken waren, die naar San Jago di Compostella trokken. Den negenden dag, toen de gravin vroeg, welk kleed zij den volgenden dag aantrekken zou, suste de moeder haar en zeide, maar liever geen bonte kleeding te gaan dragen, wijl zwart haar wel beter zou staan. En toen de gravin vroeg, waarom zij dan moest gaan als een rouwende, viel de moeder de jonge vrouw om den hals en snikte zij het uit, wat zij niet meer voor zich kon houden: dat de jonge graaf overleden en begraven was. En toen de jonge gravin, krankzinnig van droefheid, de aarde verzocht, zich te openen en haar te vereenigen met haar gemaal, spleet de barmhartige aarde vaneen en verzonk het slot in de diepte met de jonge gade, die zich dus vereenigde met haar geliefden Reinout. Waar eens het slot stond, wortelt zich sinds een reusachtige eik. Nog elken avond zweven om zijn top twee blanke duiven, duif en doffer.
Onderwerp
SINSAG 1141 - Das versunkene Schloss. Schlechter Ritter von der Erde verschluckt.   
Beschrijving
Reinout van Valkenburg komt terug van de oorlog. Maar zijn moeder zegt dat zijn vrouw, de gravin, hem beter niet kan zien vanwege zijn ernstige verwondingen. De gravin heeft net een baby gekregen, maar Reinout sterft en heeft zijn vrouw en zoon niet meer kunnen zien. De moeder van Reinout houdt het slechte nieuws van Reinout's sterven voor de gravin verborgen. Als de gravin een doodskist dichtgespijkerd hoort worden, doodsklokken hoort luiden en een begrafenisstoet hoort zingen, weet haar schoonmoeder iedere keer een leugen te verzinnen, zodat de vrouw niet ongerust wordt. Tenslotte, als haar schoonmoeder haar vraagt om rouwkleren aan te doen, kan deze het niet meer voor zich houden en vertelt de gravin de droeve waarheid. Hierop vraagt de gravin om met Reinoud in het graf verenigd te worden. De barmhartige aarde beantwoordt haar verzoek en verzwelgt het slot met de gravin. Op de plek groeit nu een reusachtige eikeboom, waaromheen twee blanke duiven vliegen.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Commentaar
1925
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Historische sagen'.
Das versunkene Schloss
Naam Overig in Tekst
Reinout van Valkenburg   
San Jago di Compostella   
Naam Locatie in Tekst
Aken   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
