Hoofdtekst
Naar aanleiding van de vraag over oude verhalen, klopgeesten etc. wist wed. A. Boedeltje-Stijkel het volgende te vertellen.
Toen haar ouders Karel Stijkel en Catharina Koers nog kort getrouwd waren, was het volgende gebeurd. Karel Stijkel was timmerman van beroep en in die tijd waren het lange werkdagen en de verdiensten laag. Haar moeder ging daarom uit werken. Tegen de avond haastte zich dan naar huis om het eten nog klaar te maken. 's Avonds wachtte dan nog haar huiswerk. 't Werd vaak laat op de avond dat ze vermoeid te bed ging. Haar man was meestal al eerder te bed gegaan. Op een avond was haar vader reeds te bed gegaan en haar moeder was nog druk aan 't verstelwerk bezig. 't Was al diep in de avond, toen hoorde ze in 't achterhuis, waar de werkbank van haar man stond, kloppen en schaven. 't Was alsof iemand druk aan 't werk was. Dodelijk verschrikt maakte ze haar man wakker en zei, dat er een inbreker in 't achterhuis was. Stijkel kwam het bed uit en ging op onderzoek uit. Er was echter niets te bespeuren. Toen moeder Stijkel volhield dat ze kloppen en schaven had gehoord, liet Stijkes zich ontvallen: "Den mout ik zeker 'n kist moaken". Daarop gingen ze ter ruste. De volgende dag kreeg Stijkel inderdaad een opdracht een doodkist te maken. Moeder Stijkel heeft toen gezegd: "Dat is de eerste, moar ook de leste kist, dei toe moakst". Daaraan heeft Stijkel zich ook gehouden.
Toen haar ouders Karel Stijkel en Catharina Koers nog kort getrouwd waren, was het volgende gebeurd. Karel Stijkel was timmerman van beroep en in die tijd waren het lange werkdagen en de verdiensten laag. Haar moeder ging daarom uit werken. Tegen de avond haastte zich dan naar huis om het eten nog klaar te maken. 's Avonds wachtte dan nog haar huiswerk. 't Werd vaak laat op de avond dat ze vermoeid te bed ging. Haar man was meestal al eerder te bed gegaan. Op een avond was haar vader reeds te bed gegaan en haar moeder was nog druk aan 't verstelwerk bezig. 't Was al diep in de avond, toen hoorde ze in 't achterhuis, waar de werkbank van haar man stond, kloppen en schaven. 't Was alsof iemand druk aan 't werk was. Dodelijk verschrikt maakte ze haar man wakker en zei, dat er een inbreker in 't achterhuis was. Stijkel kwam het bed uit en ging op onderzoek uit. Er was echter niets te bespeuren. Toen moeder Stijkel volhield dat ze kloppen en schaven had gehoord, liet Stijkes zich ontvallen: "Den mout ik zeker 'n kist moaken". Daarop gingen ze ter ruste. De volgende dag kreeg Stijkel inderdaad een opdracht een doodkist te maken. Moeder Stijkel heeft toen gezegd: "Dat is de eerste, moar ook de leste kist, dei toe moakst". Daaraan heeft Stijkel zich ook gehouden.
Onderwerp
SINSAG 0486 - Andere Todesvorzeichen.   
Beschrijving
Vrouw van timmerman hoort 's avonds kloppen en schaven, maar er is niets te zien. Haar man zegt dat dan zijn volgende werk het maken van een doodkist zal zijn. De volgende dag krijgt hij de opdracht om een doodkist te maken.
Bron
Collectie Sportel, verslag 1, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Karel Stijkel   
Catharina Koers   
Stijkel   
Plaats van Handelen
Scheemda   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
