Hoofdtekst
Pepijn, de koning van de Franken, trok op zekeren dag met zijn reiswagen naar Sint-Pietersburg, om te biechten bij den Heiligen Plechelmus. Hij verdwaalde in het Heizelaars-broek en zijn wagen zonk tot over de assen in het moeras. Dit duurde tot er lieden van Pey en de Slek kwamen toegeloopen, die hem zijn wagen uit het slijk hielpen en brachten tot op den goeden weg.
Uit dank schonk hij aan de dorpsbewoners het Echterwald en liet over de plaats, waar zijn wagen wegzonk, een koperen brug slaan die de Pepinusbrug heette.
Deze brug zonk later ook weg in het moeras en werd door een houten vervangen. Ze zonk zoo diep, dat zij niet meer werd gevonden, ook niet, toen er bij volle maan en met fonkelnieuwe spaden naar werd gegraven. Zij zit, als alle verzonken dingen, te diep.
Onderwerp
TM 2601 - Hoe het dorp (de stad, heuvel, straat, een plek of het stuk land) aan z'n naam is gekomen   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Pepijn   
Sint-Pietersburg   
Heiligen Plechelmus   
Heizelaars-broek   
Slek   
Echterwald   
Naam Locatie in Tekst
Franken   
Pey   
Pepinusbrug   
