Hoofdtekst
RED MIJ! RED MIJ!
Sinds den tijd, dat er bij den heer van het slot Terheyden in de Brunssummerhei een roode knecht diende, had de heer den naam, met den duivel op goeden voet te staan.
Hij had al lang geprobeerd het mooiste meisje van Brunssum tot zich te lokken, om zijn hartstocht te bevredigen, maar het was ook zijn rooden knecht nog niet gelukt aan dien wensch van zijn heerschap te voldoen. Het meisje wilde van geen beloften of verzoeken hooren.
Toen de jonker zag, dat het niet ging met beloften, besloot hij tot list en geweld. Hij kocht een oud wijf om, dat den naam had een heks te zijn. Zij zou zilveren voorwerpen aan het slot toebehoorende verstoppen in de schuur van het ouderlijk huis van den vrijer van het meisje. Dan zou de slotheer wel zorgen voor de rest.
Het was in den tijd van de Bokkenrijders; moorden, diefstallen en branden waren aan de orde van den dag. Op zekeren nacht brandde het in de schuren van het slot Terheyden en den volgenden morgen heette het ook, dat er was gestolen. Alles werk van de Bokkenriiders.
Het gerecht te Maastricht werd verwittigd en kwam met zijn gerechtsdienaars. Bij bet onderzoek werd ook het oude wijf gehoord. Zij beweerde een en ander te hebben gezien en te hebben afgeluisterd, namelijk dat het gestolen zilver zou worden verstopt in de schuur van het ouderlijk huis van den jonkman. Zij durfde daar haar eed op te doen. De schuur werd doorzocht en het zilver gevonden. Het bewijs was vernietigend; de jongeman werd naar de gevangenis te Maastricht gevoerd. Drie dagen later kwam het meisje naar het slot Terheyden. Zij wilde probeeren den slotheer te vermurwen. Hij beloofde dan ook haar liefste te redden, mits zij hem ter wille was. Op haar weigering gaf hij haar vier en twintig uren tijd zich te bedenken.
Den volgenden dag keerde zij terug, tot alles bereid. Zij bleef op het slot en hoopte maar en hoopte maar, tot zij op een morgen van uit het raam zag, hoe mannen op den Heksenberg, waar de galg stond, bezig waren met ladders. Zij huiverde, want zij begon iets te vermoeden. "Wat gaat er nu gebeuren?" vroeg zij angstig aan den jonker.
,,Hij krijgt, wat bij verdiend heeft!" snauwde deze haar terug. "Daar was geen uitweg. Laat de duivel hem redden, als hij kán. Toen hij dit zeide, zag zij plotseling de horens boven de haren van zijn hoofd uitsteken.
Red mij! Red mij!" schreeuwde zij wanhopig, terwijl zij voor hem vluchtte. Hij achtervolgde haar en haar hulpgeroep klonk telkens op een hoogere verdieping.
Het klonk nog op de torentrap en van de daklijst, toen uit den helderen hemel een slag daverde over de heide en het kasteel plotseling wegzonk in de diepte, waarover het water van de grachten zich sloot. Nog dikwijls werd 's nachts die vrouwenstem gehoord, die dan hier en dan daar maar altijd: "Red mij! Red mij!" riep.
Sinds den tijd, dat er bij den heer van het slot Terheyden in de Brunssummerhei een roode knecht diende, had de heer den naam, met den duivel op goeden voet te staan.
Hij had al lang geprobeerd het mooiste meisje van Brunssum tot zich te lokken, om zijn hartstocht te bevredigen, maar het was ook zijn rooden knecht nog niet gelukt aan dien wensch van zijn heerschap te voldoen. Het meisje wilde van geen beloften of verzoeken hooren.
Toen de jonker zag, dat het niet ging met beloften, besloot hij tot list en geweld. Hij kocht een oud wijf om, dat den naam had een heks te zijn. Zij zou zilveren voorwerpen aan het slot toebehoorende verstoppen in de schuur van het ouderlijk huis van den vrijer van het meisje. Dan zou de slotheer wel zorgen voor de rest.
Het was in den tijd van de Bokkenrijders; moorden, diefstallen en branden waren aan de orde van den dag. Op zekeren nacht brandde het in de schuren van het slot Terheyden en den volgenden morgen heette het ook, dat er was gestolen. Alles werk van de Bokkenriiders.
Het gerecht te Maastricht werd verwittigd en kwam met zijn gerechtsdienaars. Bij bet onderzoek werd ook het oude wijf gehoord. Zij beweerde een en ander te hebben gezien en te hebben afgeluisterd, namelijk dat het gestolen zilver zou worden verstopt in de schuur van het ouderlijk huis van den jonkman. Zij durfde daar haar eed op te doen. De schuur werd doorzocht en het zilver gevonden. Het bewijs was vernietigend; de jongeman werd naar de gevangenis te Maastricht gevoerd. Drie dagen later kwam het meisje naar het slot Terheyden. Zij wilde probeeren den slotheer te vermurwen. Hij beloofde dan ook haar liefste te redden, mits zij hem ter wille was. Op haar weigering gaf hij haar vier en twintig uren tijd zich te bedenken.
Den volgenden dag keerde zij terug, tot alles bereid. Zij bleef op het slot en hoopte maar en hoopte maar, tot zij op een morgen van uit het raam zag, hoe mannen op den Heksenberg, waar de galg stond, bezig waren met ladders. Zij huiverde, want zij begon iets te vermoeden. "Wat gaat er nu gebeuren?" vroeg zij angstig aan den jonker.
,,Hij krijgt, wat bij verdiend heeft!" snauwde deze haar terug. "Daar was geen uitweg. Laat de duivel hem redden, als hij kán. Toen hij dit zeide, zag zij plotseling de horens boven de haren van zijn hoofd uitsteken.
Red mij! Red mij!" schreeuwde zij wanhopig, terwijl zij voor hem vluchtte. Hij achtervolgde haar en haar hulpgeroep klonk telkens op een hoogere verdieping.
Het klonk nog op de torentrap en van de daklijst, toen uit den helderen hemel een slag daverde over de heide en het kasteel plotseling wegzonk in de diepte, waarover het water van de grachten zich sloot. Nog dikwijls werd 's nachts die vrouwenstem gehoord, die dan hier en dan daar maar altijd: "Red mij! Red mij!" riep.
Onderwerp
SINSAG 1141 - Das versunkene Schloss. Schlechter Ritter von der Erde verschluckt.   
Beschrijving
Een burchtheer probeert met hulp van zijn knecht de gunst van een meisje te krijgen. Omdat het meisje niet ontvankelijk is voor beloften en aanzoeken, doet de knecht het met een list. Hij zorgt ervoor dat de vrijer van het meisje van diefstal wordt verdacht en in de gevangenis belandt. De slotheer belooft hem te redden als het meisje.... Het meisje is tot alles bereid. Maar als zij later een galg ziet opgesteld worden, krijgt zij argwaan. Ineens ziet ze horens uit het hoofd van de slotheer groeien. Ze vlucht weg, met de duivel achter haar aan. Tot het slot ineens in de diepte wegzinkt. Nog altijd is daar een vrouwenstem te horen die 'Red mij! Red mij!' roept.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Commentaar
1925
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van verzonken klokken en kasteelen'.
Das versunkene Schloss
Naam Overig in Tekst
Terheyden   
Brunssummerhei   
Bokkenrijders   
Heksenberg   
Duivel   
Naam Locatie in Tekst
Brunssum   
Maastricht   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
