Hoofdtekst
Op warme dagen vertoont zich boven de Afferdsche heide de ,,Houwvrouw". Hoewel zij zelf onzichtbaar is, ziet men haar trekken door de lucht en alles wat licht is opnemen in haar vaart naar den Hussenberg of de Eerd. Daar rust zij uit. Want daar is zij gekomen aan de woning bij van Aart met den grijzen baard, den koning van de Alvermannetjes, die daar in de aarde samenwoont met Wigant den strooper, Wim den visscher en Wieland den smid, de hoof den van bet kaboutervolk. Daar wordt gesmeed en gewerkt en rooken soms de vossenpijpen en dassengangen. Zoo was het vroeger, maar nu woont er maar meer een droevig overblijfsel van het sluwe volkje, welks gouden tijd al lang voorbij is. Toch lachen ze soms nog, dat het schatert, als spechtenroep over de heide en zitten op den uitkijk. Zij zijn ook nog wel eens vroolijk, als in den maneschijn de alven, hun vrouwtjes boven de meertjes, bij het sjirpen van de krekels haar Iichte dansen uitvoeren tusschen de vlugge dwaal en hiplichtjes.
Ze bewaren en bewaken trouw de verborgen schatten en hun vorstenkroontjes en leeren elkander nog de geheime eigenschappen van steen en plant. Maar van den mensch willen zij niets meer weten. Die heeft hen te zeer bedreigd en te minachtend behandeld. Zij malen 's nachts niet meer voor een bord vol boonen, gelijk zij het deden voor den luien molenaar van Plees en poetsen voor wat kaas of eieren ook niet meer het koper voor de trage dienstmeiden van den Schenckenhof. Die mogen dat nu zelf doen, omdat er van haar zoo nieuwsgierig is geweest.
Onderwerp
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Alvermannetjes   
Afferdse heide   
Houwvrouw   
Hussenberg   
Eerd   
Aart met de grijze baard   
Alvermannetjes   
Wigant   
Wim   
Wieland   
Plees   
Schenckenhof   
