Hoofdtekst
DE WRAAK DER ALVERMANNETJES.
Te Meerssen klopte het 's avonds altijd op de luiken. Dat deden de alvermannetjes. Ze riepen dan altijd: ,,Leent me dit, leent 'me dat?" Ze vroegen meestal kookgerei. De menschen moesten gebruikte ketels, potten en pannen buiten zetten en dan kwamen de ventjes ze halen.
's Morgens vonden de bewoners hun huisraad weer terug, goed schoongemaakt en blinkend gepoetst.
lemand, die het fijne van alles wilde weten, keek eens op een avond, toen er buiten weer zulk een ventje riep: leen me dit, leen me dat, door het sleutelgat; toen werd hem een oog uitgeblazen.
Te Doenrade onder Oirsbeek had een knecht stukken van versleten schoenlappen gedaan in de rijstepap, die klaar werd gezet als de Alvermannetjes kwamen. Zij kregen anders brokken peperkoek, maar de knecht meende een hééle baas te zijn, met de ventjes eens voor den gek te kunnen houden. Toen hij den pot klaar had gezet, ging hij boven het dampgat van den zolder liggen om den maaltijd van de kabouters af te kijken.
"Wat zijn die brokken hard, vandaag?" vroeg een van de mannetjes. "Dat is een poets van den knecht. Zie je hem niet? Blaas hem eens gauw het licht uit!" antwoordde een ander ventje. Den volgenden dag had de grappige knecht een oog verloren.
Te Meerssen klopte het 's avonds altijd op de luiken. Dat deden de alvermannetjes. Ze riepen dan altijd: ,,Leent me dit, leent 'me dat?" Ze vroegen meestal kookgerei. De menschen moesten gebruikte ketels, potten en pannen buiten zetten en dan kwamen de ventjes ze halen.
's Morgens vonden de bewoners hun huisraad weer terug, goed schoongemaakt en blinkend gepoetst.
lemand, die het fijne van alles wilde weten, keek eens op een avond, toen er buiten weer zulk een ventje riep: leen me dit, leen me dat, door het sleutelgat; toen werd hem een oog uitgeblazen.
Te Doenrade onder Oirsbeek had een knecht stukken van versleten schoenlappen gedaan in de rijstepap, die klaar werd gezet als de Alvermannetjes kwamen. Zij kregen anders brokken peperkoek, maar de knecht meende een hééle baas te zijn, met de ventjes eens voor den gek te kunnen houden. Toen hij den pot klaar had gezet, ging hij boven het dampgat van den zolder liggen om den maaltijd van de kabouters af te kijken.
"Wat zijn die brokken hard, vandaag?" vroeg een van de mannetjes. "Dat is een poets van den knecht. Zie je hem niet? Blaas hem eens gauw het licht uit!" antwoordde een ander ventje. Den volgenden dag had de grappige knecht een oog verloren.
Onderwerp
SINSAG 0065 - Zwerge wollen nicht belauert werden   
Beschrijving
De Alvermannetjes maakten in Meerssen de potten en pannen van de bewoners schoon, in ruil voor rijstepap met brokken peperkoek. Een nieuwsgierigaard werd eens een oog uitgeblazen toen hij door het sleutelgat keek, terwijl de mannetjes kwamen. Een knecht die de mannetjes een poets wilde bakken door schoenlappen in de pap te doen, verloor eveneens een oog.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Commentaar
1925
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van reuzen en dwergen'.
Zwerge wollen nicht belauert werden: Neugierigen das Auge ausgestochen
Naam Overig in Tekst
Alvermannetjes   
Naam Locatie in Tekst
Meerssen   
Doenrade   
Oirsbeek   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
