Hoofdtekst
Het doden- of geestenhemd
In een herenhuis op het Sint-Servatiusklooster, achter de Sint-Janskerk te Maastricht, woonde eens een dienstmeisje dat voor niets bang was.
Op zekere dag kwam iemand haar vertellen dat er achter Sint-Jan alle nachten tussen twaalf en één een spook liep, dat maar alleen een hemd aanhad.
'Daar ben ik niet bang voor!' zei het meisje, 'als het komt, trek ik het zijn hemd uit!'
En 's nachts ging zij achter Sint-Jan, op het spookuur, de geest afwachten. Nauwelijks had het dan ook twaalf uur geslagen, of daar vertoonde zich het spook, juist zoals men het haar had verteld. Het was enkel gekleed in een lang wit hemd.
Het dienstmeisje meende echter, dat dit alles maar een grap was en dat men het spook op haar afstuurde om haar bang te maken.
Toen het spook dan ook op haar afkwam, riep zij het al toe: 'Ha! Je wilt me bang maken! Maar wacht wat!'
Meteen sprong ze op het spook af en trok dit het hemd uit, waarop het spook verdween.
Het meisje nam het hemd mee naar huis, maar toen zij het nakeek kwam zij tot de onaangename ontdekking dat het was gemerkt met de beginletters van de naam van een lid van de familie waar ze bij diende. Die man was dood en het was zijn doodshemd dat zij in de hand hield. Het was dus een echte geest geweest die zij het hemd had uitgetrokken.
Zij had nu geen rust meer, tot zij bij het biechten het hele geval aan de geestelijke vertelde. Deze eiste nu van haar dat zij de geest zijn eigendom zou teruggeven en hem het hemd weer zou aantrekken.
Met tegenzin beloofde het meisje, dit te zullen doen, want zij wist uit verhalen van anderen, die in hetzelfde geval hadden verkeerd dat dit de enige manier was om het hemd behoorlijk kwijt te raken. Eer zou zij toch geen rust hebben.
Zij begaf zich dan de volgende nacht weer achter Sint-Janskerk en trok het spook, toen het zich vertoonde, het hemd weer aan. Na hetgeen zij hierbij doorstond, leefde zij geen drie dagen meer.
In een herenhuis op het Sint-Servatiusklooster, achter de Sint-Janskerk te Maastricht, woonde eens een dienstmeisje dat voor niets bang was.
Op zekere dag kwam iemand haar vertellen dat er achter Sint-Jan alle nachten tussen twaalf en één een spook liep, dat maar alleen een hemd aanhad.
'Daar ben ik niet bang voor!' zei het meisje, 'als het komt, trek ik het zijn hemd uit!'
En 's nachts ging zij achter Sint-Jan, op het spookuur, de geest afwachten. Nauwelijks had het dan ook twaalf uur geslagen, of daar vertoonde zich het spook, juist zoals men het haar had verteld. Het was enkel gekleed in een lang wit hemd.
Het dienstmeisje meende echter, dat dit alles maar een grap was en dat men het spook op haar afstuurde om haar bang te maken.
Toen het spook dan ook op haar afkwam, riep zij het al toe: 'Ha! Je wilt me bang maken! Maar wacht wat!'
Meteen sprong ze op het spook af en trok dit het hemd uit, waarop het spook verdween.
Het meisje nam het hemd mee naar huis, maar toen zij het nakeek kwam zij tot de onaangename ontdekking dat het was gemerkt met de beginletters van de naam van een lid van de familie waar ze bij diende. Die man was dood en het was zijn doodshemd dat zij in de hand hield. Het was dus een echte geest geweest die zij het hemd had uitgetrokken.
Zij had nu geen rust meer, tot zij bij het biechten het hele geval aan de geestelijke vertelde. Deze eiste nu van haar dat zij de geest zijn eigendom zou teruggeven en hem het hemd weer zou aantrekken.
Met tegenzin beloofde het meisje, dit te zullen doen, want zij wist uit verhalen van anderen, die in hetzelfde geval hadden verkeerd dat dit de enige manier was om het hemd behoorlijk kwijt te raken. Eer zou zij toch geen rust hebben.
Zij begaf zich dan de volgende nacht weer achter Sint-Janskerk en trok het spook, toen het zich vertoonde, het hemd weer aan. Na hetgeen zij hierbij doorstond, leefde zij geen drie dagen meer.
Beschrijving
Een brutaal dienstmeisje trekt 's nachts als zij een spook ziet, hem het hemd uit, menende dat het een grap is. Thuisgekomen komt zij erachter dat het een echt doodshemd is van een overleden familielid van haar meester. Van een geestelijke moet ze het spook het hemd weer aandoen, eerder zal zij geen rust vinden. Het lukt, maar na wat zij daarbij doorstaan had, leefde ze geen drie dagen meer.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van spoken'.
Naam Overig in Tekst
Sint-Servatiusklooster   
Sint-Jan   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Janskerk   
Maastricht   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
