Hoofdtekst
Voorloop of voorgaan, daar weet ik wel iets van. Zelf heb ik nooit iets van te voren gezien. 'k Heb wel gereisd door donkere bossen in duistere nachten.
Ja zeker, je schrok wel eens.
Maar 'k had de gewoonte, om er op af te gaan, als er iets geheimzinnigs in de buurt was. Dan had het doorgaans niks te betekenen.
Weet je, dat de mensen vaak bang waren voor een losgebroken schaap? Als zo'n dier is verdwaald en in 't donker iemand bemerkt, loopt het achter je aan.
Kijk je dan achterom, dan zie je een paar felle ogen. "Da's de duvel", zeiden de lui dan vroeger. Vooral, als ze ook nog een ketting hoorden rammelen.
Want de "zwarte knecht" had een ketting om de poot.
Dan nog eens, ik heb geen vreemde dingen gezien.
Mijn vader echter wel.
Die moest zelfs soms zijn bed uit; hij ging dan de weg op en daar kwam hij dan meestal een lijkstatie tegen. Ook is 't wel gebeurd, dat hij naar een kanaal getrokken werd over een pad dwars door 't veld. Waarom?
Wel, 'n poos later is er een kind verdronken. De stakker is langs dat pad naar huis gebracht. Ja, 't lijkt vreemd, maar mijn vader kon dat nu eenmaal zien.
Eens kwam hij een vrouw tegen.
's Avonds weer natuurlijk. 't Was een sombere gedaante in 't zwart gekleed.
Ze staan vlak voor elkaar. Dan grijpt hij er op, slaat zijn armen dwars door het vrouwmens heen; maar dan is ze weg; niets meer te zien.
Op een vonder komt hij ook eens iemand tegen. Zo vertelde hij tenminste. Weer staat hij tegenover een vrouw met hele grote ogen. Hij durft niet verder en gaat terug. Als hij even later weer probeert over het bruggetje te komen, is het monster gelukkig weg.
Ja zeker, je schrok wel eens.
Maar 'k had de gewoonte, om er op af te gaan, als er iets geheimzinnigs in de buurt was. Dan had het doorgaans niks te betekenen.
Weet je, dat de mensen vaak bang waren voor een losgebroken schaap? Als zo'n dier is verdwaald en in 't donker iemand bemerkt, loopt het achter je aan.
Kijk je dan achterom, dan zie je een paar felle ogen. "Da's de duvel", zeiden de lui dan vroeger. Vooral, als ze ook nog een ketting hoorden rammelen.
Want de "zwarte knecht" had een ketting om de poot.
Dan nog eens, ik heb geen vreemde dingen gezien.
Mijn vader echter wel.
Die moest zelfs soms zijn bed uit; hij ging dan de weg op en daar kwam hij dan meestal een lijkstatie tegen. Ook is 't wel gebeurd, dat hij naar een kanaal getrokken werd over een pad dwars door 't veld. Waarom?
Wel, 'n poos later is er een kind verdronken. De stakker is langs dat pad naar huis gebracht. Ja, 't lijkt vreemd, maar mijn vader kon dat nu eenmaal zien.
Eens kwam hij een vrouw tegen.
's Avonds weer natuurlijk. 't Was een sombere gedaante in 't zwart gekleed.
Ze staan vlak voor elkaar. Dan grijpt hij er op, slaat zijn armen dwars door het vrouwmens heen; maar dan is ze weg; niets meer te zien.
Op een vonder komt hij ook eens iemand tegen. Zo vertelde hij tenminste. Weer staat hij tegenover een vrouw met hele grote ogen. Hij durft niet verder en gaat terug. Als hij even later weer probeert over het bruggetje te komen, is het monster gelukkig weg.
Beschrijving
Angst voor de duivel maakt dat schaap dat in het donker meeloopt mensen schrik aanjaagt. Man ziet lijkstaties; moet naar plaats waar later een kind verdrinkt; komt 's nachts vrouwelijke gedaantes tegen.
Bron
Collectie Wever, verslag 11, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21