Hoofdtekst
Rustig maar Rex, rustig, rustig. Nou, daar gaat 'ie dan. We hebben samen veel beleefd. Rex en ik. De hele wereld hebben we gezien. En, we hebben samen veel verhalen gehoord. Niet waar, Rex?
Vandaag vertel ik, Leonardo, jullie het verhaal van een prinses, de enige dochter van koning Valentijn. Haar moeder was gestorven bij haar geboorte. Ze groeide op bij haar vader. Haar vader, de koning, en de hele hofhouding, verwenden haar verschrikkelijk. Zo erg, dat ze alleen maar hoefde te eten wat ze lekker vond.
Eh, steek je vinger eens op! Wie van jullie hoeft alleen maar te eten wat ' ie lekker vindt? Niemand toch zeker?! Dit prinsesje wel. Heb ik d'r naam al verteld? Ja? Oh, nee? Nou, haar naam, haar naam was Violinde
[Koning Valentijn, KV]: Violinde! Violinde! Violinde! Violinde! Nu moet je echt iets eten.
[Violinde, V]: Neh, wat dan? Zeker al deze vieze dingen?!
[KV]: Violinde! Dit zijn zeker geen vieze dingen.
[V]: Er staat niets bij dat ík lust.
[KV]: Violinde. Violinde, eet je pap.
[V]: Nee, ik lust geen pappelpie.
[KV]: Violinde, eet je soep.
[V]: Nee ik lust geen soepalpie.
[KV]: Violinde eet je bordje leeg, je bi-ba-bordje, leeg. Violinde eet je bordje leeg, alles wat je op je bordje kreeg. Violinde eet je sla!
[V]: Nee ik lust geen slapalpie.
[KV]: Violinde eet je brood!
[V]: Nee, ik lust geen broodpalpie
[KV]: Violinde eet je bordje leeg, je bi-ba-bordje leeg.
Violinde eet je bordje leeg, alles wat je op je bordje kreeg.
[KV]: Violinde!
[V]: Nee!
[KV]: Violinde!
[V]: Nee!
[KV]: Violinde eet eens door!
[V]: Violinde!
[V]: Nee!
[KV]: Violinde!
[V]: Nee!
[KV]: Waar koken we anders voor?
Violinde!
[V]: Nee!
[KV]: Violinde!
[V]: Nee!
[KV]: Violinde maak me niet kwaad.
Violinde!
[V]: Nee!
[KV]: Violinde!
[V]: Nee!
[KV]: Violinde, ik zet je zo op straat!
[V]: Wàt?
[KV]: Nee, nee, nee, nee. Dat meen ik natuurlijk niet. Maar foei, foei. Waarom eet je toch zo weinig?
Foei, foei, foei. Foei foei foei foei.
Wat heb ik toch verkeerd gedaan?
Dat je altijd je eten laat staan.
[V]:Gehaktballetjes draaien, ik?
[Kok; K]: Ja, kleintjes, voor in de soep.
[V]: Eten we vanavond soep?
[K]: Ja, speciaal lekker gemaakt voor u!
Met balletjes!
[V]: Weh!
[K]: Prinses draait u de balletjes, de balletjes voor de soep.
Dat is een licht karwei, 't is veel te licht voor mij.
Hier is een grote pan.
[V]: Poeh. ik denk er niet aan.
[K]: Wat wilt u dan?
Eh, groenten?
Prinses hakt u de groenten fijn, de groenten voor de soep.
Dat is een fijn karwei, 't is veel te fijn voor mij.
Hier is een grote pan.
[V]: Ja, ik ga daar een beetje hakken!
[K]: Wat wilt u dan?
Wilt u komkommers wassen?
Wilt u piepers jassen...roeren in de pan?
[V]: Nee, m'n beste man!
[K]: Wilt u boontjes doppen? Wilt u het aanrecht soppen? Kippen plukken dan?
[V]: Oh, nee m'n beste man.
[K]: Wat wilt u dan?
[V]: Ik wil niks, niks, niks.
Niks, niks, helemaal niks.
[V]: Dan draai ik zelf de balletjes, de balletjes voor de soep.
[K+V samen]: Het is een dom karwei, 't is veel te dom voor mij.
[K]: Maar ach, ik doe het graag.
't Is voor de soep vandaag.
't Is voor uw soep vandaag.
[V]: Denkt pappie nu echt dat ik dit ga doen? Met m'n schone handen in die vieze troep? Het wordt steeds erger! Eerst wil hij me vieze dingen laten eten, en nu moet ik die vieze dingen ook nog zelf klaar maken zeker?! Ik ben een beschaafde prinses, ja. Ik hoor hier niet!
[K]: Ach.
[V]: Aan jou heb ik niks gevraagd [Ze huilt]
Niemand houdt van mij.
Ik wil hier weg, weg! Weg, dat ga ik doen ook. Ik loop weg, en wel nu meteen.
[K]: Ach.
[V]: Aan jou heb ik niks gevraagd.
[gesnurk] [L]: Prinses Violinde nam niet eens de tijd om wat spulletjes bij elkaar te zoeken. Ze liep zó het kasteel uit. Boos, nee kwaad, nee, woedend. Pas toen ze bij het bos kwam bedaarde ze een beetje. En toen het donker begon te worden, was haar boosheid helemaal verdwenen. Ze had de hele middag gelopen. En ze was moe, koud en alleen.
[V]: Ik houd niet van spinazie, ik houd niet van bieten, van rooie kool met appeltjes kan ik niet genieten. Ik houd niet van spruitjes, en ook niet van gebakken spek.
Ik houd niet van kip, ik houd niet van boontjes. Ik houd niet van appelmoes, veel te gewoontjes. En van soep met ballen..huh, ga ik over m'n nek. Ik houd niet van patat, en niet van frikadellen. Pannekoek, beh. Of stukjes worst met vellen. Ik houd niet van pizza, pindakaas of ei. Chocoladetaart is helemaal niks voor mij.
Ik lust niks, niks, niks. Niks, niks, helemaal niks.
Ik lust niks, niks, niks. Niks, niks, helemaal niks.
Niks, helemaal niks. Niks, helemaal niks.
Buh!
Nou ja, verse aarbeien met slagroom. Dat vind ik nog wel te pruimen. Maar verder lust ik niks.
[KV]: Dus, eh, verse aardbeien met slagroom...dát zou je nog wel willen?
[V]: Hm.
[KV]: Ik heb vanochtend aardbeien laten plukken, door de minister van plukzaken en financiën.
Eén pot nat.
[V]: Vanochtend?
[KV]: Vers geplukte aardbeien.
[V]: Van vanochtend?
[KV]: Precies!
[V]: Dan zijn ze niet vers meer, en dan wil ik ze niet.
[KV]: Violinde, nu maak je me boos. Heel boos. Bozer dan boos. Je hebt straf verdiend.
Voor straf stuur ik je naar de kok. Ga die maar eens een uurtje helpen met koken.
[V]: Uhm!
[L]: Dat was natuurlijk slim van de koning. Hij stuurde haar gewoon naar Olleke Bol, de kok. Die goei-ige dikzak deed altijd zo z'n best voor Violinde. Maar die verwende Violinde luste niets van al dat lekkers. Dus nu moest Violinde voor straf Olleke Bol maar eens gaan helpen. Die zat er wel een beetje mee in z'n maag. Wat moest hij zo'n koninklijke hoogheid nu laten doen? Aardappels schillen? Brooddeeg kneden? Boontjes doppen? Kippen plukken? Gehaktballetjes draaien?
[V]: Nu zit ik hier alleen, met niemand om me heen. Wie zal mij beschermen, vannacht? Ik ben zo koud en moe...
[echo]: Zo koud en moe
[V]: Waar moet ik nu naar toe?
Wie zal mij beschermen, vannacht?
Het bos is niet eng als het licht is.
[echo]: Het bos is niet eng.
[V]: De nacht is zo anders, zo stil.
[echo]: De nacht is zo stil.
[V]: Het lijkt of die boom een gezicht is. Ik moet oppassen dat ik niet gil. Ssst. Niet gillen.
Nu zit ik hier alleen.
[echo]: Je bent alleen.
[V]: Met niemand om me heen. Wie zal mij beschermen. Vannacht?
[echo]: Je bent alleen.
[V]: Wie zal mij beschermen? Vannacht?
[echo]: Je bent alleen.
[V]: Wie zal mij beschermen? Vannacht?
De volgende keer dat ik wegloop neem ik bewakers mee. [Gaapt]
[Boom, B]: Zo, boom is wakker. Meisje slaapt. is mooi meisje. Prinses. Zij droomt, waar zou zij over dromen?
[Bosgeesten, BG]: Zijn we niet eng, zijn we niet tof, zijn we niet lelijk, zijn we niet grof, zijn we niet vals, zijn we niet gek, zijn we niet geest......ig? Zijn we niet lief? Zijn we niet goed?
[echo]: Nee, nee, nee
[BG]: Zijn we niet aardig, zijn we niet zoet?
[echo]: Nee
[BG]: Zijn we niet zoet. Nee, nee.
Zijn we niet braaf.
[echo]: nee, nee, nee.
[BG]: Zijn we niet gaaf?
[echo]: nee, niet gaaf.
[BG]: Zijn we niet geest....ig?
We spoken door het bos, we spoken door je hoofd. We spoken ook bij jou als je in bosgeesten gelooft. Bosgeesten, wowo. Bosgeesten, blèh. Bosgeesten, wowo. Bosgeesten, blèh.
Blèh. Blèh. Blèh.
Zijn we niet mooi?
[echo]: nee.
[BG]: Zijn we niet schoon?
[echo]: Dacht 't niet.
[BG]: Zijn we niet gezellig?
[echo]: nee
[BG]: Zijn we niet gewoon.
[echo]: Nee, we zijn niet gewoon.
[BG]: Zijn we niet slim?
[echo]: Nee, niet slim.
[BG]: Zijn we niet goed?
[echo]: Nee.
[BG]: Zijn we niet geest....ig?
[echo]: Geest.....ig.
[BG]: Zijn we niet cool?
[echo]: Ja, ja, cool.
[BG]: Zijn we niet zot?
[echo]: Oh, zo zot.
[BG]: Zijn we niet slordig, zijn we niet rot?
[echo]: Zijn we niet vuil?
[echo]: Hartstikke vuil
[BG]:Zijn we niet goor?
[echo]: hartstikke goor.
[BG]: Zijn we niet geest....ig.
[echo]: geestig.
[BG]:We spoken door het bos, we spoken door je hoofd. We spoken ook bij jou als je in bosgeesten gelooft. Bosgeesten, wowo. Bosgeesten, blèh. Bosgeesten, wowo. Bosgeesten, blèh.
[Elfjes; E]: Kom met ons mee. Ja, ga mee joh. Kom maar mee, joh. Kom, meisje.
Ga je met ons mee, Violinde. Zweef je met ons mee. 't is goed. Meisje wees niet bang. Je mag zweven. Zweven, de wolken, voorgoed.
Meisje ga je mee?
[echo]: meisje ga je mee?
[E]: In de stilte
[echo]: in de stilte
[E]: Hier is alles vree[?] en goed.
Zweef je met ons mee, Violonde
[echto]" Zweef je met ons mee, Violonde
[E]: Zweven in de wolken, voorgoed.
Je mag zweven, voorgoed.
Je mag zweven, voorgoed.
Zweven, voorgoed.
[Toddie, T]: Pom, pom, po, popedombombom
[V]: [schrikt]
Wat bent u voor een beest?
Waar ben ik?
Waar zijn de elfjes, en die enge bosgeesten?
[T]: dat zijn nogal wat vragen voor zo vroeg op de ochtend. Maar ik zal m'n best doen. Ten eerste. Ik ben geen beest, maar een dier. Een beer om precies te zijn. Een grote bruine. En mijn naam is Toddie. Ten tweede: je bent in het bos. Ten derde: elfjes en bosgeesten heb ik hier nog nooit gezien. Maar ja, ik ben dan ook maar een eenvoudige beer. Heb je de anderen al ontmoet?
[V]: Welke anderen?
[T]: Oh, je bent natuurlijk nog maar net wakker. Ik zal ze allemaal wel even aan je voorstellen. Ze zijn vast wel in de buurt. En als ik begin met zingen, dan weten ze niet hoe snel ze hier moeten zijn.
Ik ben een beer, ik ben een beer. Ik ben een beer, een beer, een dikke bruine beer. Toddie de beer, Toddie de beer, Toddie de beer, ik brom zo graag. Toddie de beer, Toddie de beer. Dik en bruin is Toddie de beer.
Ik ben een haas, een haas, ik ren ik race ik raas. Harrie de haas, Harrie de Haas, Harrie de Haas, ik ren, ik raas. Harry de Haas, Harry de haas, super snel is Harry de haas.
[Oebol; O]: Nu ga ik, oe oe.
[Dobber de eekhoorn, DE]: Wacht, Oebol, ik ga eerst.
[Oebol, O]: Ooh.
[DE]: Jij mag zo. Ik ben een eekhoorn, een eekhoorn. Een mooie, knappe eekhoorn. Dobber de eekhoorn, Dobber de eeknoorn. Dobber de eekhoorn knabbelt graag. Dobber de eekhoorn, Dobber de eeknoorn. Mooi en knap is Dobber de eekhoorn.
[Hennie het Hert; HH]: Ik ben een hert, een hert, een aardig vrolijk hert. Hennie 't hert. Henny 't hert, Hennie 't hert is altijd blij. Hennie 't hert, Hennie 't hert, altijd vrolijk, Hennie 't hert.
[O]: Oebol gaat nu. Let op. One, two...
[Vinnie de Vos; VV]: Eh, wacht even, Oebol, ik ga eerst.
[O]: Hee, hee!
[VV]: Ik ben een vos, een vos, de slimste van het bos.
Vinnie de Vos, Vinnie de Vos, Vinnie de Vos, slim en sluw, Vinnie de Vos, Vinnie de Vos, slim en sluw is Vinnie de Vos.
[alle dieren]: Toddie de Beer en Harrie de Haas, Hennie 't hert en Dobber de eekhoorn, Oebol de uil en Vinnie de Vos, wonen met z'n allen in het grote bos.
[VV]: en de allerslimste is...
[alle dieren]: Vinnie de Vos.
[...] Altijd vrolijk...
[alle dieren]: Hennie 't hert.
[...] super snel is...
[alle dieren]: Harrie de Haas.
[...] Mooi en knap is...
[alle dieren]: Dobber de eekhoorn
[...]: Lief maar langzaam...
[alle dieren]: Obol de uil.
Wie hebben we nog meer? De kikkerbruine Toddie de...beer.
[T]: zeg meisje, hoe heet jij eigenlijk?
[V]: Mijn naam is Violinde. Ik ben niet zomaar een meisje, ik ben een prinses.
[alle dieren]: Een prinses. Oooh! Wat is dat?
[V]: Een prinses woont in een kasteel. Ze wordt later koningin en alle mensen vinden haar heel mooi en bijzonder en ze draagt een gouden kroontje en rijdt in een gouden koetsje. En ze mag altijd eten wat ze lekker vindt. En er wordt altijd heel goed voor haar gezorgd. Tenminste, zo zou het moeten.
[T]: Er wordt altijd goed voor haar gezorgd?! Dieren, horen jullie dat. Er moet voor dit meisje gezorgd worden. Ze is een echte pin, eh..prinses of zo.
[V]: Prinses. Hebben jullie daar nog nooit van gehoord?
[T]: Nee, maar we kunnen natuurlijk wel goed voor je zorgen. Je zult wel honger hebben. Wat wil je eten?
[Dobber eekhoorn]: Ik kan noten zoeken.
[Harrie de haas]: Ik weet nog een veldje met wortels.
[...]: Er staan bosbessen verderop.
[T]: Ik heb nog honing staan.
[...] Ik zou aardbeien plukken.
[O]: Zal ik een muis vangen?
[alle dieren]: Nee, Oebol, dat is toch geen menseneten.
[V]: Hebben jullie slagroom?
[Alle dieren]: Slagroom?
[V]: Laat maar.
[L]: Violinde proefde van alles iets. Zo'n honger had ze gekregen. Eigenlijk vond ze het best wel een beetje lekker allemaal. Langzamerhand kreeg ze spijt. Dat ze weggelopen was en, dat ze thuis niets wilde eten.
Toen begon het ook nog eens herfst te worden. En koud. En nat.
[V]: ik heb me aangesteld. Ik at alleen maar aardbeien met slagroom.
Het klinkt belachelijk.
[alle dieren]: Belachelijk.
[V]: Toen is het fout gegaan. Ik was verwend, verwaand en eigenwijs. Ik was belachelijk.
[alle dieren]: Je was belachelijk.
[V]: Ooit was ik een mooie prinses. Ik woonde in een prachtig kasteel. Daar had ik wel zeventien kamers. Maar och, het zei me niet veel. Wat deed ik mijn vader verdriet. Al wat ik had, zag ik niet.
[T]: Maar, uh, Violinde, kun je dan niet gewoon teruggaan naar huis? Ik bedoel, wij gaan bijna allemaal aan onze winterslaap beginnen en, dan zit je hier ook maar in je uppie.
[V]: Weet je Toddie, dat is helemaal niet zo'n slecht idee. ik ga gewoon terug naar huis.
[L]: Violinde nam afscheid van de dieren en ging op weg. Maar de weg naar huis kon ze niet terugvinden. Ze liep steeds in cirkels rond en kwam iedere keer bij de dieren in het bos uit. Violinde was erg verdrietig. De dieren waren ook verdrietig voor haar. De koning en de hele hofhouding waren verdrietig. Violinde was nu al zo lang weg. Maar juist, in die verdrietig tijd, was er een knappe jonge prins op een wit paard op doorreis door het bos. Toen hij Violinde zag, was hij meteen verliefd op haar. En Violinde was meteen verliefd op de prins. Ze besloten om samen op weg te gaan. Samen op zoek naar het kasteel van koning Valentijn, de vader van Violinde.
[V]: Ik was een verloren prinses. Ik woonde in een prachtig kasteel. Daar had ik wel zeventien kamers. Maar och, het zei me niet veel. Toen kwam mijn ridder voorbij. Hij lachte, hij maakte me blij. Samen, samen, twee geliefden, zij aan zij.
[Prins, p.]: Ik was zolang alleen onderweg. Ik had alleen m'n trouwe paard onderweg. Een aardig dier, maar och, hij zei me niet veel. Toen zag ik jou, m'n lieve prinses. en nu zijn we altijd samen. Samen, twee geliefden zij aan zij.
[V]: Ik was een verloren prinses.
[P]: Ik was zo lang alleen onderweg.
[V]: Ik woonde in een prachtig kasteel.
[P]: Ik had alleen m'n trouwe paard onderweg.
[V]: Daar had ik wel zeventien kamers.
[P]: Een aardig dier.
[V en P]: Maar och, het zei me niet veel.
[V]: Toen kwam mijn ridder voorbij.
[P]: Toen zag ik jou m'n lieve prinses.
[V]: Hij lachte en maakte me blij.
[P]: En nu zijn we altijd...
[P en V]: Samen, samen.
Twee geliefden, zij aan zij.
[L]: En zo gingen Violinde en de knappe prins samen terug naar het kasteel. Natuurlijk werden ze uitgezwaaid door alle dieren, die blij waren dat het zo goed was afgelopen en dat ze nu eindelijk aan hun winterslaap konden beginnen.
Koning Valentijn was zo verschrikkelijk blij dat hij Violinde terughad; hij schonk meteen haar hand aan de prins. Nog dezelfde week trouwden en de prins en Violinde met elkaar en, ze leefden nog lang en gelukkig. En Violinde? Die at natuurlijk voortaan alles wat de kok voor haar bereidde.
En ze leven nog lang en gelukkig en ze hebben het fijn met elkaar, er komen gelukkige tijden, zonder ruzie, verdriet of gevaar.
Je ze leven nog lang en gelukkig, het is een sprookje en dus is het waar, en ze hebben het fijn en ze hebben het fijn en ze hebben het fijn met elkaar. En ze hebben het fijn, en ze hebben het fijn, en ze hebben het fijn voor elkaar. En ze leven nog lang en ze leven nog lang en gelukkig met elkaar.
[L]: Zo, hier eindigt het verhaal over Violinde. Als jullie nu zachtjes weer weggaan, dan kan ik weer verder slapen. Nog veel plezier in Sprookjeswonderland! Dag!
Beschrijving
Bron
Commentaar
Zie onder 'Beeld' voor afbeeldingen uit de musical, alsmede van het kasteel Violinde in Sprookjeswonderland.
Het verhaal is op de cd in tien nummers te beluisteren:
1. Bi-ba-bordje
2. Ik lust niks
3. Balletjes
4. Alleen
5. Bosgeestenlied
6. Elfjesdans
7. Toddie en zijn Vriendjes
8. Spijt
9. Samen
10. Lang en Gelukkig
Naam Overig in Tekst
Violinde   
Kiddy Tunes   
Valentijn   
Olleke Bol   
Teddie de beer   
Teddie   
Harrie de Haas   
Harrie   
Harry   
Dobber   
Dobber de eekhoorn   
Hennie   
Henny   
Hennie 't hert   
Hennie het hert   
oebol   
Vinnie de Vos   
Vinny   
Vinnie   
Sprookjeswonderland   
Naam Locatie in Tekst
Enkhuizen   
Leonardo   
