Hoofdtekst
In Wedde gebeurde nog wel es wat.
Op sommige plaatsen deugde het niet.
Daar waren heksen en spoken.
Het beruchte heksenproces tegen Alke Engels is bekend genoeg.
Dat is al weer een paar honderd jaar geleden, dat het arme mens verbrand werd.
In mijn jeugd gebeurde zoiets natuurlijk niet meer. Maar toch wisten sommige mensen zeker, dat het spoken kon.
Voor ongeveer zestig jaar liep langs de Lageweg alhier het "lutje wiefie".
Ze was heel klein; ze droeg een wit schort en een witte muts. Of ze kwaad gedaan heeft, weet ik niet. Wel bracht ze de mensen altijd aan het schrikken. Want zo ineens stond ze voor je of liep ze langs je heen. En ook plotseling was ze weer verdwenen.
De mensen, die haar niet zagen, lachten er wat om en zeiden, dat het verbeelding was.
Mijn broers, ze waren al bij de zeventien jaar, kwamen echter op een avond thuis met de schrik in de benen.
Ze hadden 't lutje wiefie gezien.
Voortaan lachten ze er niet meer om.
Op een vroege morgen ging Van der Wijk naar de markt met een aantal varkens. 't Was nog maar vier uur en er was bijna niemand op pad. Dan denkt hij:
Wat loopt daar toch? Een witte gedaante, en nu al?
Dan bemerkt hij het. Dat moet het lutje wiefie zijn. Hij had het nooit willen geloven, dat ze bestond.
Ze loopt midden op de weg.
Als de boer met zijn wagen nadert, gaat ze niet op zij. Nee, vlak voor het paard blijft ze staan. Het dier staat ook stil.
Dan zegt V.d. Wijk: "Wel bist doe, en wat wolt zo vroug bie de weg?"
En kijk, dan ineens is ze er niet mee.
V.d. Wijk was geen man, die er om loog. Later zei hij: "Nou heb 'k heur zölf zain."
't Vreemde is, dat er nu aan de Lageweg echt een heel klein vrouwtje woont, een heel best mensje. Zou 't lutje wiefie voorloop geweest zijn?
Op sommige plaatsen deugde het niet.
Daar waren heksen en spoken.
Het beruchte heksenproces tegen Alke Engels is bekend genoeg.
Dat is al weer een paar honderd jaar geleden, dat het arme mens verbrand werd.
In mijn jeugd gebeurde zoiets natuurlijk niet meer. Maar toch wisten sommige mensen zeker, dat het spoken kon.
Voor ongeveer zestig jaar liep langs de Lageweg alhier het "lutje wiefie".
Ze was heel klein; ze droeg een wit schort en een witte muts. Of ze kwaad gedaan heeft, weet ik niet. Wel bracht ze de mensen altijd aan het schrikken. Want zo ineens stond ze voor je of liep ze langs je heen. En ook plotseling was ze weer verdwenen.
De mensen, die haar niet zagen, lachten er wat om en zeiden, dat het verbeelding was.
Mijn broers, ze waren al bij de zeventien jaar, kwamen echter op een avond thuis met de schrik in de benen.
Ze hadden 't lutje wiefie gezien.
Voortaan lachten ze er niet meer om.
Op een vroege morgen ging Van der Wijk naar de markt met een aantal varkens. 't Was nog maar vier uur en er was bijna niemand op pad. Dan denkt hij:
Wat loopt daar toch? Een witte gedaante, en nu al?
Dan bemerkt hij het. Dat moet het lutje wiefie zijn. Hij had het nooit willen geloven, dat ze bestond.
Ze loopt midden op de weg.
Als de boer met zijn wagen nadert, gaat ze niet op zij. Nee, vlak voor het paard blijft ze staan. Het dier staat ook stil.
Dan zegt V.d. Wijk: "Wel bist doe, en wat wolt zo vroug bie de weg?"
En kijk, dan ineens is ze er niet mee.
V.d. Wijk was geen man, die er om loog. Later zei hij: "Nou heb 'k heur zölf zain."
't Vreemde is, dat er nu aan de Lageweg echt een heel klein vrouwtje woont, een heel best mensje. Zou 't lutje wiefie voorloop geweest zijn?
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Witte gedaante verdwijnt als ze wordt aangesproken. Veronderstelling dat ze de voorloop is geweest van een vrouw die nu aan die weg woont.
Bron
Collectie Wever, verslag 15, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Alke Engels   
Van der Wijk   
Lageweg   
V.d. Wijk   
Naam Locatie in Tekst
Wedde   
Plaats van Handelen
Wedde   
Kloekenummer in tekst
C190p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
