Hoofdtekst
De weerwolf van den oversten Hof
Op den Overste Hof te Schaesberg diende een knecht die des morgens nooit at. Werd hem dan gevraagd waarom, dan antwoordde hij steeds dat hij geen appetijt had. De mensen van de hoeve wisten niet wat zij ervan denken moesten. Zo werd de knecht dan ook stilaan
ervan verdacht een weerwolf te zijn. Hoe dat te bewijzen? Er werd echter op hem gelet.
Op zekere dag was er op de hoeve een veulen gestorven en begraven.
De avond van die dag ging de verdachte knecht naar een grote holle wilg die eenzaam in het veld stond, en kroop daarin. Kort daarna sprong er een hond uit de wilg. Dat alles had een andere knecht gezien. Hij volgde de hond van zo nabij mogelijk en zag nu, hoe deze liep naar de plaats waar het veulen begraven lag. Hij begon het veulen met de poten uit de grond te trekken en verslond het. Daarna liep de hond naar de boom terug en wat later kroop er de knecht weer uit. De ander wist nu genoeg.
De volgende morgen was de knecht weer present: als gewoonlijk at hij niet.
'Zeg mij nu toch eens, waarom eet je niet?' vroeg de andere knecht, die de avond tevoren heel zijn doen en laten had bespied.
'Ik heb geen appetijt!' antwoordde de gewezen weerwolf.
Dat zou men anders niet gezegd hebben, toen ik je gisterenavond bezig zag met dat veulen uit te graven en te verslinden,' verweet de andere hem daarop. 'Het kwam mij voor dat je toen een geweldige appetijt had!'
Als enig antwoord hierop gaf de knecht die uit weerwolven ging een geweldige schreeuw, vluchtte weg en werd nooit meer gezien.
Op den Overste Hof te Schaesberg diende een knecht die des morgens nooit at. Werd hem dan gevraagd waarom, dan antwoordde hij steeds dat hij geen appetijt had. De mensen van de hoeve wisten niet wat zij ervan denken moesten. Zo werd de knecht dan ook stilaan
ervan verdacht een weerwolf te zijn. Hoe dat te bewijzen? Er werd echter op hem gelet.
Op zekere dag was er op de hoeve een veulen gestorven en begraven.
De avond van die dag ging de verdachte knecht naar een grote holle wilg die eenzaam in het veld stond, en kroop daarin. Kort daarna sprong er een hond uit de wilg. Dat alles had een andere knecht gezien. Hij volgde de hond van zo nabij mogelijk en zag nu, hoe deze liep naar de plaats waar het veulen begraven lag. Hij begon het veulen met de poten uit de grond te trekken en verslond het. Daarna liep de hond naar de boom terug en wat later kroop er de knecht weer uit. De ander wist nu genoeg.
De volgende morgen was de knecht weer present: als gewoonlijk at hij niet.
'Zeg mij nu toch eens, waarom eet je niet?' vroeg de andere knecht, die de avond tevoren heel zijn doen en laten had bespied.
'Ik heb geen appetijt!' antwoordde de gewezen weerwolf.
Dat zou men anders niet gezegd hebben, toen ik je gisterenavond bezig zag met dat veulen uit te graven en te verslinden,' verweet de andere hem daarop. 'Het kwam mij voor dat je toen een geweldige appetijt had!'
Als enig antwoord hierop gaf de knecht die uit weerwolven ging een geweldige schreeuw, vluchtte weg en werd nooit meer gezien.
Onderwerp
SINSAG 0803 - Werwolf verschlingt Tiere.   
Beschrijving
Een knecht die 's ochtends vaak geen honger heeft wordt bespied. Men komt erachter dat hij 's nachts als weerwolf een veulen opeet.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van weerwolven'.
Werwolf verschlingt Tiere.
Naam Overig in Tekst
Overste Hof   
Naam Locatie in Tekst
Schaesberg   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
