Hoofdtekst
De weerwolf als redder
Een jongen uit Weert-Meerssen vrijde met een meisje uit Meerssen, en de jongens uit Meerssen die het er niet erg op hadden, wilden hem overvallen en slaan. Wanneer die jongen bij zijn meisje was, zat er ook altijd een grote zwarte hond die hem voortdurend aankeek. Ook
bracht deze hem elke avond af tot aan zijn huis. Dit verveelde de jongen op de duur zodanig dat hij de hond eens een pak slaag gaf.
Op zekere avond ging de jongen weer naar zijn huis. Hij was bij zijn meisje geweest. Aan de Trapperweiden tussen Weert en Meerssen werd hij opgewacht door de jongens van Meerssen. Zij grepen hem aan en hij was in de minderhed, toen er eensklaps en grote zwarte hond op de aanvallers invloog en rechts en links van zich afbeet. De jongens schrokken voor die vreemde helper van hun tegenpartij en gingen op de vlucht. Uit dankbaarheid streelde de aangevallen de hond en zag toen dat het de hond was die altijd naar hem keek.
Toen hij de volgende nacht weer naar huis ging, deed de hond hem weer uitgeleide en aan de plaats van de overval gekomen, begon hij te spreken. 'Nu sla je mij niet meer, nu ik je gered heb,' zeide hij.
De jongen keerde zich om en nu zag hij dat het zijn beste vriend was. Na die nacht zag hij hem niet meer terug. Zijn goede vriend werd sindsdien vermist. Nu had hij geen last meer van een vervolgende, noch van een vervelende hond.
Een jongen uit Weert-Meerssen vrijde met een meisje uit Meerssen, en de jongens uit Meerssen die het er niet erg op hadden, wilden hem overvallen en slaan. Wanneer die jongen bij zijn meisje was, zat er ook altijd een grote zwarte hond die hem voortdurend aankeek. Ook
bracht deze hem elke avond af tot aan zijn huis. Dit verveelde de jongen op de duur zodanig dat hij de hond eens een pak slaag gaf.
Op zekere avond ging de jongen weer naar zijn huis. Hij was bij zijn meisje geweest. Aan de Trapperweiden tussen Weert en Meerssen werd hij opgewacht door de jongens van Meerssen. Zij grepen hem aan en hij was in de minderhed, toen er eensklaps en grote zwarte hond op de aanvallers invloog en rechts en links van zich afbeet. De jongens schrokken voor die vreemde helper van hun tegenpartij en gingen op de vlucht. Uit dankbaarheid streelde de aangevallen de hond en zag toen dat het de hond was die altijd naar hem keek.
Toen hij de volgende nacht weer naar huis ging, deed de hond hem weer uitgeleide en aan de plaats van de overval gekomen, begon hij te spreken. 'Nu sla je mij niet meer, nu ik je gered heb,' zeide hij.
De jongen keerde zich om en nu zag hij dat het zijn beste vriend was. Na die nacht zag hij hem niet meer terug. Zijn goede vriend werd sindsdien vermist. Nu had hij geen last meer van een vervolgende, noch van een vervelende hond.
Beschrijving
Een jongen die verkering met een meisje uit Meerssen heeft, wordt op een dag aangevallen door jongens uit Meerssen. Een grote, zwarte hond, die de jongen eerder al veel volgde, valt de ruziezoekers aan. Als de jongens op de vlucht slaan, ziet de jongen dat de hond eigenlijk zijn beste vriend is.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van weerwolven'.
Naam Overig in Tekst
Weert-Meerssen   
Trapperweiden   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
