Hoofdtekst
De non zonder kop
Boven het jodenkerkhof te Valkenburg is een langwerpig gat in de oude omwalling van het kasteel op de Dwingel. Wanneer gij daarin 's nachts tussen twaalf-en-één een lichtje ziet branden, dan is dat de juffrouw of de non zonder kop, die haar nachtelijke dwaaltocht begint om haar erfgoed te bewaken.
Het is Elisa van Valkenburg, die uit het klooster aan de Rijn verdween, toen zij vernam dat haar oudste zuster, Philippine van Valkenburg, gehuwd met Hendrik, graaf van Vlaanderen, het land van Valkenburg en de heerlijkheid Sittard op 14 april 1353 had verkocht aan Reinard van Schönau.
Elisa was bij het vernemen van die overdracht waanzinnig geworden en het klooster ontvlucht, om heimelijk het oude stamhuis te betrekken en te bewaken. Na er enige tijd te hebben rondgedwaald, stierf zij er in verlatenheid.
Sedert keert haar geest 's nachts terug om het vaderlijk erfgoed te verdedigen en dwaalt zij in de gedaante van een non zonder kop tussen de ruïnen van het kasteel. Zij draagt daarbij een lampje, welks vlammetje het licht is, dat ge 's nachts ziet branden in het langwerpige gat in de oude omwalling van het kasteel op de Dwingel, boven het jodenkerkhof.
En wanneer het over heel het Valkenburgse land windstil is, bewegen zich in het spookuur de bomen op die plaats toch herhaaldelijk hevig en zuchten zij.
Boven het jodenkerkhof te Valkenburg is een langwerpig gat in de oude omwalling van het kasteel op de Dwingel. Wanneer gij daarin 's nachts tussen twaalf-en-één een lichtje ziet branden, dan is dat de juffrouw of de non zonder kop, die haar nachtelijke dwaaltocht begint om haar erfgoed te bewaken.
Het is Elisa van Valkenburg, die uit het klooster aan de Rijn verdween, toen zij vernam dat haar oudste zuster, Philippine van Valkenburg, gehuwd met Hendrik, graaf van Vlaanderen, het land van Valkenburg en de heerlijkheid Sittard op 14 april 1353 had verkocht aan Reinard van Schönau.
Elisa was bij het vernemen van die overdracht waanzinnig geworden en het klooster ontvlucht, om heimelijk het oude stamhuis te betrekken en te bewaken. Na er enige tijd te hebben rondgedwaald, stierf zij er in verlatenheid.
Sedert keert haar geest 's nachts terug om het vaderlijk erfgoed te verdedigen en dwaalt zij in de gedaante van een non zonder kop tussen de ruïnen van het kasteel. Zij draagt daarbij een lampje, welks vlammetje het licht is, dat ge 's nachts ziet branden in het langwerpige gat in de oude omwalling van het kasteel op de Dwingel, boven het jodenkerkhof.
En wanneer het over heel het Valkenburgse land windstil is, bewegen zich in het spookuur de bomen op die plaats toch herhaaldelijk hevig en zuchten zij.
Beschrijving
Boven het jodenkerkhof te Valkenburg is een langwerpig gat in de oude omwalling van het kasteel op de Dwingel. Wanneer gij daarin 's nachts tussen twaalf-en-één een lichtje ziet branden, dan is dat de juffrouw of de non zonder kop, die haar nachtelijke dwaaltocht begint om haar erfgoed te bewaken.
Elisa van Valkenburg was het klooster ontvlucht om te voorkomen dat haar vaderlijk erfgoed werd verkocht.
Elisa van Valkenburg was het klooster ontvlucht om te voorkomen dat haar vaderlijk erfgoed werd verkocht.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van juffers en gedaanten zonder kop'.
Naam Overig in Tekst
Dwingel   
Philippine   
Hendrik   
Reinard van Schönau   
Naam Locatie in Tekst
Valkenburg   
Valkenburg   
Elisa   
Rijn   
Vlaanderen   
Sittard   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
