Hoofdtekst
RK: En welk verhaaltje ken jij dan vooral?
Had je nou een verhaal gehoord van een heks of zo? Of was dat niet zo?
Je zei net dat je een verhaaltje van een heks kende!
E: Ja maar, dat ken ik niet zo goed uit mijn hoofd.
RK: Maar hoe gaat dat dan, ongeveer...wat was dat dan?
E: Dat weet ik niet meer.
RK: Wie had dat jou verteld dan, dat verhaaltje?
E: Mama.
RK: Mama? Toen je naar bed ging?
E: Ja.
RK: En welk verhaaltje ken je nog wel dan?
[moeder]: het vosje met de deegroller!
RK: Hoe gaat dat dan?
E: Er loopt een vos, en die had een deegroller gevonden.
En die ging 'm pakken en die ging naar een huis. Toen ging ze kloppen en toen eh, toen eh, "Wie is daar", zei die meneer of mevrouw.
En toen zei 'ie: "Ik ben de vosje met de deegroller".
Mag ik met jullie even [een] overnachtje doen? En toen..."Nee...[het is] een klein huisje." Ze hebben geen plaats, zeiden ze. En toen, en toen. "Ik hoef niet veel plaats", zei ze. En toen mocht het wel, en toen ging ze zelf op een bank liggen en de staart onder de bank en de deegroller bij de kachel. Toen ging 'ie snel slapen en toen ging ie 'm snel stukmaken en verbranden en toen zei 'ie: "Waar is mijn deegroller? Ik neem dan een kip van jullie! En toen: "Mag dat?" En toen ging ze weer verder. Naar de volgende deur. En toen weer kloppen. Toen zei ze dat nog een keer.
"Wie is daar?"
"Ik ben de vos, met de deegroller." Oh ja, "met de kip".
RK: Oh, nu had 'ie een kippetje....
E: Mag ik bij jullie een overnachtje doen?
"Nee, we hebben geen plaats. We hebben maar een klein huisje."
"Ik hoef niet veel plaats. En toen: "Mag dat?"
En toen ging 'ie weer zichzelf op de plank liggen. En de staart onder de plank. En de kip bij de kachel.
En toen ging 'ie 's ochtends vroeg de kip snel opeten.
En toen zei ie: "Waar is mijn egel...eh, waar is mijn kip?"
[moeder helpt vertelster opweg] "Ik pak van jullie een gans!"
E: En dat mocht, en toen, eh, ging ze verder.
En toen kwam ze bij de volgende deur en toen klopte ze weer.
"Wie is daar?" Ennuh...toen zei die vos:
"Ik ben het vosje met een gans. Mag ik bij jullie een overnachtje doen?"
En toen eh..."Nee! Wij hebben maar een klein huisje." En toen zei ze:
"Ik hoef niet veel plaats", zei de vos.
RK: En toen?
E: "Ik ga op de bankje liggen", en de staartje onder de bank en de gans bij de kachel. En toen mocht het. En toen ging ze de gans onder de kachel leggen. En 's ochtends vroeg ging ze het weer eten. En toen eh wou de vos een meisje...meisje pakken, en de papa vond dat zielig om het meisje weg te geven en ging 'ie er een zak met een hond er in doen..en toen: "Asjeblieft, vosje."
En toen ging ze lopen en toen zei de vos: "Meisje, ga een liedje zingen!"
Toen blafte 'ie en toen ging 'ie er uit en toen wou 'ie haar pakken.
[Moeder]: De vos ging veel sneller in het eh....
E: In het eh.... gat.
RK: Wat voor gat was dat dan?
[Moeder]: Onder de boom.
RK: Oh, onder de boom. En wat stopte 'ie daar dan in?
[Moeder]: Ze heeft zich daar verstopt en toen ging ze die voetjes vragen.
E: "Voetjes, voetjes, wat hebben jullie gedaan? "We gingen rennen en rennen, zodat de hond jou niet ging pakken."
En. "Oren, mijn oren, wat hebben jullie gedaan?"
"Wij luisterden en luisterden, zodat de hond jou niet ging opeten."
En. "Mijn ogen, mijn ogen, wat deden jullie?"
"Wij keken en keken, zodat de hond jou niet ging pakken."
"Staart, mijn staart, en wat heb JIJ gedaan?"
"Ik ging... zwaaien en zwaaien, zodat... op de bomen hakken, zodat het moeilijker was rennen."
"Aah, pak maar hond, die staart."
[Moeder]: Toen heeft ze staart naar buiten gestoken.
RK: Zeg het nog eens...pak maar de staart, en dan?
E: pak maar de staart. Toen deed ze de staart naar buiten. Dus de hond ging pakken. En toen ging ze schreeuwen en toen weer verder rennen.
[Moeder]: De vos was [had] niet genoeg alleen aan de deegroller, ze wou steeds meer en meer hebben.
RK: De vos wilde niet alleen de deegroller, maar steeds meer en meer hebben?
E: Ja.
RK: DAT was het!
[Moeder]: De vos was niet echt eerlijk. Die vos.
RK: Geen eerlijke vos. Hij ging zelf alles opeten.
RK: Oh.
[Moeder]: Geef mij maar een kippetje? Geef mij maar een gans in plaats van.
RK: En hou heet dat sprookje dan, heeft het ook een naam?
E: Het vosje met de deegroller!
RK: En wanneer heb je dat gehoord dan?
E: Weet ik niet. Eh.. Heel lang geleden!
RK: Dat is een heel mooi antwoord.
E: Heeft mama dat verteld bij het slapengaan?
E: Ja.
RK: Dank je wel!
E: Graag gedaan.
Had je nou een verhaal gehoord van een heks of zo? Of was dat niet zo?
Je zei net dat je een verhaaltje van een heks kende!
E: Ja maar, dat ken ik niet zo goed uit mijn hoofd.
RK: Maar hoe gaat dat dan, ongeveer...wat was dat dan?
E: Dat weet ik niet meer.
RK: Wie had dat jou verteld dan, dat verhaaltje?
E: Mama.
RK: Mama? Toen je naar bed ging?
E: Ja.
RK: En welk verhaaltje ken je nog wel dan?
[moeder]: het vosje met de deegroller!
RK: Hoe gaat dat dan?
E: Er loopt een vos, en die had een deegroller gevonden.
En die ging 'm pakken en die ging naar een huis. Toen ging ze kloppen en toen eh, toen eh, "Wie is daar", zei die meneer of mevrouw.
En toen zei 'ie: "Ik ben de vosje met de deegroller".
Mag ik met jullie even [een] overnachtje doen? En toen..."Nee...[het is] een klein huisje." Ze hebben geen plaats, zeiden ze. En toen, en toen. "Ik hoef niet veel plaats", zei ze. En toen mocht het wel, en toen ging ze zelf op een bank liggen en de staart onder de bank en de deegroller bij de kachel. Toen ging 'ie snel slapen en toen ging ie 'm snel stukmaken en verbranden en toen zei 'ie: "Waar is mijn deegroller? Ik neem dan een kip van jullie! En toen: "Mag dat?" En toen ging ze weer verder. Naar de volgende deur. En toen weer kloppen. Toen zei ze dat nog een keer.
"Wie is daar?"
"Ik ben de vos, met de deegroller." Oh ja, "met de kip".
RK: Oh, nu had 'ie een kippetje....
E: Mag ik bij jullie een overnachtje doen?
"Nee, we hebben geen plaats. We hebben maar een klein huisje."
"Ik hoef niet veel plaats. En toen: "Mag dat?"
En toen ging 'ie weer zichzelf op de plank liggen. En de staart onder de plank. En de kip bij de kachel.
En toen ging 'ie 's ochtends vroeg de kip snel opeten.
En toen zei ie: "Waar is mijn egel...eh, waar is mijn kip?"
[moeder helpt vertelster opweg] "Ik pak van jullie een gans!"
E: En dat mocht, en toen, eh, ging ze verder.
En toen kwam ze bij de volgende deur en toen klopte ze weer.
"Wie is daar?" Ennuh...toen zei die vos:
"Ik ben het vosje met een gans. Mag ik bij jullie een overnachtje doen?"
En toen eh..."Nee! Wij hebben maar een klein huisje." En toen zei ze:
"Ik hoef niet veel plaats", zei de vos.
RK: En toen?
E: "Ik ga op de bankje liggen", en de staartje onder de bank en de gans bij de kachel. En toen mocht het. En toen ging ze de gans onder de kachel leggen. En 's ochtends vroeg ging ze het weer eten. En toen eh wou de vos een meisje...meisje pakken, en de papa vond dat zielig om het meisje weg te geven en ging 'ie er een zak met een hond er in doen..en toen: "Asjeblieft, vosje."
En toen ging ze lopen en toen zei de vos: "Meisje, ga een liedje zingen!"
Toen blafte 'ie en toen ging 'ie er uit en toen wou 'ie haar pakken.
[Moeder]: De vos ging veel sneller in het eh....
E: In het eh.... gat.
RK: Wat voor gat was dat dan?
[Moeder]: Onder de boom.
RK: Oh, onder de boom. En wat stopte 'ie daar dan in?
[Moeder]: Ze heeft zich daar verstopt en toen ging ze die voetjes vragen.
E: "Voetjes, voetjes, wat hebben jullie gedaan? "We gingen rennen en rennen, zodat de hond jou niet ging pakken."
En. "Oren, mijn oren, wat hebben jullie gedaan?"
"Wij luisterden en luisterden, zodat de hond jou niet ging opeten."
En. "Mijn ogen, mijn ogen, wat deden jullie?"
"Wij keken en keken, zodat de hond jou niet ging pakken."
"Staart, mijn staart, en wat heb JIJ gedaan?"
"Ik ging... zwaaien en zwaaien, zodat... op de bomen hakken, zodat het moeilijker was rennen."
"Aah, pak maar hond, die staart."
[Moeder]: Toen heeft ze staart naar buiten gestoken.
RK: Zeg het nog eens...pak maar de staart, en dan?
E: pak maar de staart. Toen deed ze de staart naar buiten. Dus de hond ging pakken. En toen ging ze schreeuwen en toen weer verder rennen.
[Moeder]: De vos was [had] niet genoeg alleen aan de deegroller, ze wou steeds meer en meer hebben.
RK: De vos wilde niet alleen de deegroller, maar steeds meer en meer hebben?
E: Ja.
RK: DAT was het!
[Moeder]: De vos was niet echt eerlijk. Die vos.
RK: Geen eerlijke vos. Hij ging zelf alles opeten.
RK: Oh.
[Moeder]: Geef mij maar een kippetje? Geef mij maar een gans in plaats van.
RK: En hou heet dat sprookje dan, heeft het ook een naam?
E: Het vosje met de deegroller!
RK: En wanneer heb je dat gehoord dan?
E: Weet ik niet. Eh.. Heel lang geleden!
RK: Dat is een heel mooi antwoord.
E: Heeft mama dat verteld bij het slapengaan?
E: Ja.
RK: Dank je wel!
E: Graag gedaan.
Onderwerp
AT 0170 - The fox eats his fellow-lodger   
ATU 170   
Beschrijving
Een sluwe, gemene vos vindt een deegroller en gaat bij 'mensen' op bezoek. Hij legt zijn deegroller naast zich neer, verbrandt het voorwerp, en zegt later dat de bewoners het hebben gedaan. Nu wil hij er een kip voor in de plaats krijgen. Ook nu gaat hij zogenaamd slapen, legt de kip bij zich neer, eet deze op en zegt dat de bewoners het hebben gedaan. Hij neemt er een gans voor in de plaats.
Bij een volgende bewoner wil de vos een meisje meenemen. De vader van het meisje doet echter een hond in een zak, die de vos achterna gaat. De vos verstopt zich in een gat in de grond, maar wordt door de hond bij de staart gegrepen en rent er vandoor.
Bij een volgende bewoner wil de vos een meisje meenemen. De vader van het meisje doet echter een hond in een zak, die de vos achterna gaat. De vos verstopt zich in een gat in de grond, maar wordt door de hond bij de staart gegrepen en rent er vandoor.
Bron
Letterlijk afschrift van DAT-opname.
Commentaar
Eefke de Jong (6 jr.) wordt bij het vertellen soms geholpen door haar moeder, Olga de Jong-Chamova, maar vertelt het verhaal vrijwel geheel uit het hoofd. Om de spanning weer te geven verheft Eefke regelmatig haar stem.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
