Hoofdtekst
Er was eens een ongelovige.
Op Hemelvaartsdag zei hij: "Ik ga vissen."
"Doe dat niet", zeiden zijn makkers.
Maar hij zei: "Och kom, wij varen ook ten hemel."
Daar gaat hij dan de zee op en gooit de netten uit.
De anderen blijven aan de wal staan en willen niet mee.
Wat zien ze daar?
Zonder verklaarbare redenen valt de visser over boord.
Hij houdt de handen voor de ogen.
Het gebeurt allemaal zo vlug, dat de anderen hem niet kunnen helpen; toch was het prachtig weer.
Zijn lijk is nooit gevonden.
"Dit was een godsgericht", zeiden de mensen van het dorp.
Op Hemelvaartsdag zei hij: "Ik ga vissen."
"Doe dat niet", zeiden zijn makkers.
Maar hij zei: "Och kom, wij varen ook ten hemel."
Daar gaat hij dan de zee op en gooit de netten uit.
De anderen blijven aan de wal staan en willen niet mee.
Wat zien ze daar?
Zonder verklaarbare redenen valt de visser over boord.
Hij houdt de handen voor de ogen.
Het gebeurt allemaal zo vlug, dat de anderen hem niet kunnen helpen; toch was het prachtig weer.
Zijn lijk is nooit gevonden.
"Dit was een godsgericht", zeiden de mensen van het dorp.
Beschrijving
Ongelovige die op Hemelvaartsdag gaat vissen, slaat ondanks het goede weer overboord. Zijn lijk is nooit gevonden moet een godsgericht zijn geweest.
Bron
Collectie Wever, verslag 115, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Motief
C58 - Tabu: profaning sacred day.   
C50 - Tabu: offending the gods.   
Naam Overig in Tekst
Hemelvaartsdag   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
