Hoofdtekst
Stem uit het water.
Er was es iens een schippertien, die geregeld over de zee varen. Nu waser ien plekke op de zee, waar de schipper een stem hoorde: "Hier is de plaats; waar is de man?".
Dat was de schipper al een paar maaln overkomen en toen zeg ie op een avend teegn de vrouw: "Ik wil er toch iens met de domeneer over praatn; t is toch zo 'n vreemd geval."
Toen dan et schippertien weer op het dorp was, stappen ie naar de domeneer en zee: "Domeneer, er is ien plekkien op de zee, waar ik geregeld een stem heure: "Hier is de plaats, waar is de man?".
De domeneer zei toen: "As ie nou weer uut vaarn goat, mag ik dan wel met noar dat plekkien?"
"Och jawel, woarumme niet?".
"Wanneer vaarn ie weg?"
"Ik zal oe wel woarschuwen as ik vertrekke."
s Oavends gaat de schipper naar de domeneer en zeg: "Morgenochtend ga k vertrekn; zo en zo late."
"Goed", zegt de domeneer, "dan ben ik er wel."
De andere dag varen ze de zee op.
"Goat ie maar in de roef bij de vrouw", zei de schipper; ik zal oe wel roepen as wie dr bint."
Zo nu en dan kwam de domeneer boovn en vruug: "Zijn we er gauw?"
"Nee," zee de schipper, "wacht maar rustig, ik roep u wel."
Eindelijk waarn ze er dan.
Et schippertien gung naar beneden en zei: "Domeneer, nu zijn wie bij et plekkien, waar ik de stem altied heurn."
De domeneer kwam boovn en toen zee de schipper: "Hier was t."
De domeneer gung aan boord staan, keek de zee in en viel overboord.
Zo mos de schipper de domeneer dus naar de zee brengen.
Ie kum hum netuurlijk niet meer achterhaaln.
Er was es iens een schippertien, die geregeld over de zee varen. Nu waser ien plekke op de zee, waar de schipper een stem hoorde: "Hier is de plaats; waar is de man?".
Dat was de schipper al een paar maaln overkomen en toen zeg ie op een avend teegn de vrouw: "Ik wil er toch iens met de domeneer over praatn; t is toch zo 'n vreemd geval."
Toen dan et schippertien weer op het dorp was, stappen ie naar de domeneer en zee: "Domeneer, er is ien plekkien op de zee, waar ik geregeld een stem heure: "Hier is de plaats, waar is de man?".
De domeneer zei toen: "As ie nou weer uut vaarn goat, mag ik dan wel met noar dat plekkien?"
"Och jawel, woarumme niet?".
"Wanneer vaarn ie weg?"
"Ik zal oe wel woarschuwen as ik vertrekke."
s Oavends gaat de schipper naar de domeneer en zeg: "Morgenochtend ga k vertrekn; zo en zo late."
"Goed", zegt de domeneer, "dan ben ik er wel."
De andere dag varen ze de zee op.
"Goat ie maar in de roef bij de vrouw", zei de schipper; ik zal oe wel roepen as wie dr bint."
Zo nu en dan kwam de domeneer boovn en vruug: "Zijn we er gauw?"
"Nee," zee de schipper, "wacht maar rustig, ik roep u wel."
Eindelijk waarn ze er dan.
Et schippertien gung naar beneden en zei: "Domeneer, nu zijn wie bij et plekkien, waar ik de stem altied heurn."
De domeneer kwam boovn en toen zee de schipper: "Hier was t."
De domeneer gung aan boord staan, keek de zee in en viel overboord.
Zo mos de schipper de domeneer dus naar de zee brengen.
Ie kum hum netuurlijk niet meer achterhaaln.
Onderwerp
SINSAG 0001 - "Hier ist die Zeit, wo ist der Mann?"   
ATU 0934 - Tales of the Predestined Death   
ATU 0934K - “The Time Has Come but Not the Man.”   
Beschrijving
Schipper hoort aantal malen op een bepaalde plaats op zee een stem die zegt dat hier de plaats is en vraagt waar de man is. Hij legt het de dominee voor, die gaat mee aan boord en op de plaats waar de schipper de stem hoorde, valt dominee overboord.
Bron
Collectie Wever, verslag 119, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Motief
D1311.11.1 - River says, “The time has come but not the man”.   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
