Hoofdtekst
Ik weet alleen van onderaardse gangen in Rotterdam. Aan de ene kant had je een nonnenklooster, en aan de andere kant had je een uh... dat was bij de Westzeedijk in Rotterdam. En aan de andere kant, een paar honderd meter verder had je een monnikenklooster. En toen is daar die boel verbouwd, toen zijn ze daar aan het graven geweest en toen is dat dan... dat is na de oorlog, hoor... hebben ze dat daar allemaal liggen. En toen vonden ze daaronder, vonden ze een gang. En in die gang hebben ze toen allemaal skeletjes gevonden van pasgeboren kindertjes. Dus die nonnen en die monniken, die hebben ook wel eens wat uitgehaald wat niet klopte. Waar kindertjes uit geboren werden. Ze hebben er toen een stuk of twaalf skeletjes uitgehaald van pasgeboren kindertjes. [...] Aan die skeletjes zagen ze dat het al honderden jaren geleden dat dat gebeurd was. Het was niet van de laatste jaren, want toen waren die kloosters allang weg. Maar toen werden ze daar wel gevonden. Daar is toen wel zo'n verhaal over geweest. Of het allemaal waar gebeurd is, dat weet ik ook niet, maar dat verhaal ging wel. Dat ze dat opgegraven hebben.
Onderwerp
SINSAG 1236 - Der unterirdische Gang. Belagerte entkommen.   
Beschrijving
In Rotterdam was er vroeger een onderaardse gang tussen het nonnenklooster en het monnikenklooster. Toen ze er later opgravingen deden, vonden ze in die gangen wel twaalf baby-skeletjes.
Bron
Optekening bij verteller Berendine Veen-Brouwer te Ten Boer op 23 november 2006 (Bandopname archief Meertens Instituut)
Commentaar
23 november 2006
Der unterirdische Gang
Naam Locatie in Tekst
Rotterdam   
Westzeedijk   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
