Hoofdtekst
H: Ja, regelmatig. Zelfs heel regelmatig en wel om deze tijd van het jaar. Maar dan ga ik terug met jullie naar de periode van voor de oorlog, toen ik zelf een kind was. Dat is dus de periode ... we zitten hier tegen het Boertanger moeras aan, ik weet niet of je dat wat zegt?
RK: Nee, ik ken het niet.
H: Heel kort gezegd, dat loopt van de Dollard, zwart-wit hoor, tot voorbij Coevorden. Dat was in zijn tijd het grootste moeras van West-Europa, van heel West-Europa dus. Daar is nog een klein deel van over. En zo in de dertiger jaren, dan krijg je de crisisjaren en dan vindt onder andere koningin Wilhelmina in die tijd ... die grijpt de kaart en ziet ze dat daar nog een heleboel heide is en dat is dan in dit wereldje hier ... zo ruwweg, heel ruwweg .... ik kan dat heel nauwkeurig omschrijven, maar dat vereist wat meer tijd. Ruwweg tussen Ter Apel en Nieuweschans en dan de achterkant van de grens. Daar ligt natuurlijk aan beide kanten [van] Groningen die eindeloze heidevelden. De koningin die prikt dan op die kaart en zegt dan tegen de heer Colijn: "Jongen, daar zitten een heleboel werklozen, ga daar dan maar es het land laten ontginnen." Dat heeft 'ie dan laten doen. De wijze waarop is wat minder interessant misschien. Maar goed, het is een verhaal op zichzelf, dat zou denk ik in het kader van jouw verhalen waarschijnlijk te ...
RK: Nee, dat zijn historische feitjes.
H: ... niet echt interessant zijn ...
Maar daar stonden dan in dat veenwereldje ... hier heb je de hoofdweg. Daar de hoofdweg, daar de boerderijen...honderden jaren lang. Laan, de achterlaan, die het veen in gaat. Die lanen worden almaar langer, omdat het veen wordt vergraven tot turf en tot op een zeker moment krijg je arbeiderswoningen aan die lanen. Een van die arbeiderswoningen, waar ikzelf geboren ben....daar heb je er eentje van, die heb ikzelf getekend, een tijdje terug al [wijst naar schilderij aan muur] ...
En, toen werden op deze tijd van het jaar...het was een armoedig wereldje in de dertiger jaren ... dan kwam ik uit school, het was een uur lopen als kind.. 's morgens een uur, om zeven uur, en dan [onverstaanbaar] zei ze van nou: "Het is weer zo ver, naar school"..Nou ja, pannenkoeken eten of pap eten, wat ze ook had. Klompjes aan, jasje aan, en dan een uur tippelen naar school. Daar stond de meester je op te wachten en wij werden gelijk maar bij de 'Zwarte Jan' neergezet, dat was de kachel in de hoek. Dan kon je eerst wat warm worden. Nou en dan 's avonds hetzelfde wandelingetje terug en dan op deze tijd van het jaar, begint ergens zo halverwege november, dan worden de dagen alsmaar korter, dus vaak genoeg ben ik als kind in het donker weer thuisgekomen. En dat kon je prachtig zien of je moeder in de kamer zat, want dan werd de petroleumlamp aangestoken en ... dat hebben jullie ook niet meer meegemaakt ....
JS: Ikke wel.
H: Ja, toch wel?
JS: Ik ben geen veertig meer.
H: Oh, nou ... dan ziet eh ... nog vlot ... vooruit dan maar ... [lacht]
Dan had je van die witte lakens, die werden voor de ramen gehangen.
[na pauze]
RK: Oké, u had het over 's avonds laat thuis komen.
H: Als kind kom je laat thuis ... En aangezien ik nogal vaak in de sloot sprong ... dat maak je natuurlijk mee als je als kind zo'n lange wandeling moet maken naar school ... Een kwestie van armoede trouwens hoor. Fietsen hadden wij kinderen niet. Dat konden de mensen niet betalen. Een landarbeider vertiende in de tijd hooguit een kwartje per uur ... als 'ie werk had. Hij had heel vaak helemaal geen werk en dan was het, ik meen, zoiets als zeven gulden per week aan steun. En dan kom je weer bij Colijn terecht. Die zegt: "Laat ze maar voor de steun werken." En dan kreeg je de heidearbeid, de ontgingen. Dan wordt het veenwereldje ontgonnen. Dat heb ik in mijn kinderjaren allemaal meegemaakt. En mijn moeder hing dan een wit laken voor het raam. Voor elk venster eentje. Dat kun je daar op die tekening net niet zien. Maar eh, als ik dan in de sloot had gezeten, dan wachtte ik tot mijn moeder in de schuur bezig was, dan had je natuurlijk klieder natte voeten. En dat kon je prachtig zien. Dan krijg je een silhouet-spelletje. Je moeder loopt in de kamer, het licht valt op haar en de schaduw valt op het witte gordijn. Dus ik wachtte maar tot het gordijntje weer wit werd, dan wist ik dat moeder niet meer in de kamer was. Dan schoot ik de kamer binnen en dan gelijk onder de statte[?] kachel. Dat was een kachel, een hele aparte kachel was dat, gestoken met turf. En dan ging ik me zoveel mogelijk eventjes drogen.
En dan, dat was jouw vraag ... die verhalen. Petroleum kost geld. En in [de] tijd dat je vader een kwartje per uur verdiende [voor] een gezin dat uit vier personen bestaat, is dat niet blievend[?] veel. Nou vermoed ik, dat ... petroleum was dat, zoiets als 7 of 11 cent cent de liter kostte ... dat weet ik niet precies meer ... maar in die orde van grootte ligt het. Dus dan ging de petroleumlamp die ging als 't immer kon, niet te gauw aan. En dan ging 't kacheldeurtje open ... hebt u dat ook meegemaakt? Nee?
JS: Dat weet ik zo niet.
H: Dan ging het kacheldeurtje open ... en dan speelden de vlammen en die dansten dan door de kamer heen, dat licht daarvan, en dan werd er verteld. Mijn vader was een heel boeiende verteller en mijn moeder had een gigantisch geheugen, dus dat vulde mekaar op een fantastische manier aan. En dan krijg je alle mogelijke verhalen, van heinde en ver en uit het verre en nabije verleden. Hm. Zo kom je dus aan veel verhalen.
Dat was vroeger zo. Toen kwam de radio. En toen werd het een heel eind minder. De eerste radio, dat was zo in 36-37 geweest zijn, dat was een ding met accu, een auto-accu zeg maar, zoiets, en dat was een heel grote batterij. Zoiets, een vierkant, zo dik. En dat was ... een luidspreker aan vastgekoppeld. En dat was dan de radio. In het begin kwamen de mensen luisteren naar dat ding. Maar dat betekende wel dat het vertellen wat minder wat werd he. Totdat je in de oorlogsjaren de radio's weer moest inleveren en die van ons is trouwens ondergedoken, er gebeurden wel meer van die dingen ... maar goed ... dan is het weer een radioloos tijdperk. En dan komt er weer meer tijd voor verhalen. En dan wordt er niet meer verteld bij de petroleumlamp, maar ze worden verteld bij de carbidlantaarn. He, carbid, dat zult u waarschijnlijk wel kennen..
RK: Ja, dat ken ik wel.
H: Carbidlantaarns. Je had ze ook voor de fiets he.
RK: Ik ken het alleen maar uit verhalen hoor, ik heb geen idee hoe die dingen er uit zien.
H: Tv gezien, dat oudejaarsschieten ... met die carbidbussen?
RK: Ja, inderdaad.
H: Ik heb er nog een litteken van het op m'n been zitten. [lacht] Dat was in de oorlogstijd precies hetzelfde. Maar je had dus ook carbidlantaarns voor de fiets. In de oorlogstijd mocht je die dingen niet hebben. Ja, een strookje van, ik meen van 5 of 8 cm, en dan 1 cm breed. Anders zou je de overvliegende vliegtuigen een seintje kunnen geven natuurlijk ... ja, dat mocht niet.
Maar goed, dan komen de verhalen weer opnieuw ... vertellen. En na de oorlog, ja, dan is er de wederopbouw, en dat duurt ook jaren. Er komt pas een eind en een verandering en een verbetering in het algemene tijdsbeeld, economisch gezien dan, in de tijd van het kabinet Cals-Vondeling. Dat is gesneuveld in 1966. Dat is toen gesneuveld in die tijd ...
[Vrouw Hemmes vraagt: "Hoe drinken jullie de koffie"]
RK: Maar als u dan naar die petroleum-tijd kijkt ... toen uw moeder en vader vertelden. wat voor verhaaltjes vertelden ze dan?
H: Ja, ik zou haast zeggen, leest dat boek van mij, daar staat veel in.
[Wijst op een boek via uitgeverij het Eigen Boek]
Beschrijving
Bron
Commentaar
JS: Joke Scholma, uitgeverij Profiel
Naam Overig in Tekst
Colijn   
Zwarte Jan   
Cals   
Vondeling   
Wilhelmina   
Boertanger   
Naam Locatie in Tekst
Boertange   
Dollard   
Coevorden   
West-Europa   
Nieuweschans   
Groningen   
Plaats van Handelen
Vriescheloo   
