Hoofdtekst
Nasreddin Hodja ging naar een vrouw en vroeg: Mag ik je ezel lenen? Toen zei die vrouw: Okee. Hij ging erop verkeerd zitten, ging hij lopen, kwam hij weer terug, hij had de ezel op het gras gezet; hij zat gras te eten, die ezel. Hij kwam naar die vrouw. Die vrouw zei: Waar is m'n ezel? Hij zei: hij is gras eten. Hij zei: Neem maar mee. Hij zei: Nee, ik vind hem leuk. Toen zei die ezel: a-i-a-i. Toen zei die vrouw weer: Daar is m'n ezel. Toen zei die: Nee, dat is een andere ezel. Dus die Hodja denkt dat 'ie van hem is. Hij dacht: ik mag hem hebben.
Beschrijving
Nasreddin Hodja leent een ezel, rijdt er achterstevoren op, en na verloop van tijd raakt hij ervan overtuigd dat de ezel zijn bezit is geworden.
Bron
Optekening op basisschool De Schakel te Hoogezand op 23 november 2006 (Bandopname archief Meertens Instituut)
Commentaar
23 november 2006
Naam Overig in Tekst
Nasreddin Hodja   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
