Hoofdtekst
YÇ: Ja, ik weet van zo'n meisje; Fatima. Zo'n meisje haar man, die was dood. En die man zei: Als mijn begrafenis nog niet gehad is, mag je nog niet trouwen.
Toen ze daarin ging, ging ze stampen tot die droog was. Ze kwam weer terug. Toen zei een man: Je bent heel vriendelijk. Je gaat elke dag naar je man z'n begrafenis.
Toen zei die vrouw: Ja, ik wil met iemand anders trouwen, maar ik kan niet. Die man zei: ga stampen op de...
HA: Het moet eerst drogen die voorkant.
YÇ: Ik ga elke dag heen; daar stomp ik tot het droog is. Ik wil met iemand anders trouwen.
Toen ze daarin ging, ging ze stampen tot die droog was. Ze kwam weer terug. Toen zei een man: Je bent heel vriendelijk. Je gaat elke dag naar je man z'n begrafenis.
Toen zei die vrouw: Ja, ik wil met iemand anders trouwen, maar ik kan niet. Die man zei: ga stampen op de...
HA: Het moet eerst drogen die voorkant.
YÇ: Ik ga elke dag heen; daar stomp ik tot het droog is. Ik wil met iemand anders trouwen.
Beschrijving
Een vrouw mag pas hertrouwen als haar man goed en wel begraven is. Na zijn dood gaat ze de vochtige aarde rond zijn graf aanstampen om maar des te sneller te kunnen hertrouwen.
Bron
Optekening op basisschool De Schakel te Hoogezand op 23 november 2006 (Bandopname archief Meertens Instituut)
Commentaar
23 november 2006
Naam Overig in Tekst
Fatima   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
