Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

GROTM066

Een sage (mondeling), donderdag 23 november 2006

Hoofdtekst

Wat hij vertelde over die geesten. Ik weet niet hoe het nu is. De meeste mensen van jouw generatie zijn niet meer zo gevoelig, vooral als ze meer scholing hebben gekregen. Dan zijn ze niet meer zo gevoelig voor geesten, hiernamaals en weet ik veel allemaal. Maar je hebt toch ook een gedeelte met ouderwetse ouders, ondanks dat zij - zeg maar - een moderne opvoeding hebben gekregen op school; ja, dat is los van wat ze meekrijgen van thuis. En sommige ervan hebben nog steeds ouderwetse opvattingen over geesten en godsdienst bijvoorbeeld. En dan heb je bijvoorbeeld mijn moeder, die... Je hebt van die mensen, die zeggen ze zien geesten, hè? Zoals nu op televisie ook mensen met geesten praten. Mijn moeder zegt... en dat is bij veel oude mensen; die mensen zijn nu in de buurt van de 80 en 90 jaar... en die hebben dan van: als [...] je in een huis gaat wonen (een nieuw huis niet zozeer; daar zou je zo kunnen intrekken) maar als je een huis overneemt van iemand - jij bent niet de eerste bewoner - dan moet je het huis zegenen. Dus als je christelijk opgevoed bent, dan moet je dat huis zegenen. Want je weet niet wat er allemaal in gebeurd is. En bij Noordwijk - ik weet het nog goed- toen verhuisden we van de ene wijk aan de ene kant van de stad naar de andere kant van de stad. Mijn moeder ging eerst alleen naar het huis. En ze ging daarna ook wierook branden, het hele huis wieroken en prevelen en weet ik veel allemaal. Nou, en daarna konden wij met de verhuizing beginnen. En ik sprak vaak met mijn moeder, vooral als ik mijn huiswerk aan het maken was en ik was klaar, dan kwam ze aan tafel zitten.
Toen vertelde ze: "Ik heb gisteren iets gezien, in het huis. Ik denk dat ik nog een keer met mijn ritueel aan de gang ga, maar ik moet eerst weten wat. Ga je mee naar de buurvrouw?"
Door naar de buurvrouw.
Vroeg ze aan de buurvrouw: "Is er iemand in dit huis gestorven?"
Zei die buurvrouw: "Nou ik weet het niet, ik ben niet zo lang hier als buur. Misschien dat die andere mevrouw u kan helpen. Die is hier langer."
We gaan naar die andere buurvrouw en die zegt: "Ja. ja, daar is een mevrouw hier gestorven."
En mijn moeder vraagt dan aan haar: "En is ze in het huis gestorven? En hebben ze daar voor haar gewaakt?"
En die vrouw zei: "Nee. Ze is in het huis gestorven. En ze is dood aangetroffen. Dus niemand wist dat ze dood was. Iemand kwam op bezoek en ze troffen haar dood aan, en ze is door de instanties weggehaald en... klaar."
En toen vroeg mijn moeder: "Is het een vrouw?"
Die buurvrouw zei: "Ja, het is een vrouw, hoe weet je dat, dat het een vrouw is?"
"Nee, zomaar, ik wil weten."
Toen gingen we naar huis. Toen zei mijn moeder tegen mij: "Ja, ik heb een oud vrouwtje gezien, die liep van de ene slaapkamer naar de andere slaapkamer, van de ene slaapkamer naar de andere slaapkamer."
Ik zeg: "Waar heb je dat gezien?"
Ze zegt: "Als ik in de keuken sta, dan kan ik die twee slaapkamers zien. En dan liep ze van de ene slaapkamer naar de andere slaapkamer. Soms bleef ze in het midden en keek me aan."
Ik zei tegen d'r: "Ben je niet bang?"
"Ze doet niks. Ze loopt wel heen en weer. Ze moet zielerust hebben," zegt ze.
Ik zeg: "O, wat ga je nou doen? Ga je een pastoor erbij halen?"
"Nee." Ze pakt een boekje, zegt: "Dit ga ik negen dagen doen - of acht dagen. En dan moet ze verdwijnen."
Okee, ik geloof er niks van, maar ja.
Ze heeft het gedaan: acht dagen lang! Want dat doen ze dus als iemand overleden is. Acht dagen komen ze bij elkaar en dan bidden en weet ik veel, en dan na acht dagen is er een eetpartij en dan is het klaar. [...] Maar zij heeft dat gedaan.
En na een week zeg ik tegen mijn moeder: "Zie je die vrouw nog?"
"Nee."
Ik zeg: "Hoe weet je dat ze weg is dan?"
"Ja, want de laatste dag dat ik gebeden had, liep ze van die ene kamer naar die andere kamer, en toen ze terug wilde, bleef ze in de gang en zwaaide naar mij en is weggegaan."
Dus... Wat moet ik ervan geloven? Ik heb het niet gezien.
En ik zeg tegen mijn moeder: "Ik wil het helemaal niet zien. [...] Ik zeg: wat je niet weet, kan je niks doen."

Beschrijving

Een huis waarin al mensen gewoond hebben, moet opnieuw gezegend worden met gebeden en wierook. Ondanks dat zag de moeder van de verteller in het huis een vrouw tussen de slaapkamers heen en weer lopen. Ze komen erachter, dat een vorige bewoonster dood in het huis is gevonden. Acht dagen lang is er een ritueel van gebeden e.d. gehouden en daarna heeft de rusteloze ziel afscheid genomen; de vrouw heeft ten afscheid nog gezwaaid naar de moeder.

Bron

Optekening op trefcentrum Suranti van de Stichting Bangsa Jawa te Hoogezand op 23 november 2006 (Bandopname archief Meertens Instituut)

Commentaar

23 november 2006

Naam Locatie in Tekst

Noordwijk    Noordwijk   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21