Hoofdtekst
De jonker van Laarwoud woont in Laarwoud in het prachtige landgoed, heel ongelukkig: hij wil trouwen. En hij denkt: weet je wat? Hij scheert zich, hij wast zich met de lekkerste zeep. En eerst gaat hij naar Twickel, naar Delden, kasteel Twickel. Maar hij heeft één ding: zijn vrouw moet een poffert kunnen bakken. Dat moet. Verder maakt het niet uit, als ze maar een poffert kan bakken. Dus hij gaat naar Delden. Daar zit iemand, die kan wel bakken ... Yes, denkt 'ie dan ... maar ja, dat is krentenwegge en dat is absoluut niet te eten. Dus hij verder op reis: komt hij aan in Slochteren, in de Freylemaborg. Daar was een jonkvrouw: leuk vrouwtje, niet getrouwd, slim, verstandig, welbespraakt, alles heeft ze mee, ze kan ook nog koken, maar ja ... mollebonen. Nou, denkt hij, die wil ik dan nog proberen. Echt, zoiets goors heeft hij nog nooit gehad. Dus hij weer naar huis, naar Zuidlaren, en onderweg komt hij bij Roden - hij moet even plassen of even wat drinken. Hij stopt daar in Roden bij ook zo'n mooi landgoed wat er is. Huize Mensinge heet het geloof ik. Nou, en de jonkvrouw die zat al op hem te wachten.
Ze zei: "Eigenlijk zit ik al op je te wachten. Kan je ook harmonica spelen?"
Voordat hij nog kan vragen van uh ...
"Nee," zegt hij.
Zij zegt: "Dan wordt het niks tussen ons."
Dus hij weer naar huis, en hij denkt van: ik had het gewoon moeten vragen. Dus hij maakt het hele rondje weer opnieuw. En die eerste is al getrouwd met de graaf van Benthem van net over de grens, dus dat kan niet meer. En die van Slochteren is aan het logeren bij een nichtje in Appelscha. En dan komt 'ie weer in Roden en ... En omdat ze dus allebei iets willen van elkaar wat ze niet kunnen, omdat hij wil dus dat zij z'n poffert bakt, en zij wil dat hij harmonica speelt, ja, dat schept een band. En zo komt alles toch nog goed. Dan krijgen ze een tweeling: een jonkertje en een juffertje. En dat jonkertje kon op zijn negende jaar al fantastisch mooi harmonica spelen (of, nou ja, precies andersom) en dat juffertje bakt de heerlijkste [pofferts].
Die mollebonen komen dus in het verhaal voor, dus al die klassen waar ik het verhaal heb verteld, heb ik een zakje mollebonen meegenomen en een poffert.
Ze zei: "Eigenlijk zit ik al op je te wachten. Kan je ook harmonica spelen?"
Voordat hij nog kan vragen van uh ...
"Nee," zegt hij.
Zij zegt: "Dan wordt het niks tussen ons."
Dus hij weer naar huis, en hij denkt van: ik had het gewoon moeten vragen. Dus hij maakt het hele rondje weer opnieuw. En die eerste is al getrouwd met de graaf van Benthem van net over de grens, dus dat kan niet meer. En die van Slochteren is aan het logeren bij een nichtje in Appelscha. En dan komt 'ie weer in Roden en ... En omdat ze dus allebei iets willen van elkaar wat ze niet kunnen, omdat hij wil dus dat zij z'n poffert bakt, en zij wil dat hij harmonica speelt, ja, dat schept een band. En zo komt alles toch nog goed. Dan krijgen ze een tweeling: een jonkertje en een juffertje. En dat jonkertje kon op zijn negende jaar al fantastisch mooi harmonica spelen (of, nou ja, precies andersom) en dat juffertje bakt de heerlijkste [pofferts].
Die mollebonen komen dus in het verhaal voor, dus al die klassen waar ik het verhaal heb verteld, heb ik een zakje mollebonen meegenomen en een poffert.
Beschrijving
Jonker merkt dat hij moet aanvaarden dat de vrouw die hij trouwt niet aan zijn eisen voldoet, want hij kan niet aan haar eisen voldoen.
Bron
Optekening bij Erik van Dort, Bedum, 24 november 2006 (Bandopname archief Meertens Instituut)
Naam Locatie in Tekst
Laarwoud   
Delden   
Slochteren   
Zuidlaren   
Roden   
Mensinge   
Appelscha   
Freylemaborg   
Benthem   
Twickel   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
