Hoofdtekst
Grote mensen deden kinderen...bang maken. [...] Dat hadden ze tegen mij gezegd hoor...mijn vriendinnetje die had gezegd van: "Ja, ons buurman zei van: 'Onder dei grote boog bie boerderei, doar zit 'n horrebos met lange steerten.' En, nou ja, mien pa zei dus van: "Zulk spul bestoat nait, most nait an geleuven." Maar ja, toen was het heel mistig en toen zei mien moeder: "Moes nog even stroop hoalen oet de winkel, want wie eten pankouk. En 't is op." Nou, het was zo mistig, dat wie op die dijk kwam..daar dreven er allemaal mistflarden over. Maar ja, de witte wieven konden het net zo gou wezen hè?! Want daar hadden ze het ook altijd over had...over witte wieven over 't Daststerdaip. [...] En bie die boog, die zai [zag] ik dus..en ja hoor, daar zaten[statten?] steerten onderweg. En, dat waren vast die horrebossen. Dus ik wist niet hou gauw ik in winkel kommen mos. En, ik snapte die deur nogal slim dicht, dus die winkelier die zei: "Na, da heuft die deur nait zo stief dicht gooien, want het klinkt ja deur 't alle hoes." [...] Afijn, ik had mien stroop. En ik denk, ja...ik keek al naar boeten, ik denk: "Zit dat baist er nou nog?" Dus ik heel voorzichtig die deur open en kieken en heel voorzichtig die deur weer dicht, dat dat baist mie maar nait heuren zol. Witte wieven dreven nog wel over dijk, maar ja, dat was....toen leep ik nog even verder. [..] Toen heb höle voorzichtig deur dicht doan en de winkelier zegt: "Kiek, zo e wel. As je kinderen maar even waarschouwen, dan geheurzamen ze ook nog." Nou, dat was nait natuurlijk. Maar ik gauw het padje op en bovenaan was een lanteern. Nou, dacht ik, als ik maar onder lanteern stao, kan mie niks gebeuren. En dan ben ik verder naar hoes rent, van aine lanteern naor ander en zo benk toes kommen. Toen zei moe van: "Oh, had glad gauw doan ja, ondanks die mistrommel." Ja, ze moest eens waiten. [lacht] Toen was ik misschien een jaar of zeven.
Onderwerp
TM 3402 - De kinderschrik   
Beschrijving
Onder een boog bij de boerderij zaten horrebossen, met lange staarten, het waren beesten. Over het Damsterdiep vlogen de witte wieven.
Als kind werd je bang gemaakt voor deze wezens. Vertelster rende als kind van lantaarn naar lantaarn. Daar konden de horrebossen je niet te pakken krijgen.
Als kind werd je bang gemaakt voor deze wezens. Vertelster rende als kind van lantaarn naar lantaarn. Daar konden de horrebossen je niet te pakken krijgen.
Bron
Letterlijk afschrift van DAT-opname.
Commentaar
15 november 2006
De kinderschrik
Naam Locatie in Tekst
Damsterdiep   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
