Hoofdtekst
Nou werd me gevraagd of ik dat ook wil vertellen, da' ik altijd zo'n vreselijke kiespijn had, toen ik een jonk meisje was.
Nou, ik zal oe zeggen, ik had al drie maanden kiespijn gehad, en dan was 't een kwartje brandewijn en dan was 't weer wat anders en dat was met spoelen, spoelen en dan zeeën ze: 'ge moet die brandewijn uitspouwen, as ge d'r mee gespoeld hebt', moar ja, ge had zo'n razende kiespijn, dus ik dacht bij mij zelf: ik zal 't maar inslikken, en van den brandewijn die ik inslikte, kreeg ik slaap en dan was m'n kiespijn ook over, maar da' duurde niet lang.
Nou hadden wij 'n buurvrouw en da' was Jan van Zon z'n vrouw, en zij hiette Leentje Cools: ze hebben lang op de Ginnekenweg een groentewinkel gehad, klein groentewinkeltje, maar toch een goei. Die zei tegen mij: 'ge moet met me mee gaan naar de Haven, en daar is kapelaan Daverveld, en die kan oe d'r afhelpen en dat kost een kwartje'.
Ik zeg: 'nou dat wil ik dan wel doen. D'r zijn zoveel kwartjes al weg' en ik naar kapelaan Daverveld, maar toen ik daar kwam was m'n kiespijn over van de louteren angst, want ik was protestant en nou met haar mee naar een kapelaan om de kiespijn kwijt te raken, dus ik was wel een beetje rikketik. We gingen binnen.
Was de kapelaan thuis?
'Ja'.
We wieren in een kamer gelaten. Hij kwam, hij viet een boek en daar moest ik mennen naam in schrijven, en wanneer ik geboren was, en waar, en hoe ik hiette en alles, heel de santepetiek.
Goed, da' dee' ik, en toen zeit ie: 'nou bende d'r voor oew leven in'.
Ik zeg: 'waar ben ik in, meneer', en toen zee-t-ie: 'in de Apolonia inrichting of stichting', ik weet niet precies hoe de man het zei.
En toen zeet ie: 'as ge nou thuis bent - omdat ik zei dat ik nou geen kiespijn had - en ge krijgt weer hevige kiespijn, dan moette zo veel Onze Vaders en zo veel Wees Gegroeten en dat allemaal bidden'.
Ik zeg: 'ja, mijnheer, maar dat kan ik niet, want ik ben protestant. Ik kan geen Wees Gegroeten bidden'.
Toen zegt ie: 'En jij?'
'Ik ben katholiek', zei Leen, m'n buurvrouw.
'Nou', zeet ie, 'woon je naast mekaar?'
'Ja'.
'Nou, dan bid jij zoveel Wees Gegroeten en jij gaat met je kop op tafel liggen op een kussen' zeet ie, 'en je bidt net zo lang het Onze Vader tot je slaapt'.
'Da's goed meneer'.
Ik gaf 'm een kwartje en we waren er van af.
Maar toen kom ik thuis, en van den angst kreeg ik alweer kiespijn.
O, maar m'n moeder, die zee: 'al weer 'n kwartje overstuur. Ge moet nog maar meer kunsten ophalen', maar alla, ik ging met m'n kop op tafel liggen 's nachts en m'n buurvrouw klopte ik en die ging ook bidden en ik viel in slaap en ik heb geslapen tot 's morgens toe en ik heb van m'n leven geen kiespijn gehad, heb ik gene kies of tand meer in menne mond: ze zijn er zo uitgegaan.
Dus ik raad het jullie ook aan.
Beschrijving
Bron
Motief
D1502.2.2 - Charm for toothache.   
Commentaar
De volledige naam van de vertelster is Antoinetta Maria Verbeek-Beenen. De bandopname van 21 oktober 1957 moet met opzet verkeerd gedateerd zijn, want de vertelster was toen al bijna een jaar overleden.
Naam Overig in Tekst
Jan van Zon   
Leentje Cools   
Onze Vader   
Wees Gegroet   
Naam Locatie in Tekst
Ginnekenweg   
Haven   
Daverveld   
Apolonia   
Plaats van Handelen
Ginneken (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
K179p   
