Hoofdtekst
5.7. Geschoten hazen laten geen sporen na in de sneeuw
Een oom van me, die stoeng ook is haas te wachten. 't Was mee Kerstmis, den eerste kerstnacht en 't aai gesneeuwd. Die stoeng in 't bos acher nen boom te wachten. Da was ook aan e stuk mee land en d'r kwamen d'r wel e stuk of tien, twaalf en maar deur mekaren springen en sjouwen. Hij schiet: 'Kets!' en nie afgaan. Nog is geprobeerd: 'Kets!' nie afgaan! Hij gooide d'r ook e zilveren dubbeltje in. 't Geweer ging af en as ie nadien ging kijken, dan was er niks te zien en toch aaien ze d'r op gezeten. In de sneeuw.
Een oom van me, die stoeng ook is haas te wachten. 't Was mee Kerstmis, den eerste kerstnacht en 't aai gesneeuwd. Die stoeng in 't bos acher nen boom te wachten. Da was ook aan e stuk mee land en d'r kwamen d'r wel e stuk of tien, twaalf en maar deur mekaren springen en sjouwen. Hij schiet: 'Kets!' en nie afgaan. Nog is geprobeerd: 'Kets!' nie afgaan! Hij gooide d'r ook e zilveren dubbeltje in. 't Geweer ging af en as ie nadien ging kijken, dan was er niks te zien en toch aaien ze d'r op gezeten. In de sneeuw.
Onderwerp
SINSAG 0592 - Hexentier kann nicht getroffen werden
  
Beschrijving
In de eerste kerstnacht probeert man hazen te schieten, maar het geweer gaat niet af. Met een zilveren dbbeltje in de loop gaathet geweer wel af, maar van aangeschoten hazen is niets te zien
Bron
Willem de Blécourt. Volksverhalen uit Noord Brabant. Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 165-166
Motief
D1385.4 - Silver bullet protects against giants, ghosts, and witches.   
Commentaar
1955
Motief: vgl. D1385.4 Silver bullet protects against giants, ghosts, witches
5
De verteller als tovenaar. Verhalen uit Ossendrecht en Woensdrecht
Verhalen verzameld door Marcel van den Berg bij zijn veldwerk voor zijn licentiaatsverhandeling in de Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Vanaf 1950 vindt er vanuit Leuven een grootscheeps onderzoek naar volksoverleveringen (sagen) plaats, tot voor kort geleid door wijlen professor K.C. Peeters, thans door professor S. Top (zie o.a. Peeters 1959, Top 1979). Van den Berg was een van de eerste studenten dIe in dit onderzoek participeerde (1955). Bij wijze van proef breidde hij zijn onderzoeksgebied, de polders ten noorden van Antwerpen, uit naar Nederlands grondgebied. Hoewel de verhaalmotieven uit Ossendrecht en Woensdrecht (evenals de rest van Noord-Brabant) niet noemenswaard afwijken van wat er ten zuiden
van de grens wordt verteld, merkt hij desalniettemin op: 'Toch menen we ondervonden te hebben dat deze dorpen (Ossendrecht en Woensdrecht, WdB) zo maar niet in ons gebied mogen geïntegreerd worden; de sfeer, het landschap en de mens is er anders en veel contact is er niet tussen de dorpen onder en boven de grens' (1960: 26). Over de wijze van noteren schrijft hij: 'Wanneer ze begonnen te vertellen haalden we diskreet een klein notaboekje boven en registreerden zo trouw mogelijk: we noteerden de hoofdwoorden, de typische volkse gezegden. Thuis gekomen typten we iedere sage onmiddellijk op een steekkaart; de herinnering was nog levendig genoeg om de hiaten aan te vullen.
Nooit hebben we protest gekregen dat we nota namen' (1960: 29). 'Alle grote verzamelaars leggen nadruk op de getrouwheid bij het optekenen. De volkskundige heeft dus niet het recht ook maar enigszins aan de volkse uitdrukking te tornen. Maar de grote moeilijkheid is, dat men meestal niet vlug genoeg kan schrijven om alles op te tekenen. Wij maakten natuurlijk gebruIk van een aantal afkortingen. Gewoonlijk lieten wij onze zegsman achteraf nog eens opnieuw vertellen om hetgeen wij opgetekend hadden aan een kontrole te onderwerpen en indien nodig, hier en daar woorden aan te vullen' (geciteerd in Heupers 1979: 13). Zie verder: Van den Berg 1965, en het door hem uit zijn licentiaatsverhandeling samengestelde deel Volksverhalen uit Antwerpen in deze serie.
5
De verteller als tovenaar. Verhalen uit Ossendrecht en Woensdrecht
Verhalen verzameld door Marcel van den Berg bij zijn veldwerk voor zijn licentiaatsverhandeling in de Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Vanaf 1950 vindt er vanuit Leuven een grootscheeps onderzoek naar volksoverleveringen (sagen) plaats, tot voor kort geleid door wijlen professor K.C. Peeters, thans door professor S. Top (zie o.a. Peeters 1959, Top 1979). Van den Berg was een van de eerste studenten dIe in dit onderzoek participeerde (1955). Bij wijze van proef breidde hij zijn onderzoeksgebied, de polders ten noorden van Antwerpen, uit naar Nederlands grondgebied. Hoewel de verhaalmotieven uit Ossendrecht en Woensdrecht (evenals de rest van Noord-Brabant) niet noemenswaard afwijken van wat er ten zuiden
van de grens wordt verteld, merkt hij desalniettemin op: 'Toch menen we ondervonden te hebben dat deze dorpen (Ossendrecht en Woensdrecht, WdB) zo maar niet in ons gebied mogen geïntegreerd worden; de sfeer, het landschap en de mens is er anders en veel contact is er niet tussen de dorpen onder en boven de grens' (1960: 26). Over de wijze van noteren schrijft hij: 'Wanneer ze begonnen te vertellen haalden we diskreet een klein notaboekje boven en registreerden zo trouw mogelijk: we noteerden de hoofdwoorden, de typische volkse gezegden. Thuis gekomen typten we iedere sage onmiddellijk op een steekkaart; de herinnering was nog levendig genoeg om de hiaten aan te vullen.
Nooit hebben we protest gekregen dat we nota namen' (1960: 29). 'Alle grote verzamelaars leggen nadruk op de getrouwheid bij het optekenen. De volkskundige heeft dus niet het recht ook maar enigszins aan de volkse uitdrukking te tornen. Maar de grote moeilijkheid is, dat men meestal niet vlug genoeg kan schrijven om alles op te tekenen. Wij maakten natuurlijk gebruIk van een aantal afkortingen. Gewoonlijk lieten wij onze zegsman achteraf nog eens opnieuw vertellen om hetgeen wij opgetekend hadden aan een kontrole te onderwerpen en indien nodig, hier en daar woorden aan te vullen' (geciteerd in Heupers 1979: 13). Zie verder: Van den Berg 1965, en het door hem uit zijn licentiaatsverhandeling samengestelde deel Volksverhalen uit Antwerpen in deze serie.
Hexentier kann nicht getroffen werden (lässt sicht fangen oder verscheuchen) & SINSAG 0623 De geweihte Schuss. Hexenkatte (Hase) getroffen, Frau aus der Gegend erweist sich als verwundet
Naam Overig in Tekst
Kerstmis   
Plaats van Handelen
Ossendrecht (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
I118p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
