Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MKLEIN012

Een personal narrative (vragenlijst), woensdag 27 december 2006

Hoofdtekst

M: En met St. Maarten? Was er dan ook een optocht?
A: Nee, met St. Maarten, dan gingen kinderen met lampions…. Dat was vroeger veel mooier
Ja nou hebben ze lampions met zo’n lichtje erin en als ze weer bij een huis komen dan doen ze dat lichtje weer even aan. Wij hadden altijd brandende lampions, met kaarsen, ja die gingen heel vaak in de fik, vooral als het slecht weer was. Pa en moe zeiden altijd: Als ie in de brand vliegt, trap hem maar direct uut. Ik kan me niet herinneren dat het ons ooit [ gebeurd is] wij waren altijd heel voorzichtig. We wisten precies, oei daar is weer een gang of een straat en daar kan de wind wegkomen, doe de lampion dan maar een beetje aan die kant, dan was je er wel een beetje op voorbereid. O ja, dat vonden wij als kind zo mooi he. Wij mochten dan lopen totdat we… ja , ik weet niet precies hoe oud we dan waren. Maar daarna hadden we dan het geluk dat we uit mochten delen. Och kind, als je dan zag hoeveel kinderen er dan aan de deur kwamen! Van Martenshoek af kwamen ze hier wel St Maarten lopen.
M: En dan een liedje zingen?
A: Ja, dan liedje zingen en bij ons wij hadden dan een zaak dus dan wist je wel dat er veel kwamen.
Ja als kind zijnde vonden ze [haar eigen kinderen dus] dat zo prachtig. Onze Lien die kon van te voren niet eten. Dora was altijd heel erg rustig . Zo’n groot verschil! Die wou altijd eerst rustig haar boterhammetje opeten. Lien zei maar al: Het is al donker! We moeten nodig weg! Zo mooi als je dat dan meemaakt, de ene is er zo verheugd op...
Ik vond het altijd zo prachtig want dan had je die brandende lichtjes en als ze bij ons kwamen, dan was er aan de overkant ook een straat en dan zag je al die lichtjes, je zag de kinderen niet meer, maar je zag wel al die lichtjes, he, dat vond ik altijd mooi, dat zie je nou niet meer. Dat is heel erg jammer.
[...]
M: St. Maarten, ja daar hebben we het over gehad.
A: Als kinderen hebben we daar geweldig van genoten. We vonden het jammer als je zowat 10 jaar was want dan mocht je niet meer lopen. Dat vonden we dan jammer. Maar ja dan mochten we thuis uitdelen.
M: Als er kinderen kwamen.
A: Ja en die kwamen er met massa’s hoor. Massa’s.
M: Wat gaven jullie dan?
A: Nou, wij hadden dus zo’n hele grote ton en die kwam vol pinda’s en dan had je daarbij pepernoten en ook nog als je een eigen zaak had reepjes chocola die kinderen van klanten kregen en zowat. Maar dat ging allemaal op hoor, zo’n hele ton met pinda’s, je kon helemaal niet bij de bodem komen zo diep. Daar zat vroeger koffie in in de winkel, pakjes koffie. En ja, bij ons op de Noorderstraat daar kwamen er veel meer als aan die kant want daar zaten geen zaken, bij ons zaten allemaal zaken. De slager de bakker de kruidenaar, alles op een rijtje dus daar liepen ze het meeste. Dan kwamen ze wel helemaal van Martenshoek hoor, kinder van Martenshoek. Nou zover mochten we nooit lopen hoor, we mochten van hooghoutje tot hooghoutje lopen. [noot: hooghoutje = een houten loopbrug over het water]
Zo even rond. Nou ja, we namen ook wel eens een klein stukje meer even. Zo van we gaan daar ook nog even heen. Ach en er waren er bij , die hadden zelf ook nog een zaak en dat was zo’n krenter he. Ze zeiden vroeger wel: die wil wel een pepernoot eerst doorbreken. Maar daar kreeg je eigenlijk niks. Alle kinderen en onze kinderen kregen er ook nog niks. Ze zeiden ook wel eens: daar gaan we maar voorbij dan krijg je toch maar 1 pepernootje per kind ofzo.
M: Gaven ze overal ongeveer hetzelfde?
A: Ja, ja. Maar ook wel als ze veel appelbomen hadden in de tuin, dat ze kinderen een appel gaven. Dat was natuurlijk ook wel mooi. En ze gaven ook heel vaak zo’n klein speculaaspopje, zo’n speculaaskoekje. Dat gaven ze ook heel veel. Maar pinda’s en pepernoten dat was ook heel veel. Ik weet niet hoeveel kilo’s pinda’s er wel doorgingen hoor.
M: Wat zongen jullie dan?
A: Er waren hele mooie St. Maarten-liedjes hoor, maar ja. Dat ene liedje had wel drie coupletten maar dat zongen ze niet veel. Er kwamen altijd een paar kinderen van Hoogezand en die konden zo mooi zingen. Echt zoals St. Maarten dat ie die man dus hielp enzo. Maar die zongen ze niet gewoon, hier ook altijd met St. Maarten, dan zingen ze ook heel vaak: [zingt] Kip kap kogel , mien vader vangt een vogel, mien moeder dee hem in de pan., en daar kregen wie een stukkie van, zoiets. Dat is niks hè, dan hoor je helemaal geen St. Maarten dan. Jullie [haar kleinkinderen] hebben hier ook nog wel St. Maarten gezongen. Dat weet ik nog heel goed.
M: Ja weet ik ook nog goed, we leerden op school een Gronings St. Maarten liedje van ‘Mien lutje lanteern’.
A; Ja klopt, maar jullie zongen ook, maar dat heeft mama jullie denk ik geleerd, St. Maarten was een brave man, hij wou alle mensen het beste wel wensen wie houdt daar niet van?
M: Ja zo gaat het.
A: Dat hebben jullie wel gezongen ja.
M: We zongen ook wel een liedje over St. Maarten zelf ja. St. Martinus bisschop.
A: O ja
M + A samen: St. Martinus bisschop, roem van alle landen, dat wij hier met lichtjes lopen is voor ons geen schande. Hier woont een rijke man die ons wel wat geven kan, geef me een appel of een peer, komt van het hele jaar niet meer, hele jaar dat duurt zo lang dat mijn lichtje branden kan. God zal u lonen met honderdduizend kronen met honderdduizend lichtjes aan daar komt St. Martinus aan.

Beschrijving

Met St. Maarten gingen de kinderen tot 10 jaar met lampions de straat op, de deuren langs om een liedje te zingen en koek of snoep op te halen. De oudere kinderen bleven thuis om uit te delen.
Er werd 'Kip kap kogel, mien vader vangt een vogel, mien moeder dee hem in de pan, en daar kregen wie een stukkie van' gezongen, of:
'St. Martinus bisschop, roem van alle landen, dat wij hier met lichtjes lopen is voor ons geen schande. Hier woont een rijke man die ons wel wat geven kan, geef me een appel of een peer, komt van het hele jaar niet meer, hele jaar dat duurt zo lang dat mijn lichtje branden kan. God zal u lonen met honderdduizend kronen met honderdduizend lichtjes aan daar komt St. Martinus aan'.

Bron

Letterlijk afschrift van MD-opname

Commentaar

27 en 28 december 2006
M: Marieke Klein
A: Agatha Maria Klein-Teuben

Naam Overig in Tekst

St. Maarten    St. Maarten   

Lien    Lien   

Dora    Dora   

Gronings    Gronings   

Martinus    Martinus   

God    God   

Naam Locatie in Tekst

Martenshoek    Martenshoek   

Hoogezand    Hoogezand   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22