Hoofdtekst
5.9. Tovenaar doet schoppen boer om een fles jenever gaan
En Keeske Komedie, die stuurde schuppen boer om een fles jenever. As wij in de keet zaten: da waren van die rieten keten, en zaten w' in de keet, dan vertelden wij zo 't een en 't ander zoal. Nauw zeet er ene, tegen ene die veur den eerste keer binnen kwaam: 'Ik wed veur een kas bier da gij da nie kunt: schuppenboer om een fles jenever sturen'.
'Da kan d'r genen ene!', zegt die vent, 'Ik geef twee kassen bier as er enen is die da kan!'
'Nauw, dan zal ik hem sturen', zei Keeske Komedie. "Ge geeft de kaart en dan kunde 't duidelijk zien'.
Hij zegt tegen de keetvrouw: 'Vrouw zet de deur open!' Hij aai de kaarten vast en schuppenboer d'r uit en deur de keet springens, precies gelijk ne peut. Nauw gaat ie naar buiten en een paar minuten naderhand, komt ie binnen en sprong ie maar tegen die fles aan en die fles die rolde maar, toe Keeske Komedie.
Hij zegt tegen die kerel: 'Gij meugt z'uit drinken'.
En die kerel wou er stop afdoen en hij kon hem er nie afkrijgen. En da was maar ne kurken stop. En die fles was vol.
En Keeske Komedie, die stuurde schuppen boer om een fles jenever. As wij in de keet zaten: da waren van die rieten keten, en zaten w' in de keet, dan vertelden wij zo 't een en 't ander zoal. Nauw zeet er ene, tegen ene die veur den eerste keer binnen kwaam: 'Ik wed veur een kas bier da gij da nie kunt: schuppenboer om een fles jenever sturen'.
'Da kan d'r genen ene!', zegt die vent, 'Ik geef twee kassen bier as er enen is die da kan!'
'Nauw, dan zal ik hem sturen', zei Keeske Komedie. "Ge geeft de kaart en dan kunde 't duidelijk zien'.
Hij zegt tegen de keetvrouw: 'Vrouw zet de deur open!' Hij aai de kaarten vast en schuppenboer d'r uit en deur de keet springens, precies gelijk ne peut. Nauw gaat ie naar buiten en een paar minuten naderhand, komt ie binnen en sprong ie maar tegen die fles aan en die fles die rolde maar, toe Keeske Komedie.
Hij zegt tegen die kerel: 'Gij meugt z'uit drinken'.
En die kerel wou er stop afdoen en hij kon hem er nie afkrijgen. En da was maar ne kurken stop. En die fles was vol.
Onderwerp
SINSAG 0685 - Pikbube als Helfer.   
Beschrijving
Mannen wedden dat niemand een schoppenboer om een fles jenever kan sturen. Iemand die bekend staat als tovenaar laat schoppenboer naar buiten gaan, die even later met een rollende fles jenever terugkomt. De man aan wie de tovenaar de fles geeft lukt het niet om de dop er af te halen.
Bron
Willem de Blécourt. Volksverhalen uit Noord Brabant. Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 166
Motief
G296* - Witch produces food or drink by magic means.   
Commentaar
1955
Motief: G296* Witch provides food or drink by magic means
5
De verteller als tovenaar. Verhalen uit Ossendrecht en Woensdrecht
Verhalen verzameld door Marcel van den Berg bij zijn veldwerk voor zijn licentiaatsverhandeling in de Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Vanaf 1950 vindt er vanuit Leuven een grootscheeps onderzoek naar volksoverleveringen (sagen) plaats, tot voor kort geleid door wijlen professor K.C. Peeters, thans door professor S. Top (zie o.a. Peeters 1959, Top 1979). Van den Berg was een van de eerste studenten dIe in dit onderzoek participeerde (1955). Bij wijze van proef breidde hij zijn onderzoeksgebied, de polders ten noorden van Antwerpen, uit naar Nederlands grondgebied. Hoewel de verhaalmotieven uit Ossendrecht en Woensdrecht (evenals de rest van Noord-Brabant) niet noemenswaard afwijken van wat er ten zuiden
van de grens wordt verteld, merkt hij desalniettemin op: 'Toch menen we ondervonden te hebben dat deze dorpen (Ossendrecht en Woensdrecht, WdB) zo maar niet in ons gebied mogen geïntegreerd worden; de sfeer, het landschap en de mens is er anders en veel contact is er niet tussen de dorpen onder en boven de grens' (1960: 26). Over de wijze van noteren schrijft hij: 'Wanneer ze begonnen te vertellen haalden we diskreet een klein notaboekje boven en registreerden zo trouw mogelijk: we noteerden de hoofdwoorden, de typische volkse gezegden. Thuis gekomen typten we iedere sage onmiddellijk op een steekkaart; de herinnering was nog levendig genoeg om de hiaten aan te vullen.
Nooit hebben we protest gekregen dat we nota namen' (1960: 29). 'Alle grote verzamelaars leggen nadruk op de getrouwheid bij het optekenen. De volkskundige heeft dus niet het recht ook maar enigszins aan de volkse uitdrukking te tornen. Maar de grote moeilijkheid is, dat men meestal niet vlug genoeg kan schrijven om alles op te tekenen. Wij maakten natuurlijk gebruIk van een aantal afkortingen. Gewoonlijk lieten wij onze zegsman achteraf nog eens opnieuw vertellen om hetgeen wij opgetekend hadden aan een kontrole te onderwerpen en indien nodig, hier en daar woorden aan te vullen' (geciteerd in Heupers 1979: 13). Zie verder: Van den Berg 1965, en het door hem uit zijn licentiaatsverhandeling samengestelde deel Volksverhalen uit Antwerpen in deze serie.
5
De verteller als tovenaar. Verhalen uit Ossendrecht en Woensdrecht
Verhalen verzameld door Marcel van den Berg bij zijn veldwerk voor zijn licentiaatsverhandeling in de Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Vanaf 1950 vindt er vanuit Leuven een grootscheeps onderzoek naar volksoverleveringen (sagen) plaats, tot voor kort geleid door wijlen professor K.C. Peeters, thans door professor S. Top (zie o.a. Peeters 1959, Top 1979). Van den Berg was een van de eerste studenten dIe in dit onderzoek participeerde (1955). Bij wijze van proef breidde hij zijn onderzoeksgebied, de polders ten noorden van Antwerpen, uit naar Nederlands grondgebied. Hoewel de verhaalmotieven uit Ossendrecht en Woensdrecht (evenals de rest van Noord-Brabant) niet noemenswaard afwijken van wat er ten zuiden
van de grens wordt verteld, merkt hij desalniettemin op: 'Toch menen we ondervonden te hebben dat deze dorpen (Ossendrecht en Woensdrecht, WdB) zo maar niet in ons gebied mogen geïntegreerd worden; de sfeer, het landschap en de mens is er anders en veel contact is er niet tussen de dorpen onder en boven de grens' (1960: 26). Over de wijze van noteren schrijft hij: 'Wanneer ze begonnen te vertellen haalden we diskreet een klein notaboekje boven en registreerden zo trouw mogelijk: we noteerden de hoofdwoorden, de typische volkse gezegden. Thuis gekomen typten we iedere sage onmiddellijk op een steekkaart; de herinnering was nog levendig genoeg om de hiaten aan te vullen.
Nooit hebben we protest gekregen dat we nota namen' (1960: 29). 'Alle grote verzamelaars leggen nadruk op de getrouwheid bij het optekenen. De volkskundige heeft dus niet het recht ook maar enigszins aan de volkse uitdrukking te tornen. Maar de grote moeilijkheid is, dat men meestal niet vlug genoeg kan schrijven om alles op te tekenen. Wij maakten natuurlijk gebruIk van een aantal afkortingen. Gewoonlijk lieten wij onze zegsman achteraf nog eens opnieuw vertellen om hetgeen wij opgetekend hadden aan een kontrole te onderwerpen en indien nodig, hier en daar woorden aan te vullen' (geciteerd in Heupers 1979: 13). Zie verder: Van den Berg 1965, en het door hem uit zijn licentiaatsverhandeling samengestelde deel Volksverhalen uit Antwerpen in deze serie.
Pikbube als Helfer. Spielkarte ausgeschickt, um Schnaps zu holen
Naam Overig in Tekst
Keeske Komedie   
Plaats van Handelen
Ossendrecht (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
I118p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
