Hoofdtekst
JP: Er wordt wel verteld dat er een dochter van een veenboer, zo'n...zo'n veenontiginner [...]. Die had dus in het veen gelopen, die kant op van Wildervank en zo en toen had ze per ongeluk op een adder getrapt. En toen had die adder tegen haar gezegd: 'Ik bijt je niet als jij er voor zorgt dat hier op deze plek een kerk opgericht wordt.' Dus en toen is zij zo bang geworden en toen heeft zij 't tegen haar vader gezegd. En zo moet Wildervank ontstaan zijn. Dat...hier moet een kerk gebouwd worden, dus eh...als het ware. Dan deed die adder, die deed haar niks. dat is ook zoiets, dat heb ik wel eens gehoord, dus eh.
RK: Van wie heeft u dat gehoord?
JP: Op school volgens mij. Daar hadden we vroeger een onderwijzer, die hechtte ook heel veel waarde aan dat soort dingen. [...] Dat is heel lang geleden. Dat was, begin '50 was dat.
RK: Van wie heeft u dat gehoord?
JP: Op school volgens mij. Daar hadden we vroeger een onderwijzer, die hechtte ook heel veel waarde aan dat soort dingen. [...] Dat is heel lang geleden. Dat was, begin '50 was dat.
Beschrijving
Een dochter van een veenboer loopt door het veen en trapt per ongeluk op een adder. De adder zegt: 'Ik bijt je niet als jij er voor zorgt dat hier op deze plek een kerk opgericht wordt.' Zo is Wildervank ontstaan.
Bron
Letterlijk afschrift van DAT-opname.
Commentaar
16 november 2006
JP: Jan-Hendrik Potter; RK: Ruben Koman
Naam Locatie in Tekst
Wildervank   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
