Hoofdtekst
Wat Heydensche afgoden zy geeert hebben/ sal daer na aengewesen werden. Doch den voornaemsten der selver achteden zy Mercurium, dien zy oock op sekere tijden levendige menschen hebben op-geoffert. Marti en Herculi hebben zy gedient met de offerhande van allerhande Dieren; doch zy en hebben niet geweten dat door dese Herculessen verstaen werden die Reusen, die selfs in dese landen/ in de outste tijden/ gewoont hebben. Doch is dit meest te verwonderen in onse heydensche Voor-Ouderen/ dat zy geen Tempelen in haer gebiedt wilden tolereren/ noch eenige Beelden toe-laten/ achtende dat 'et was onwaerdigh voor de Majesteyt der Goden/ te willen die selve tusschen Mueren en Wanden besluyten/ of door menschelijcke Beelden af-conterfeyten. Dese heylsame Erf-leere hebbense noch onthouden van hare Voor-ouders/ descendenten van Japhet. Oock zijn sy al te samen geweest groote Wichelaers en Waerseggers/ die sich gantschelijck tot 'et Vogel-geschrey/ en andere Heydensche superstitien begeven hebben.
Beschrijving
Beschrijving dat heidenen mensen en dieren offerden, zich bezighielden met wichelarij, waarzeggerij en ander bijgeloof.
Bron
Johan Picardt. Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten der provincien en landen gelegen tusschen de Noord-Zee, de Yssel, Emse en Lippe. Waer by gevoeght zijn Annales Drenthiae. Amsterdam: Van Goedesbergh, 1660. pp. 55-56
Naam Overig in Tekst
Mercurium   
Herculi   
Herculessen   
Japhet   
God   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
