Hoofdtekst
JN: We hebben wel een keer een poging gedaan om een onderaardse gang te vinden, maar die hebben we nooit tegengekomen.
RK: Waar was dat?
JN: Dat was dus op de boerderij waar ik dus weg kom. Dat is een....een oud klooster heeft daar gestaan. Het is klooster Wijtwerd en daar heeft vroeger...een Johanniter Orde het daar zeten. En de verhalen gingen dus dat in Rottum, dat twee kilometer verder is, daar heeft ook een groot klooster gestaan, en daar was een onderaardse gang, die was daar dus van ons klooster met Rottum. En dat wil je dus als kind wel geloven en dan ga je graven, ja. Maar ja graven, in zo'n...waar wij woonden...allemaal stenen, en toestanden en bomen...en dat groef voor geen meter, zeg maar. Dus hopeloos, dus daar waren we gauw op uitgekeken. Dus wie ben naar de plaatselijk smid gegaan en hebben twee kilo carbid opgehaald, en wie hadden een [...] gat, carbid in gemieterd en daar dus gieten we water over. [...] We hadden een gat in de grond van jawelste, maar ik was m'n [gehoor] kwiet, en m'n wenkbrauwen kwiet en ik was halfverbrand. [...] Onderaardse gangen van ons klooster naar het klooster van Rottum. Daar hebben beide kloosters gestaan. En die twee kilometer, die onderaardse gangen hebben nait vonden, die zullen d'r ook wel nait wezen. [...] Klooster Wijtwerd [...] dat is Usquert dus. [...] Die onderaardse gangen, iedereen wist zeker dat dat er was. [...] Dat waren van die geruchten. Vroeger, natuurlijk...één was dus van die vrouwelijke, waren nonnen...en die ander was dus kennelijk mannen. Dus logisch dat er een verbinding was [...] Maar als je het een beetje na gaat, dat kan helemaal niet, want dan moet je onder de gracht door [...]. Dat is echt een verhaal van lik-me-vestje.
RK: Waar was dat?
JN: Dat was dus op de boerderij waar ik dus weg kom. Dat is een....een oud klooster heeft daar gestaan. Het is klooster Wijtwerd en daar heeft vroeger...een Johanniter Orde het daar zeten. En de verhalen gingen dus dat in Rottum, dat twee kilometer verder is, daar heeft ook een groot klooster gestaan, en daar was een onderaardse gang, die was daar dus van ons klooster met Rottum. En dat wil je dus als kind wel geloven en dan ga je graven, ja. Maar ja graven, in zo'n...waar wij woonden...allemaal stenen, en toestanden en bomen...en dat groef voor geen meter, zeg maar. Dus hopeloos, dus daar waren we gauw op uitgekeken. Dus wie ben naar de plaatselijk smid gegaan en hebben twee kilo carbid opgehaald, en wie hadden een [...] gat, carbid in gemieterd en daar dus gieten we water over. [...] We hadden een gat in de grond van jawelste, maar ik was m'n [gehoor] kwiet, en m'n wenkbrauwen kwiet en ik was halfverbrand. [...] Onderaardse gangen van ons klooster naar het klooster van Rottum. Daar hebben beide kloosters gestaan. En die twee kilometer, die onderaardse gangen hebben nait vonden, die zullen d'r ook wel nait wezen. [...] Klooster Wijtwerd [...] dat is Usquert dus. [...] Die onderaardse gangen, iedereen wist zeker dat dat er was. [...] Dat waren van die geruchten. Vroeger, natuurlijk...één was dus van die vrouwelijke, waren nonnen...en die ander was dus kennelijk mannen. Dus logisch dat er een verbinding was [...] Maar als je het een beetje na gaat, dat kan helemaal niet, want dan moet je onder de gracht door [...]. Dat is echt een verhaal van lik-me-vestje.
Onderwerp
SINSAG 1236 - Der unterirdische Gang. Belagerte entkommen.   
Beschrijving
Zoeken naar onderaardse gang tussen twee kloosters.
Bron
Letterlijk afschrift van mp3-opname.
Naam Overig in Tekst
Johanniter Orde   
Naam Locatie in Tekst
Rottum   
Usquert   
Wijtwerd   
Plaats van Handelen
Rottum   
Usquert   
Kloekenummer in tekst
C033q   
C030p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
