Hoofdtekst
Een carnavalsnaam voor de inwoners van Breda. Abdera is een anagram van Bredaa.
(Corn. III, 159)
2. Grasburgers
Werden te Breda, evenals op sommige andere plaatsen, diegenen genaamd, die wel burgers waren, hetzij door koop, hetzij door geboorte, maar geen vaste woonplaats alhier hadden en zich slechts, als het ware te hooi en te gras, te dezer stede ophielden in tegenstelling met hen die, naar luid van stedelijke stukken, er 'buikvast' woonden en ook wel 'buikvaste ingezetenen' genaamd werden.
(Hoeufft, Proeve v. Bredaasch Taaleigen, 209, aangehaald in Corn. III, 159)
3. Kakkerlakken
Dat Breda, de prinsenstad, en hoofdstad der Baronie, zich liet gelden tegenover het platte land, kan niemand verwonderen. Zouden de Bredanaars daaraan den naam van kakkerlakken (dat hier gelijk zou staan met 'opsnijders') verdiend hebben?
(Van Miert, 72)
4. Kale jonkers, Kostschooljongens, Kwajongens
Spotnamen op de kadetten der Koninklijke Militaire Academie.
Deze waren vroeger bijna altijd zoons van adelijke families en werden daarom 'jonkers' genoemd. Ofschoon die glorietijd reeds lang voorbij is, moeten de soldaten hen nog steeds met die titel aanspreken. De Bredase jongelui, die hen niet goed kunnen lijden, omdat ze, wegens hun uniform bij de meisjes een wit voetje hebben, noemen hen kwajongens of kale jonkers.
De laatste scheldnaam danken ze aan het feit dat 'ze 'n heelen avond in het Zuid (Zuidhollandsch Koffiehuis) zitten op een biertje.'
Vroeger zong men wel:
Cadet,
Poep vet,
Poep mager,
De drommel is je zwager.
Het succes bij de Bredase jongedochters is de kadetten naar het hoofd gestegen. Ze begonnen de student uit te hangen, ja, het kadettenkorps wilde als studentenvereniging erkend worden, en schreef in die zin naar de senaten van de verschillende studentenkorpsen. Niemand antwoordde hen; alleen uit Leiden kwam een telegram: 'Hoe laat gaan jullie naar bed, jongens?'
De kadetten moeten nl. om tien uur binnen zijn, maar als ze 't beleefd vragen, mogen ze nog wel eens een uurtje langer opblijven. Om die reden heten ze kostschooljongens.
(Corn. III, 160)
5. Bepaalde straten hebben nog bijzondere namen. De Baronielaan, de Kouwe aardappelbuurt of Margarinebuurt, werd vroeger Branielaan geheten, omdat er zoveel mensen woonden, die de branie, de bluffer, uithingen. Ze haalden aardappelen in een vioolkist en gingen met z'n zessen theedrinken bij de boswachter in het Mastbos, dat is te zeggen, de thee brachten ze zelf mee, maar ze kochten en betaalden het theewater. Of ze nog een bord wasem met een mes bestelden, wist mijn zegsman niet te vertellen.
Een slop in de Boschstraat, waar de diakonie der Hervormde Gemeente enige huisjes bezat, heet 'Abrahams schoot'. Een nauw steegje heet, doelend op de bouwer, de reet van Kuitenbrouwer.
(Sinn. 1934:78)
6. Op de grote klok Roeland van de hervormde Grote Kerk stond het rijm:
Wie tot Breda in vreugd wil leven
Die moet de vrouwen de overhand geven
(Corn. III, 161)
7. Het stadje van plezier, het Haagje van het Zuiden.
Omdat er zoveel leut wordt gemaakt.
(Corn. III, 161)
8. Om de Bredenaars te bespotten, die de h niet aanblazen, zegt men: 'n Ondje in 'n okske op 'n andje mee ooi. Ap! zee 't ondje, hen hop was 't ooi.
(Corn. IV, 340)
9. Toen de Fransen in 1794 voor Breda kwamen, werd deze stad verdedigd door een oude generaal, die niets liever verlangde dan de stad over te geven. Vóór er nog een schot was gelost, liet hij aan de belegeraars vragen of 's Hertogenbosch zich had overgegeven, en het antwoord luidde: Oui Breda, Den Bosch is over. Daarop gaf de generaal de stad over.
(Corn. III, 161, volksmond)
10. Breda, Breda! de schimmel is los
Waarschijnlijk ziet dit spreekwoord op de inneming van Breda, door middel van een turfschip, in 1590; terwijl de schimmel het paard zal zijn, door Maurits bereden, bij de statige intrede, toe de aanslag gelukt was.
(Harr. I, 88)
11. Geluk, geluk, Breda!
Dit spreekwoord is ontleend aan een versje, dat met die woorden begon. Men gebruikt het als iets onverwacht gunstig uitvalt.
(Harr. I, 88)
12. De Bredase toren wordt de peperbus genoemd, de gevangenis wegens haar koepelvorm de paraplu, terwijl het monument van de Baronie, aan de ingang van het stadspark 't Valkenberg, in de volksmond de vulkachel heet.
(Corn. IV, 340)
13. De volksluim sterft nimmer. Hadden voorheen de bewoners van elk dorp hun spotnaam, thans worden de arbeiders van bepaalde fabrieken met bijnamen bedacht.
De Beja-fabriek bracht chocoladerepen in de handel. Op de verpakking stond het fabrieksmerk: de godin der Faam, met haar bazuin. De arbeidsters kregen daarom de naam van Beja-engeltjes.
De werkmeisjes van de welbekende Kwattachocolade fabrieken krijgen dit rijmpje te horen:
De meskes van de Kwat
Die hebben chocolade aan d'r gat.
(Corn IV, 340)
14. Steek me dood, want ik moet hoesten
Zoals bekend waren in het turfschip, dat in 1590 Breda overrompelde, 65 soldaten in een kleine ruimte opgesloten. Door de bedomptheid van de lucht en de guurheid van het jaargetijde had menig soldaat een verkoudheid opgelopen. De luitenant Matthijs Helt had reeds zeer geleden door een zware kou. Hij moest telkens hoesten. Hierdoor ontstond natuurlijk de mogelijkheid, dat hij zijn medemakkers verraden zou. Hij trok toen zijn zwaard, reikte dit aan een ander over en zei: 'Spitsbroeders, boort mij dit zwaard door het hart indien ik nogmaals hoest; ik wil liever sterven dan de schuld te zijn, dat jullie verraden wordt.' Vandaar dat men heden ten dage dit gezegde nog hoort, doch uitsluitend bij oudere mensen.
(Van Esch, 66)
15. De naam wordt verklaard uit het feit dat de riviertjes de Mark en de Aa of Weerijs hier samenstromen en zo de brede Aa vormen.
(Sinn. 1929: 55)
Onderwerp
TM 2602 - Spotnaam voor naburig dorp (stad) of hun inwoners   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Abderieten   
Grasburgers   
Kakkerlakken   
Bredanaars   
Kale Jonkers   
Kostschooljongens   
Kwajongens   
Koninklijke Militaire Academie   
Bredase   
Zuidhollandsch Koffiehuis   
Kouwe Aardappelbuurt   
Margarinebuurt   
Hervormde Gemeente   
Abrahams   
Kuitenbrouwer   
Roeland   
Haagje van het Zuiden   
Bredenaars   
Fransen   
Maurits   
Beja-fabriek   
Faam   
Beja-engeltjes   
Kwattachocolade   
Matthijs Helt   
Mark   
Naam Locatie in Tekst
Breda   
Abdera   
Bredaa   
Baronie   
Zuid   
Leiden   
Baronielaan   
Branielaan   
Mastbos   
Boschstraat   
Grote Kerk   
's Hertogenbosch   
Den Bosch   
Kwat   
Aa   
Weerijs   
Plaats van Handelen
Breda (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
K160p   
