Hoofdtekst
In voorhistorische tijden was het eiland Albion bewoond door reuzen en reuzinnen. Ze leefden er gelukkig en tevreden en geheel Engeland zou nu nog met reuzen bevolkt zijn als niet op een goede dag de Trojanen Brittus en Corineus gekomen waren.
Maar ze kwamen wel, die twee Trojanen.
En toen was het uit met het rijk van de reuzen in Albion. Ja, want ze waren wel groot, die reuzen maar tevens waren het toch ook weer echte lobbessen. Zoo groot en zoo sterk ze dan ook mochten zijn, tegen de slimme handige Trojanen konden ze niet op.
Het duurde niet zoo heel lang of ze moesten Albion verlaten en ze moesten maar zien dat ze ergens anders een heenkomen vonden.
Ze bouwden in allerijl, van ruwe boomstammen een paar schuiten, vlotten eigenlijk meer, en gingen scheep naar de overkant.
Nu schijnen ze nog al een eindje afgedreven te zijn want die goeie lobbessen kwamen terecht ergens heel in Oost-Friesland. En ze kwamen daar nog al van een kouwe kermis thuis want ze troffen daar een slag van menschen aan, wel niet zoo slim en volleerd in de krijgskunst als Brittus en Corineus, maar toch lui die uitstekend met de knods wisten om te gaan.
Om kort te gaan, ze werden dat Oost-Friesland uitgeranseld en niet zoo zoetsappig ook. Ja, het moet er nog al gedonderd hebben toentertijd. Verscheidene reuzen hebben er het leven gelaten en de reuzinnen werden niet verschoond. Het is dan ook best te begrijpen dat ze holder de bolder weer naar hun vlotten terug holden en maakten dat ze wegkwamen.
Een heele poos hebben de arme kerels daarna op de barre Noordzee rondgezworven, zoo maar, op goed geluk af.
Maar eindelijk vonden ze dan toch een landstreek waar ze aan land konden stappen.
Dat was ergens aan de Maasmond, niet ver van de plaats waar het oude Vlaardingen lag.
Hier in Holland troffen ze het beter dan in Oost-Friesland. Ze werden hier niet weggeslagen en eeuwen en eeuwen hebben ze dan ook in die contreien gewoond. Ze hadden wel eens last van overvallen maar ze lieten zich niet meer zoo gemoedereerd wegranselen. Nee maar, ze hadden zoo langzamerhand wat geleerd. Ze bouwden een sterkte, de Slavenburg genaamd en ze wisten die tegen allerlei aanvallers te verdedigen en te behouden.
Zoo is het gegaan met die reuzen en niet anders.
Ze kwamen van het eiland Albion naar Holland en hebben daar heel lang gelukkig en tevreden geleefd.
Mocht het nu soms gebeuren dat ge in de een of andere Vlaamsche plaats van reuzen hoort klappen dan behoeft ge u niet al te zeer te verwonderen daarover want vanuit Holland zijn ze naar het Zuiden getrokken toen het te vol werd om en nabij de Slavenburg.
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Trojanen   
Brittus   
Corineus   
Oost-Friesland   
Maasmond   
Slavenburg   
Zuiden   
Naam Locatie in Tekst
Holland   
Albion   
Engeland   
Noordzee   
Vlaardingen   
