Hoofdtekst
In dese tijdt heeft men de eerste Heydens gesien in dese Landschap. Sy gaven voor/ datse quamen uyt Egypten-landt; dat hare Voor-ouderen van het Christen Geloof waren afgevallen: dat haer tot een penitentie ware op-geleydt/ datse eenige jaren moesten door de Werelt swerven/ gebeedelt broodt eten/ op geen bedden slapen/ altijdt voort wandelen/ verachtelick gekleedt te zijn/ 't Is niet te seggen hoe Volcxken gekoestert wierd als 't hier eerst te Lande quam: Doch haer den Elst in den sack is/ daer wilse uyt. Sy hebben betoont/ datse waren een hoopen Hoeren en Boeven/ Wickers en waerseggers/ nergens beter in geoeffent/ als in behendighlijck te steelen.
Beschrijving
De eerste heidenen zouden uit Egypte zijn gekomen. Hun voorouders hadden het christelijke geloof verlaten. Zij moesten voor straf enige jaren door de wereld zwerven. Zij zouden hoeren, boeven, wichelaars en waarzeggers geweest zijn.
Bron
Annales Drenthiæ, p. 204. In: Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten der provincien en landen gelegen tusschen de Noord-Zee, de Yssel, Emse en Lippe. Waer by gevoeght zijn Annales Drenthiae / Johan Picardt (1660).
Commentaar
1660
Naam Overig in Tekst
Picart   
Picardt   
Christen   
Naam Locatie in Tekst
Egypte   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
