Hoofdtekst
HO: Maar met die varkensblaas, is die nou ook, die is er ook nog he.
RK: Ja vertelt u maar hoe u hem kent.
HO: Vroeger werden ehm, hoe zeg ik dat, die hadden allemaal een swientje op 't hok he, zo heet dat op z'n Gronings. Een varkentje, die werd gemest. Ja [lacht] een swientje op 't hok. Die werd gemest en dan in november dan, nouja, de jongens, of mannen, die werden dus eh, slager d'r bij. Alleen op dat moment he, anders niet. Dan ehm, dat varken werd geslacht en dan gingen ze heel netjes met die varkensblaas om. Want ik weet als kwoajongen nog wel, dan gingen we daarbij langs he. Dan was dat veel te mooi om mee te maken. En dan gingen we wel eens voetballen met die, dan gooiden ze die, die slager die gooide dat ding zo weg. En dan gingen wij d'r mee voetballen. En ooh, dan kregen we een uitbrander joh, maar dat wisten wij toen niet als kwajongen want als je dat dus kapot schopte, en dat spetterde en dat kwam op dat vlees, van die varken, dan ohh dat was dan niet meer te eten [lacht]. Dat maak je dan zelf mee he!
Maar in elk geval, er waren er ook een enkel bij die maakten die varkensblaas met wat eromheen zat heel netjes schoon want, de meesten, die bergden dat op. Want daar zat dus vet aan en een soort, een soort vlees enzo. En daar gingen zij dus een schop, en een vork enzo mee, een hark en dat soort dingen, mee invetten. En iedere keer, als da nie zo mooi meer was, dan kwam dat stukje vet er weer overheen. Daar kond'n ze heul lang mee doen. Maar sommig'n dus, die gingen die blaas echt schoonmaken en dan deden ze jenever in die blaas en dat hadd'n ze dan gewoon bij zich he. Dat heb je nu niet in de gaten, zo ging dat dan, dat valt helemaal niet op ja. Maarja dat is ook iets, daar lekt ook uit. Maar dat was het verhaal. Dan hadden ze een drank, jenever, in de varkensblaas, en zo gingen ze dus de grens over. Kijk en heul enkel, dat weet ik dan ook niet, zo vertelt men dat he, dan werden ze toch aangehoud'n, door de douane en als ze het dan niet vertrouwden zeg maar, dan hadden ze wel een of ander scherp voorwerp bij zich, een spijkertje ofzo, en dan zeid'n ze oh dat gaat neet. Ja ze kenden mekaar op den duur he. Daar heb ik straks nog 'n ander verhaal over. Dan gingen ze dus met die spijker of wat dan ook, die blaas lek steken. En dan liep dat d'r uit ja. En dan had 'ie niks bij zich en dan werd'n ze aangehouden en dan zeiden ze wa heb je da? Een varkensblaas, die hebb'n we nodig voor die schop en dat soort ding'n, meer niet. Ja en dan moet je dat maar gelov'n. Maar dat was natuurlijk niet zo. Zo ging dat dus he [lacht]. Het was natuurlijk heul sneu bestek, maar dat hallen ging niet door, ze hadden geen drank meer ja he. Maar even, wat ik nu iedere keer wil zeggen, als je dat zo aanhoort, en dat had ik in 't begin dan ook allemaal n's even. Maar, ze kennen mekaar zo goed, dat wil op den duur niet meer. Maar wat deed nou de overheid? En dat is mij verteld, dat het bewust is gebeurd. Die mensen die werden vrij snel weer overgeplaatst. Zeg maar de douanes van hier, die gingen naar de douane in Nijmegen, of die kant aan de grens, en dan kwam hier een nieuwe. En die wist van heg noch steg ja. Die most'n 't allemaal leren. [lacht] ja zo is dat mij verteld. En of dat nou klopt, dat weet ik even niet.
RK: Ja vertelt u maar hoe u hem kent.
HO: Vroeger werden ehm, hoe zeg ik dat, die hadden allemaal een swientje op 't hok he, zo heet dat op z'n Gronings. Een varkentje, die werd gemest. Ja [lacht] een swientje op 't hok. Die werd gemest en dan in november dan, nouja, de jongens, of mannen, die werden dus eh, slager d'r bij. Alleen op dat moment he, anders niet. Dan ehm, dat varken werd geslacht en dan gingen ze heel netjes met die varkensblaas om. Want ik weet als kwoajongen nog wel, dan gingen we daarbij langs he. Dan was dat veel te mooi om mee te maken. En dan gingen we wel eens voetballen met die, dan gooiden ze die, die slager die gooide dat ding zo weg. En dan gingen wij d'r mee voetballen. En ooh, dan kregen we een uitbrander joh, maar dat wisten wij toen niet als kwajongen want als je dat dus kapot schopte, en dat spetterde en dat kwam op dat vlees, van die varken, dan ohh dat was dan niet meer te eten [lacht]. Dat maak je dan zelf mee he!
Maar in elk geval, er waren er ook een enkel bij die maakten die varkensblaas met wat eromheen zat heel netjes schoon want, de meesten, die bergden dat op. Want daar zat dus vet aan en een soort, een soort vlees enzo. En daar gingen zij dus een schop, en een vork enzo mee, een hark en dat soort dingen, mee invetten. En iedere keer, als da nie zo mooi meer was, dan kwam dat stukje vet er weer overheen. Daar kond'n ze heul lang mee doen. Maar sommig'n dus, die gingen die blaas echt schoonmaken en dan deden ze jenever in die blaas en dat hadd'n ze dan gewoon bij zich he. Dat heb je nu niet in de gaten, zo ging dat dan, dat valt helemaal niet op ja. Maarja dat is ook iets, daar lekt ook uit. Maar dat was het verhaal. Dan hadden ze een drank, jenever, in de varkensblaas, en zo gingen ze dus de grens over. Kijk en heul enkel, dat weet ik dan ook niet, zo vertelt men dat he, dan werden ze toch aangehoud'n, door de douane en als ze het dan niet vertrouwden zeg maar, dan hadden ze wel een of ander scherp voorwerp bij zich, een spijkertje ofzo, en dan zeid'n ze oh dat gaat neet. Ja ze kenden mekaar op den duur he. Daar heb ik straks nog 'n ander verhaal over. Dan gingen ze dus met die spijker of wat dan ook, die blaas lek steken. En dan liep dat d'r uit ja. En dan had 'ie niks bij zich en dan werd'n ze aangehouden en dan zeiden ze wa heb je da? Een varkensblaas, die hebb'n we nodig voor die schop en dat soort ding'n, meer niet. Ja en dan moet je dat maar gelov'n. Maar dat was natuurlijk niet zo. Zo ging dat dus he [lacht]. Het was natuurlijk heul sneu bestek, maar dat hallen ging niet door, ze hadden geen drank meer ja he. Maar even, wat ik nu iedere keer wil zeggen, als je dat zo aanhoort, en dat had ik in 't begin dan ook allemaal n's even. Maar, ze kennen mekaar zo goed, dat wil op den duur niet meer. Maar wat deed nou de overheid? En dat is mij verteld, dat het bewust is gebeurd. Die mensen die werden vrij snel weer overgeplaatst. Zeg maar de douanes van hier, die gingen naar de douane in Nijmegen, of die kant aan de grens, en dan kwam hier een nieuwe. En die wist van heg noch steg ja. Die most'n 't allemaal leren. [lacht] ja zo is dat mij verteld. En of dat nou klopt, dat weet ik even niet.
Beschrijving
Vroeger werd een varkensblaas wel gebruikt om jenever de grens over te smokkelen. Als de smokkelaars betrapt dreigden te worden, staken ze de blaas lek en zeiden dat ze die alleen gebruikten om hun gereedschap mee in te vetten. Kwajongens voetbalden ook wel met de blaas.
Bron
Letterlijk afschrift van mp3-opname.
Commentaar
12 april 2007
HO: Henk Opheikens; RK: Ruben Koman
Naam Overig in Tekst
Gronings   
Naam Locatie in Tekst
Groningen   
Nijmegen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
