Hoofdtekst
2a. Heel 't Ginneken staat in brand,
En ze hebben er geen water,
En ze hebben er geen water,
En ze hebben er geen water
Bij de hand!
(Corn. III, 172
2b. Op de Markt staat een steenen pomp van het jaar 1790. Al jaren geeft die pomp geen water meer. Toen in 1923 het dorp tijdens een feest verlicht was, had een grappenmaker er twee borden aan bevestigd. Op 't eene stond te lezen:
Ik staai ier nou al jaren waterloos
Verslagen door 'n kopere kraantje.
'Nne slinger, die niet gaat
'Nne teut, die niemer gift:
Ik mopper nie: maor 't is me toch 'n baantje.
En op 't andere:
Maar ier, ier staai ik in 't licht,
Ik zij nog schooner as al 't schoons te samen,
Ze gapen me mee open monden aan.
't Is om oe oogen uit oewe kop te schamen.
In lang vervlogen dagen leverde iemand eens critiek op de brandweer. De brandmeester antwoordde hem, en schreef in de Bredasche Courant dat hij verlangend uitzag naar den eerstkomenden brand, dan zou men eens wat zien! ... Weinig menschen worden zoo door het lot begunstigd; den avond daarop brak er brand uit in een villa. En toen ... de brandspuit zou uitrijden, maar de motor weigerde - iemand sleepte met een auto de spuit naar een constructeur - eenige handgrepen - hij reed! En hòè reed hij: bij de bocht van de Markt verloor men alle slangen en men merkte het niet eens. Maar ten laatste was toch alles op het terrein van de brand aanwezig - spuit en spuitgasten - hardloopende burgers met slangen.
Men kon met blusschen beginnen, doch ... de slangen waren te kort. De villa brandde onverstoord verder.
(Sinn. 1934: 124-125)
En ze hebben er geen water,
En ze hebben er geen water,
En ze hebben er geen water
Bij de hand!
(Corn. III, 172
2b. Op de Markt staat een steenen pomp van het jaar 1790. Al jaren geeft die pomp geen water meer. Toen in 1923 het dorp tijdens een feest verlicht was, had een grappenmaker er twee borden aan bevestigd. Op 't eene stond te lezen:
Ik staai ier nou al jaren waterloos
Verslagen door 'n kopere kraantje.
'Nne slinger, die niet gaat
'Nne teut, die niemer gift:
Ik mopper nie: maor 't is me toch 'n baantje.
En op 't andere:
Maar ier, ier staai ik in 't licht,
Ik zij nog schooner as al 't schoons te samen,
Ze gapen me mee open monden aan.
't Is om oe oogen uit oewe kop te schamen.
In lang vervlogen dagen leverde iemand eens critiek op de brandweer. De brandmeester antwoordde hem, en schreef in de Bredasche Courant dat hij verlangend uitzag naar den eerstkomenden brand, dan zou men eens wat zien! ... Weinig menschen worden zoo door het lot begunstigd; den avond daarop brak er brand uit in een villa. En toen ... de brandspuit zou uitrijden, maar de motor weigerde - iemand sleepte met een auto de spuit naar een constructeur - eenige handgrepen - hij reed! En hòè reed hij: bij de bocht van de Markt verloor men alle slangen en men merkte het niet eens. Maar ten laatste was toch alles op het terrein van de brand aanwezig - spuit en spuitgasten - hardloopende burgers met slangen.
Men kon met blusschen beginnen, doch ... de slangen waren te kort. De villa brandde onverstoord verder.
(Sinn. 1934: 124-125)
Onderwerp
TM 2602 - Spotnaam voor naburig dorp (stad) of hun inwoners   
Beschrijving
Spotrijm op brandweer.
Bron
Willem de Blécourt. Volksverhalen uit Noord Brabant. Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 219-220
Commentaar
1930- & 1934
7 Spot en venijn. Aantekeningen over Noordbrabantse plaatsen en ingezetenen. Provincie Noord-Brabant
Spotnaam voor naburig dorp (stad) of hun inwoners
Naam Overig in Tekst
Ginneken   
Bredasche Courant   
Naam Locatie in Tekst
Markt   
Plaats van Handelen
Ginneken (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
K179p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
