Hoofdtekst
De pastoor die rijdt op een brommer en die komt in het kanaal terecht. Die slipt, in de berm, en die komt in het kanaal terecht. En die komt vast te zitten in de modder met z'n benen en hij zakt steeds verder. Komt er een visserman voorbij in een bootje. Hij zegt: 'Meneer pastoor, zal ik u...kan ik u er uithalen?' 'Nee,' zegt-ie, 'ik geloof in de Heer', hij zegt: 'En de Heer die zal mij redden.' Hij zinkt steeds verder. Weer een bootje voorbij met een visserman. Hij zegt: 'Meneer pastoor, zal ik u er uit halen?' 'Nee,' zegt-ie, 'ik geloof in God en ik probeer het te halen met 'M.' Maar hij verdrinkt. Hij komt boven bij Petrus, en hij zegt: 'Ik wil onmiddellijk God spreken.' Zegt Petrus: 'Hoezo dat dan?' 'Ja,' zegt-ie, 'moet je luisteren, zo en zo...' 'Nou, ga er maar heen...hij zit daar.' Dus hij naar God en hij komt bij God en hij zegt: 'Nou, dit valt me zwaar tegen. Ik ben geboren. Ik ben geboren voor het geloof.' Hij zegt: 'Ik heb het altijd gepredikt.' Hij zegt: 'Ik heb het altijd verkondigd vanaf de kansel.' Hij zegt: 'En dan word ik zo gestraft.' Zegt God: 'Zeur niet. Ik heb twee keer een bootje langs gestuurd.' [lacht]
Onderwerp
ATU 1855C - The Rescuer’s Sabbath.   
Beschrijving
Een pastoor slipt, komt met de brommer in het kanaal terecht en zakt steeds verder weg in de modder. Twee keer komt er een visser langs, die vraagt of hij de pastoor zal helpen. De pastoor weigert: de Heer zal hem helpen. Uiteindelijk verdrinkt de pastoor, en is hij boos. Hij gaat naar God en vraagt waarom hij moest sterven. Dit had hij niet verdiend. God zegt dat hij niet moet zeuren: Hij heeft twee keer een bootje naar de pastoor gestuurd.
Bron
Letterlijk afschrift van mp3-opname.
Commentaar
11 april 2007
Notulist heeft de mop in de jarten negentig van de vorige eeuw ook gehoord in Dordrecht.
Naam Overig in Tekst
Heer   
God   
Petrus   
Naam Locatie in Tekst
Dordrecht   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
